Hij zag haar onschuldige glimlach met de dag een beetje verdwijnen. De maan viel nog steeds niet uit de lucht. Zijn zwakte, het verlangen was zichtbaar, in elkaar gedoken, gestrest van zichzelf, schoof hij de dagen verder en verder opzij. Besluiteloos was hij zonder haar, zonder zichzelf, zoekend naar iets dat hij nog zou kunnen voelen nu hij weet dat zij er echt, echt niet meer is. Hij kon zich nergens, nergens meer aan vastklampen, haar woorden waren zijn enige zekerheid, een zekerheid die nu voorgoed verdwenen was. Telkens, telkens probeerde hij ergens anders aan te denken… ergens anders, ergens anders, ergens anders... maar elke bloedcel in zijn lichaam, steen in zijn huis, letter in zijn boek, droeg nog haar adem, nog haar naam. Hij kon gewoon nooit meer winnen, niet van haar, niet van zichzelf, niet van de ander, niet van de rest. Zonder haar was hij een lege huls vol wanhoop en verdriet, lucht zonder aarde die helemaal niemand meer kende, niemand meer liefhad, zelfs zichzelf niet meer zag. Hij was onzichtbaar, stuurloos ontspoord door ellende, hij was een gebroken ziel die verdwaald alleen naast de afvalbak lag.
Resultaten voor het trefwoord verlangen
Soms komt het voor
dat je voor elkaar voorbestemd bent
blind verliefd, idolaat bent
en toch voor elkaar afgesloten wordt
het vuur raakt bevroren, in trance
alsof de stilte het verlangen temt
omdat elk woord te veel gewoon pijn doet
Soms komt het voor, soms
en toch blijf je hopen, hopen, hopen
want het is er, je voelt het, je weet het
maar je kan er niets aan doen
je kan het niet aanraken
Het komt voor, het komt voor
maar gelukkig niet meer bij ons
want jouw stem heeft het ijs gebroken
is het nu zover?
hoe vaak schuiven vogels voorbij
langs luchten uit de hand
als voorbode van kantelend tij
dorsten in zee of verdrinken aan land
nu de bomen ontharen
wil ik hen met liefde omhangen
zeg me niet wat ik al weet;
wie de onrust niet kan bedaren
blijft de keizer van verlangen
mijn honger naar genade
laat mij verlangen
mijn verlangen
laat mij vluchten
mijn verleden vlucht
naar verre bestemmingen
mijn vergeten
laat mij herinneren
mijn toelaten
laat mij verlaten
mijn navel
laat mij staren
mijn gedachten
laten mij dwalen
langs het gewichtloze
van mijn gewicht
en mijn luiheid
van lijf en leden
doet mij vervagen
door mijn blindheid
voor het hier en nu
ik ben neergedaald op een open plek
te midden van zwijgende stenen zuilen
het gewone lijkt daarmee bijzonder gek
en het lachen staat mij nader dan huilen
ik ben opgesloten in een bakstenen gedicht
om te rijpen in een kluis van jaargangen
totdat ik mij weer zelfverzekerd opricht
zonder weet van gemis of verlangen
ik ben omwonden met verstikkende rede
in verstijfde talen met codes en symbolen
alleen het allerbeste stelt mij tevreden
hetgeen ik luid laat horen, onverholen
ik ben verloren in een belofte van goud
mijn wereldbeeld is om z’n as gedraaid
alle blauwe dagen worden vanzelf oud
nu ik weet dat alles van stof verwaait
Als wolken zwaar boven de akkers hangen
de koningen hun kroon verliezen in de strijd
Als angst het wint van een ondragelijk verlangen
dan wordt het tijd
dan wordt het tijd
verwacht
je te verwachten
dat ik jouw verwacht
je in mijn bed bedacht
over denk en over schenk
proost ik op ons verlangen
woorden die mijn geweten niet ontvangen
in de stilte zeg ik jou
driemaal raden,
ik slaap vannacht naast jou
Ode aan Jean Cocteau
I
Het enig werkelijke
Ben ik, zelf in de crypte
Van mijn eigenheid
De driehoek slaakt een zucht
Een zucht in glas tussen lood
Goud, geel, groen en blauw licht
Hier nemen wij afscheid
Van hem die nu de doden nader aan het hart ligt
Voorheen was hij een en al levenslust
Jong en vol dromen sterk en
Bezwangerd door al wat moest komen
Het groene licht vluchtte zojuist
In een verbogen voluut
Ik herinner mij de kracht
Van jouw zinderend vergeten
Van jouw ziedend stoomwit
Gestaalde gedachten
De vrouw die jouw schede was
Hoefde niets te verwachten
Zij behelst de drang van jouw groei
Tot in de kleinheid van herkenning
Tot in het kleine voelen
Tot in het stille bloeien
Van planten in de tuin
Tot in het oneindig doorgroeien
Van het aantal sterren
Aan het begin van de avond
Je omhelst hun schittering
Je stort je blind
In het verlangen
Naar hun glans
Gedwongen en onteerd
Alsof niets van al wat ik zei
Je kan veranderen
Zonder woorden ben ik niet vrij
Dacht je bij jezelf
Nee, je schreeuwde het in je hoofd
Ik hoorde je
Gekweld door kleinigheden
Gekweld door lasterlijke taal
Een mens is in zijn streven
Altijd ondergewaardeerd
Mijn ziel, de kinderen
Zij plooien hem in de
Duistere krochten van hun
Onberispelijke lofzang
Jij bestaat net als ik
Net even iets anders
Ik droom
II
Het goud van glas
Dat nu over je ligt
Streelt de plooien
Die giechelend schroeien
In de dans van jouw liefdesspel
Zoals zij glooien
Gladgestreken, dat wel
Als een antwoord
Je verslinden van top tot teen
Ik droom
Ik droom zonder schroom
Van een warm bad
Van klotsend vloeibaar goud
Dat mijn geest likt
En mij vult
Al mijn openingen
Zachtjes kussend binnensluipt
Hoorde jij mij
Of ben jij mij geworden
Ik droom
III
Dwang drukt op liefde
Van een onderdaan
Dwang drukt op de levenslust
Van een onderdaan
Een hersengolf die je
Bijna om doet slaan
Rijs nu, ga staan
En eer dit dode lichaam
Was het bijzaak
Dat je hier nu ligt
In een beschilderde kist
Gesloten, jij bent al naar huis
Wij eren hier de
Voetafdruk van jouw ziel
En zijn verwonderd
Dat je bent vertrokken
Wij zijn bang om te erkennen
Dat jij niet jouw lichaam was
Ik droom
verlangen is een hemelgeest
liefde een kluizenaar
Ik hou vast aan de meester zonder gezicht
Een beeld van stralend helder licht
Ik zie alles in dit licht zonder lichaam
Zwevend over de aarde zijn overal regenbogen
Dit licht doorstraalt mij
Rijen huizen rijzen aan de oever van een brede rivier
Achter de huizen liggen bergen van stralend groen
Trillend in deze regenboog zag ik mijn gezicht
Een beeld van stralend helder licht
Steentjes in allerlei zachte schakeringen bruingrijs liggen in een bed van zand
Ik loop hier lachend door groen golvend land
Boomblaadjes dansen in licht dat al twinkelend de kloof van mijn verlangen dicht
Ik loop hier lachend door groen golvend land
Een geluid dat mij lijkt te doen draaien, grind knarst onder mijn voeten
Gelijk de bal van mijn voet bij iedere stap die ik zet in het uur van mijn stilte
Een streling van koude lucht kleeft als een zuigzoen onder mijn jas
Zand stuift op boven het smalle door braam en brandnetel overwoekerde pad
Enkele wandelaars lopen achter mij
De afstand tussen ons is groot genoeg om in mijn wolk van stilte te blijven
Glinsterende groene klank van duister blad
Blad dat in de verte met een zeker geweld deint op de aangezwollen wind
Ik lach om het onbekende in de wind die mij vijandig lijkt te zijn
Lachen als een dwaas om een grap die ik niet begreep
Een poets die mij gebakken is, niet door een bekende maar door een onbekende
Een meester die zijn gezicht niet laat zien
Ik ben een verdwaalde dolende ziel in het aardse
Bijna niemand zoekt of vindt echt, het ondenkbaar spirituele blijft onontgonnen
Ons lonkt slechts de consolidering van dagelijkse geneugten
Wij willen niet verlost worden en zouden zeker de verlosser weren
Lag in mijn luide lachen dat helder klonk niet het onbekende besloten
Was het misschien juist dit niet weten dat mij even verhief
Alles is relatief en hoe graag ik het ook wil ontkennen ik heb het leven lief
Dit lijf dat ik ben is niet alleen leeg maar zit vol met bloed en meters gevulde darm
Ik heb geen eigen wil, maar verwerkelijk de wil van de natuur
Ik heb geen eigen geest, maar leef de universele geest van de mensheid
Ik hou vast aan de meester zonder gezicht
Een beeld van stralend helder licht
Ik zie alles in dit licht zonder lichaam
Zwevend over de aarde zijn overal regenbogen
Dit licht doorstraalt mij en huizen rijzen aan de oever van een brede rivier
Trillend in deze regenboog zag ik mijn gezicht
Een beeld van stralend helder licht

Recente reacties