Resultaten voor het trefwoord venus

wij zijn juweel. heel even. – harry m.p. van de vijfeijke

Een zomerdag is op zijn zomerst en het prachtigste gedacht
als ik, geoefend zomerconsument, de dag laat rollen
als een niet te rollen zachte karmozijnen mat.
Hoe doe ik, anno heden, dat?
Ik wentel mij uit diepe slaap alsof ik
nachten nachten licht bewegend gleed.
Ik laat mijn blik gaan naar opzij, jouw ogenblik is die van mij.
Ik zie je opgeschort katoen, schuldjurk van de nacht, prachtpon.
Zeg geboorte, Venus, Botticelli, kom met mijn handen
vingerspitzend thuis, een reis voorbij.

Wij zijn juweel.

Heel even.
Het is dan pas half negen.

De klok rond is de mat ontrold.
Wij zijn zonbewerkt tot karmozijn
en rusten zacht.

* – jan zeegers

Herr von Ufoberg en ik waren zaalknecht
op de psychiatrische afdeling
van bungalowpark De Katjeskelder.
We hadden seks, maar het was ruwe seks,
en we werden betrapt door agenten met een lasergun.
Ik spuwde zijn sperma in een plastic zakje en gaf het aan de politie.
De rechter noemde ons “het bewijs
van de absolute neergang van de beschaving”.
Zelf droeg hij een horrormasker en een enorme
voorbindpenis van vijfendertig centimeter.
Na mijn vrijspraak nam ik bulkdrugs uit de super.
Het kicken was goed. Het flippen geweldig.
Als het regent op Venus
zien meer mensen vliegende schotels
en dan trap je keihard in hun kloten
tot je vlees op straat ziet liggen.