Resultaten voor het trefwoord violen

lento – enrico lommerte

muziek in mijn hoofd
en de pen schrijft
– cello’s en contrabassen
lamenteren een crescendo –
terwijl de stylo vrolijk wil dartelen
over het papier
eindelijk zonnige lente
wil zingen als vogels vroeg
warmte wil voelen
en delen met iedereen
– violen zetten bij
een zee van snaren
krast door mijn ziel –
de bloemen van de wisteria
half in volle glorie
de geur!
ik drink de atmosfeer
als levenselixer
– dan de sopraan

vanuit het niets
overstijgt zij het huilen
direct naar de zon –
daar vinden wij elkaar
de hemel huilt mee
vogels dalen neer
omvliegen ons
zodat wij niet te hoog stijgen
synthese van twee absoluten

hulploze onschuld grijpt
wij laten rozen dalen
één voor ieder


Bij: Symfonie nr. 3, deel I, Henryk Gorecki

valencia – hans goudart

het eerste ochtendlicht
een streep aan de horizon
donderend aanrollende golven
grote trom onder de onweerswolken
& kletterende hagelstenen op een zinken dak
in de stilte van dit uur

na de koffie aan de kade
een verkwikkende motregen
mild, zachtaardig
een briesje rimpelt
schitterende golfjes over helder water

het geluid van mandolines
dansende bootjes : canaletto
een speels staccato van touwen
tegen vlaggenmasten

ik sjok door de lome middagzon
doffe stappen over een stoffig zandpad
een kiezel rolt voor mijn voet uit
vreemde holle klank
wuivend koren zonbeschenen
goudgeel inderdaad
vaalroze en oker verweerde muren
generaties mysteries daarachter

onder een boom : op-art
verblindend spel van licht en schaduw
beweging, ruisend gebladerte

ik droom een heldhaftig verleden
grootse veroveringen
tromgeroffel, trompetgeschal, violen
en meeslepende liefdesavonturen

er zoemt iets in mijn oor
ik ontwaak
in dagelijkse ongemakken
een droge keel, jeuk.
een insectenbeet
een onbestemd gevoel
over een nooit ontvangen brief

de schemering telt wiegende populieren
aan de einder

aan de einder
valt de avond vlotjes
daar zijn de sterren al

de stad baadt in gekrakeel
nauwe stegen weerkaatsen
rauwe vrouwenstemmen

klaterend kindergelach
bij de fontein
nerveus pulserende motoren
aan de streep bij het stoplicht
opgewonden commentaren, hooglopend
mannen op straathoeken
in groepjes bij elkaar

tussen keuken en eetzaal
zwaaien klapdeurtjes
driftig heen en weer
bestek kletterend neergepletterd
luidruchtig gestapeld vaatwerk

op het terras
in gemijmer verzonken
de oude dichter
laat een boertje

zwarte koffie – myrte leffring

Vijf dagen geleden
duwde zij
de deur dicht.

Ze had hem gekust,
driemaal op de kaken.
Ernstig.
Zware violen
klonken uit de keuken.

Ze had hem niet aangekeken
Ze had geroken naar zeep
uit Bretagne.

Ze had onhoorbaar gezucht
en haar jas over de arm geslagen.
Er miste een knoop aan haar mouw.

Het haakje waaraan haar jas hing.
Het kopje waaruit zij had gedronken. Melk
met een klein schepje suiker.

De wasknijpers die haar nylons
liefdevol hadden vastgehouden –
nutteloos als vogels, als muziek,
nutteloos als de lucht, als het licht.

Vooral maandag heeft hij heel erg gehuild.

burengerucht – jacques santegu

van alle violen die ik bouwde bestaat er geen grotere
dan de deur waar de buren gek van werden
toen hij gesmeerd moest,
is mijn kat weggelopen omdat ook de muizen
geen grotere kenden en
de jacht op die torenvalk bracht geen soelaas

mijn huis kijkt recht in de wind
de kinderen huilen minder hard als ze moeten slapen
mijn huis staat op een berg
in de tuin groeit een klotsende zee
mijn voordeur op een kier