Resultaten voor het trefwoord vlam

koffie – pj sas

net wakker zijn is wonderlijk
alsof je nog aan de rand staat
van een gapend ravijn en het leven
pompt door je lijf met een ongekende helderheid
die de wereld in vuur en vlam zet
maar dat alles
kan ook de koffie zijn, zwart
als de nacht

* – joost van gijzen

Begrijp me goed: ’t is heerlijk om naar haar te luist’ren;
Mijn vingers krijgen prachtig kreunen uit dit instrument
Van erogene snaren en verborgen toetsen,
Het afgelopen uur met alle aandacht afgestemd.
Maar ‘k ben gekomen voor haar ogen – in hun duister
Gelokt, en toen die diepe gloed: alsof vandaag de zon
Híer onder was gegaan. Ik zou ze zonder moeite
Véél verder zijn gevolgd dan deze kamer; minibar, balkon,
Het bed en in haar armen – en wat ‘k zag… Prometheus
Heeft nog een vlam, speciaal voor haar, gestolen. In ’t café
Bekeken we elkaar niet steeds, met tussenpozen:
Één lange blik: genoeg – zou zij De Ene zijn? (“Hij bleef
Romanticus, zelfs in hotels”). De klankkast zweet, druipt;
‘k Speel tweeëndertigsten trashmetalgitarist-exact –
En met harmonisch slotgeschreeuw gaan z’ eindelijk weer open;
Besluit ze d’ avond zoals die begonnen is: met oogcontact.

haar nieuwe speeltje – hans goudart

Onder de douche zing ik
stuk ellende, stuk verdriet
laaghartig laffe plompverloren polderlomp
Betrap mezelf op een paar huppelpasjes
Mompel bij de afwas Hork-tot-op-het-bot
Verzucht stofzuigend hardop
Verkloot met voorbedachte rade
Van paleis tot plaggenhut en ieder
pretpark werd een dépendance van Delta
In de Supermarkt Er is veel te veel
waar ze veel te weinig van begrijpt
Wat ze zich verbeeldt te weten
over mannen, over zichzelf…
woorden, woorden, woorden
Geen woord over misplaatste trots.
Haar nieuwe vlam als demonstratie-model
een jacht-trofee in mijn stamcafé
Mijn eerste bier die middag
brengt een refreintje mee
Zijn naam vol mededogen eindeloos herhaald
en in alle talen die ik ken
Arme jongen, arme-arme jongen…

dovemansoren – elize augustinus

Ik zal niet
meer speken
beschrijf mijn
schaduwen al tesaam

ik ben oor
ik was ongerust
vol mededogen
over jou, en wie
allemaal nog meer
rode steden

zilt van me tranen
ik verdrink mogen
woorden in de
krop van me keel
blijven hangen

niet te vangen
aan te raken noch
vlam kan ’t vatten
gescheurde vodden

wie de wereldmantel
om me heengeslagen
heb ik afgeworpen

buiten mezelf niet te zingen.