Resultaten voor het trefwoord vlees

blunderlichaam – jessica bakker

Jammermannen rammen
storm dronken winter worst
in mijn apparaat

maar ja, ik droom
oranje bitter perzik naakt
van geur nacht sap

vrij dan vogel
land aan schoonheid

lust je
geen prachtpaar waar
ik melk uit schenk

kus jouw licht spel
met je blik
op mijn roodborst
toe lik deze roos van vlees

spuit mijn verdriet mooi vol
kaap haar, zeg maar
slaap blauwoogje

keurslijf – jacob van schaijk

als je keurslijf je beknelt,
werp het af en neem het
lillend vlees voor lief, kies
voor je naakte dans een
eigen ritme uit, maar zorg
wel voor passende muziek

driftregens – iniduo

Laat mij niet denken want dan slaat de vloed al comazuipend
een bres in de wering van los zand, steen en behaard vlees.

Ik heb een eiland in de dag gedroomd. Nu ik wakker ben
moet ik het water tussen de kusten doorwaden. Zonder

aanraking en zonder oogcontact met de golven, enkelvoudig
bij windvlagen die mij in hun zeilen meevoeren. Kan ik mijn

bakens nog verzetten? De zee is meer verlaten dan het vasteland
dat ik moet vergeten.
Ik wilde doorweekt zijn maar kon het niet.

beëlzebub – iniduo

Het is al één uur en ongemerkt middag, na nachten doorwaken
en verdwalen in letters op het toetsenbord. Gedachten dwarrelen
nog steeds binnen vanuit sterrenstelsels en gangen van kinderlijk

verleden. Ga weg, gespuis. Maak frisse ruimte voor ijverig gebezem,
blaas stof uit de hoeken van het heelal. Wat is toch dat venijnig geraas
van draaikolken achter de windstilte. Dat schuilt als zuchten of zwijgen

nu eikenbladeren eenzaam wiegen. Dat wortelt als dromen in bomen.
Welke genen neigen naar schurende woede. Zelfs nu het vlees is gepijnigd
tot rauwe biefstuk. Zelfs nu het zowaar routineus avond lijkt te worden.

terugschalen – iniduo

er gaan geluiden over de pijngrens
door de wanden van het gehoor
zij verdrijven de afwezigheid
naar ruimten die ik luid doorboor

laat mij wild zijn in het bos
overgeleverd aan naakte aarde
geur van mos en verschraald bier
aan kaalzucht zonder eigenwaarde

proevend van schroeihuiden
opgezwollen in poriën van vlees
uit achterbuurt en bielzentuin
uit kelen roodverbrand en hees

geen zee leek ooit te hoog
en magen waren hongerig geil
ik schakel liever een tandje terug
platgezegd, deze muur is mij te steil

delirant – iniduo

vochtige koorts raast
door mijn cellen van
snerpend schelpenzand
mijn ogen verwarren
het valse licht van
binnen- noch buitenkant

wild vlees vertakt zich
woedend in bomen van
schijnbaar onbenul
pijnscheuten tergen
de krakende zenuwen van
mijn stijve nek

koffieloos mijmeren
vertroebelt mijn denktrant
zondagochtenden
zijn (in dit verband) hoogst irritant

-tussenloos bitter;
zo aanstonds
ga ik de buurvrouw bespringen
om een kopje suiker

big brother – sacha vreling

Ik wil zó dat je naar me kijkt
door je webcam, je Iphone, smart-
en tablet, als ik wulps draai en draai
om mijn eigen as, mijn rondingen
en mijn vlees, mijn geile woorden
over mijn onzekerheden, ik wil
zó dat je naar me kijkt
als ik mijn heupen langs je blikken
en mijn harde tepels
tegen je zachte ogen schuur.

linda (1993 -) – phillipe te bar

Wallen lagen onder haar
ogen als donkere dames
met lusten die zij
juist niet wil voelen

op haar snoeppapieren spookvel dat vaak zo smakelijk
zou kunnen knisperen, maar waaronder nou net weer
botten tot spiesen splijten om daar haar huid door te steken,
waardoor een weg uit die nachtzwarte uit pees en vlees
geweven holte zich opent; vanuit die ultrasone onderwereld
der labbekakorganen, meent zij, dat zij juist dat weer heeft;
onrustig gebeente, mergvol gestut van die bloedlauwe hel, dat
levenslang zinderend kraakt in haar zak van vaal en vlezig vel.
Haar botten willen zich ook wel eens in het volle licht warmen

aan de zon, waarvoor zij zich juist verschuilt als pasgeboren,
baarmoedernatte reeën doen die ook maar verloren rillen
in hoog, dorgeel gras.Voor even verlaten door hun moeder
die, zoals het hoort, gevaren afleidt als wolven en mensen.

De wereld is haar carnivoor waarvan zij, verloren lopende
polonaise van een meisje, de opengesperde muil inhost. Ze
offert zich liever lallend en alleen. Niemand waagt haar zo

aan te raken. Gelieve dat ook nooit te doen.
Teken haar; het is een nadrukkelijk verzoek.

verhalen van de aarde – maaike klaster

1.
 
Het regent bloemblaadjes, dwars door mij heen en die bloesem
blijft maar vallen. Het is zo wonderschoon om van binnenuit te
worden opgewarmd door een zon die buiten schijnt.

Het stof van de straat kruipt langs mijn huid omhoog als ik word
verwelkomd door het gelach op het plein; vervroegde zomerhitte;
kinderen die spelen in de fontein; hun moeders die aan de zijlijn
staan te kijken. Parasols werpen een schaduw op een Amsterdams
terras, waar het leven zonder die beschutting in de stralen van de
zon opgaat als waterijsjes die kleurrijk smelten.

Hier vind je overal om je heen de wereld waar iemand vroeger in
een boek over schreef.
 
 
2.
 
Er is nog zoveel leven op straat na twaalven. Zomerakoestiek,
gelach in de nacht. Restverschijnselen van een ondergaande zon.
De warmte zit ‘m nu niet in de lucht, maar in tegels.

Leg je wang aan de grond, luister naar het zachte gebrom van
de aarde en val in haar armen in slaap.
 
 
3.
 
Sta op, klop het stof van je kleren en doe net alsof je al wakker was.
Het is ochtend en het licht dat je ziet is jouw wekker, is de zon.
 
 
4.
 
De lucht is vol zinnen. Air zingt: “All i need is a little time.”
Vlaggetjes. Iemand geeft een feestje. Vrienden en een bbq.
Kalme families op een kleed. Mannen en hun pitbulls.

Het stof kruipt opnieuw omhoog langs mijn huid. Dit is hoe ik één
met een park word; hoe het park zich in lagen om mij heen vouwt:
herinneringen aan vakanties in Frankrijk, een berghelling in Zwitserland
met rivierglinsteringen. Ik zie boterbloemen, madeliefjes, ben weer drie,
loop verder, voel het koele gras onder mijne voeten, ben ook maar een
mens, een bewegend, levend hompje vlees, naar liefde op zoek, vind
overal hetzelfde, wonderschone stof, adem alles voor de eerste, laatste,
miljardste keer in, loop verder en zing, een melodie in zomerkleuren,
als in een videoclip aan één stuk. Unfinished Sympathy.