Resultaten voor het trefwoord wakker

wakker me aan – jos van daanen

Draag me als water naar de zee, zoet naar zout
blaas de koele bries tot een orkaan, wakker me aan
en laat me dan begaan.

Zweep mijn tijd op tot de woeste golven
die de zon zo mistig kunnen maken
dat je morgen mijn historie weer belopen kunt.

Draai tot slot mijn gedachten rond in een mandje
en droog ze met zo veel kracht
dat ik nooit meer aan een grote liefde denk,
noch aan rode ruiters in de avondschemering
als die over stille daken stappen.

robotwoorden – iniduo

sodeju,
neem het niet al te letterlijk
of lees het in de ruimte tussen de regels
het is de kunst om aan armetierige leegte
een taalvolle betekenis te geven
gesproken, geschreven, in elk geval doorleefd
een troostrijke gedachte
die mij wakker heeft gemaakt uit een sukkelcoma
in elk geval nog op tijd, toch?
want ik leunde teveel op automatismen
ik schrok toch even

vroeger waren ze vrienden – pallas van huizen

Twee gebroken harten vonden elkaar
de zon sneed hun ogen open
schudde wakker wat er al die tijd al is
ze wisten wel iets
maar dat, dat nog niet
Ze smaalden, vlinderden, zuchtten
buiten, daarbuiten
daar waar de lucht het weet
De een had de wind in de schoenen
de ander een slag in de trapper
Ze kusten, mochten elkaar
zochten een weg door de wereld
De meet waar iedereen op ze staat te wachten
Twee gebroken harten vonden elkaar
de zon sneed hun ogen open.

houten kentering – iniduo

bij aanvang van de donkerblauwe nacht
dooft een zwerm van woorden

smoren klanken in gehemelte
zonder dat ik nog geduld betracht

op deze nauwelijks ontgonnen uren
zingen nachtvlinders in mijn hoofd

kreunen zilveren vleugels op het bot
die genadeloos huid en haar schuren

zal ik wachtlopend vragen stellen
of wandelend verdwalen in mijn slaap

zullen antwoorden zich aandienen
of laat ik argusogen een oordeel vellen

ik wil niet aan nachtlicht vastvriezen
maar helder wakker worden

op een krakend willekeurige ochtend
waarop men zich zou kunnen verliezen

driftregens – iniduo

Laat mij niet denken want dan slaat de vloed al comazuipend
een bres in de wering van los zand, steen en behaard vlees.

Ik heb een eiland in de dag gedroomd. Nu ik wakker ben
moet ik het water tussen de kusten doorwaden. Zonder

aanraking en zonder oogcontact met de golven, enkelvoudig
bij windvlagen die mij in hun zeilen meevoeren. Kan ik mijn

bakens nog verzetten? De zee is meer verlaten dan het vasteland
dat ik moet vergeten.
Ik wilde doorweekt zijn maar kon het niet.

op dinsdag schijn ik heilig – bert de kerpel

Toen ik vanmorgen wakker werd
Zag ik magische bonen met januskoppen
Terwijl ze rolden van goed naar kwaad
Jongleerde ik wat levens op mijn handen

Mijn voeten regen de bonen aaneen
Van kwaad naar goed maar meestal
Omgekeerd. Als ik een steek liet vallen
Deed ik dito met een leven. ’s Middags

At ik chili met pompoentaart, waste
Mijn handen in kinderchampagne en
Gaf de ketting aan de drinkers van
Morgen moet je dromen, slaap zacht.

de strandjutter vindt een pink – delphine lecompte

De kaarsrechte strandjutter vindt een lelijke pink
Hij laat de pink links liggen
Even later vindt hij een poppenkastgeit
Wat een vondst
Zo’n geit zal zijn zieke dochter vast en zeker opvrolijken.

De strandjutter heeft het bij het verkeerde eind
Zijn dochter wordt nog somberder wanneer ze de horens ziet
Hij had de pink moeten oprapen
En de geit moeten negeren
Maar hoe in hemelsnaam negeer je een poppenkastgeit?!

De zieke dochter van de strandjutter zegt: ‘Ga terug naar de zee,
Waardeloze vader! Ga terug en zoek een pink om mij blij te maken.’
De kromme strandjutter gehoorzaamt zonder misbaar
Hij zoekt tot de zeesterren op Russische sleden gelijken
Hij valt in slaap en droomt van Russische zeesterren in koetsen.

Tijdens zijn droom wordt de strandjutter benaderd door zijn zoon
Zijn zoon is kwaadaardig genoeg om een mes bij zich te hebben
Zijn zoon is ook nog slecht genoeg om de pink van zijn vaders hand te kappen
Maar hij beheerst zich voorlopig
En schudt zijn vader ruw wakker.

De zonsopgang probeert zich te vermannen
De vermanning is geslaagd
Het belooft een hete dag te worden
De strandjutter vraagt aan zijn zoon: ‘Wil je mij helpen
Een pink te vinden? Je zus heeft een pink nodig voor haar genezing.’

De zoon van de strandjutter hakt de pink alsnog van zijn vaders hand
Iedereen is blij van de pijn
En de poppenkastgeit wordt verbrand met bombarie.

voor wie het is geschreven – maaike klaster

Er is een tweede maan bijgekomen.
Nu huil ik tranen met tuiten.

Dat doet de maan soms,
water laten stromen.

Als ik jou nu in mijn armen had,
dan zou ik je laten weten hoeveel ik
van je houd. Kom gauw langs,

ik mis je zo.
Volgens mij kunnen wij veel mooier
en veel completer, speelsers onszelf
aan elkaar laten zien als wij eindelijk
ophielden met net te doen alsof
wij voor de ander niet bestaan.

Heb jij mij verstaan? Ik vraag het maar.

Ook dit heb ik in alle haast geschreven,
want ik word er moe van iedere dag
in mijn eentje op te staan. Nu jij nog,
lieveling, word je wakker uit onze
gezamenlijke dromen of blijf je
voor altijd in de mijne slapen?

Haast je. Ik vraag het je.

de beweging – mattijs deraedt

Bedankt aan de beweging,
want het is zij en zij alleen
die mij inspireert.

Nog meer dan het gonzende lichaam
dat blinkt in deze koude kamer.

Nog meer dan het lachen van een vrouw,
jong en vol onzin, maar geslepen
en rad van tong.

Nog meer dan het licht tussen mijn oren,
de geladen leegte na een bloedneus
of het prikken van een nieuw harnas.

Nog meer dan de eindeloze bast die staat
en blijft staan, geolied deint onder liefde.

Nog meer dan dit alles
is het de beweging die me stuwt
en verrast, die me hard en week maakt,
die me wakker schudt en streelt
met haar spannende spieren.

En na de beweging rest alleen nog de slaap,
die maar niet komen wil.

homerus – robert kruzdlo

Doe niet jezelf te kort of wil je niet
verlost worden van de paden die je
boos en toornig maken? Wandel vrij in
de natuur, onbeperkt en zonder doel.
Wat rest is diepe rouw die rust op je
brede schouders in schoon stralend licht en,
… vraag de stilte wat er tampt aan wrok, dat
niet ´t kind van God zich heeft misdragen.
Schud het van je schouders voor je verdwaalt
tussen gekken, wanen, zinloos leven.
Slaap niet in en wees wijs, word wakker in
dauw morgenrood, heldere nieuwe dag

Homerus.