Resultaten voor het trefwoord vreemden

van mij – adriana kingma

Met mijn ogen dicht
en mijn vingers in mijn oren
loop ik de drukke weg op.

Als ik ongedeerd de hoek omsla
staan er honderd bloemen
hard te roepen in de tuin.

Niemand weet dat ze daar groeien
omdat er in de grond
wel vier konijnen liggen.

Daar bij dat huis
waar nu vreemden wonen.

De vloeren zijn er aangestampt
met mijn eerste stappen

En boven ruik je mijn dromen nog.
Ook al hebben ze alles wit geverfd.

december – p. krauwinkel

De dag kruipt gestaag voorbij

Tanden bijten in de wintertijd

Gelaagd gelach van vreemden
sluipt door de kroeg en vergeet:
waar ik was en hoe ik heten

Buiten wordt de kou mij steeds
vreemder en de mensen op afstand
zijn bezig met hun verval

Ze dwalen door de stad
terwijl ze lachen en zuipen

De wind beukt de ramen
en fluistert de steeds dieper
wordende duisternis

Straks ga ik slapen
en ontwaak ik
in het nieuwe jaar

Als de straten bezaait
en rood zwijgen
over afgelopen jaar.

pelgrimpad – marten visser

Vrijwaar deze stoel
laat hem zijn
gastvrijheid behouden

Laat deze deur
geopend, sluit
haar nimmer

Onaangekondigd komt
de verlichte vrijheid
en klopt nooit

Ongrijpbaar vervolgd
ze zwevend als
een pluisje haar
onvoorspelbare weg

Vreemden op je pad
zijn Vrienden die je
nog niet tegengekomen
bent.

* – joost van gijzen

Toch opvallend dat wij,
die zo makkelijk volslagen vreemden
mee ons bed in nemen,
zo bang zijn voor buitenlanders
die naar ons landje komen.