vaag
maar
…
mist
omgeving
van waar
gaat dit
naartoe
en hoeveel is
dit waar
vat
slechts
de helft
kan ergens
ook voor een
derde
waarheid
maximaal
half rund-
vlees
vanwaar
dit einde
?
vaag
maar
…
mist
omgeving
van waar
gaat dit
naartoe
en hoeveel is
dit waar
vat
slechts
de helft
kan ergens
ook voor een
derde
waarheid
maximaal
half rund-
vlees
vanwaar
dit einde
?
no go
noorse zeelieden noodkerk
dat schijnt over de hele wereld
fenomeen te zijn
zo ook loods 22 op nomadeneiland
christus vaag op achterwand
no go area
opslag voor cacao
deportatie-doorgangshuis
nazi razziaslachtoffers
ophaal overwonnenen van geallieerden
meisjes in bedampte auto’s
hun shot voor het werk
witte figuren onherkenbaar door de verte
lopen in eindeloze rij
op vier meter afstand van elkaar
de noren
de heroïnehoertjes
hun pooiers
arbeiders
de uit hun huis gehaalden
van in en na de oorlog
op een rij voorbij
voorbij
voorbij
voor mij
een rij gevangenen
juist ja eindeloos witte figuren
witte figuren in een kring
voorlangs en achterlangs
’t blijken er maar vijf
in een zeer vicieuze cirkel
totdat het loket
waarlangs zij moeten ter controle
omvalt
de zakken met cacao sjouwen
in blauw licht
omgooien
een echoënde knal
weergalmt door de hal
:
examenzaal
zitten de zwoegers diagonaal
schuren hun stress
van zich af
voor zich uit
knallen zichzelf voor hun kop
had je maar beter moeten
leren beter lezen
of is het toch bureaucratie
pak uw tafel op en wandel
achteruit naar achteren
aarzelend wegwezen
verdwijnen tussen pilaren
met tafel en al
beproeving over
alleen is de loketman
staand naast zijn liggend hok
hij draait zijn 2 meter om en loopt
88 meter recht naar achter
opgewacht door twee witte wachters
opgevangen
tussen hen in
op een stoel gezet
frontaal totaal omgedraaid
88 meter overgestoken vlakte voor zich
een veroordeelde
of minstens verdachte
christus vaag op achterwand
geeft rugdekking
achterin noorse noodkathedraal
lang laag
helemaal
tussen duim en wijsvinger
bidden kan altijd nog
Wat van een afstand stilte leek
blijkt vaag vertrouwd een samenspel
van verteren en verstrijken
nu mijn hoofd bij jou
een tweede thuis gevonden heeft.
Leven en dood planten zich hier
als onder water voort,
dringen zich op
als in het donker waar ik was
voor tijd en plaats bestonden.
Je moet het geluk afdwingen
Achter je scherm en
Ook in de badkuip
Dat zeggen ze ’s avonds
Nu is het te laat
Maar als ik niet stik in mijn tong vannacht
Dan heb ik morgen om het te doen
Het afdwingen
Ja, ik heb een plan
Het is nogal vaag helaas
Het ontglipt me
Als een baars een beer
Of was het een zalm?
Vergeet niet dat de vis een wezen is
Pas daarna een moot op een piepschuimen bodem
Overdekt met plastiek.
Ik lig in mijn onverlichte bed en
Denk aan mijn nicht die
Vroeger onder mij lag
Ze had dromen
Ze heeft haar dromen waargemaakt
Haar dromen van een villa in de duinen
Een braaf advocaatje en een hond zonder flatulentie
De hond is braaf en het advocaatje is winderig
Ze zijn heter dan de buren die
100 meter verder wonen
In een kleinere villa zonder naam.
Klink ik bitter
Dan heb je mij slecht gelezen
Ik hou van mijn nicht
Ik zou haar hond nooit vermoorden
Nooit in brand steken haar gordijnen
Ze lag altijd onderaan in het stapelbed
Ik lag hoog badend in angstzweet,
Stikkend in zure beertjes, lonkend naar een onbegrijpelijk hemellichaam,
Naar de bleekheid die haar polshorloge had achtergelaten
Vaak schrijvend, schrijvend bizarre verhalen
Ze las mij graag toen we negen waren.
dus ik ben jouw rijmsletje
behoor tot de toeristische
abstracties, zeg je, hebberig
aan raming blootgesteld
mij in je storm weggeblazen
zelfs mijn schaduw liet los
maar mijn haar bleef zitten
wanneer ik je dat vertel
en jij me dan zegt:
doe ’s niet zo vaag
gina
weet ik dat het weer
een dagje kut met
beren op de leg-
batterij wordt
geen woord geloogd
nietwaar, meneer Den Dighter?
Recente reacties