Resultaten voor het trefwoord uniek

Aforisme

Tegenwoordig betekent uniek net even iets anders.

Peter de Groot

angsten van een vader – hanny van alphen

daar ik nog maar een guppy was
die veilig door het water zwom
van een verwarmde vissenkom
wist ik nog niets van ’t mensenras

dat zich beter, hoger waande
een hersenstam, volstrekt uniek
-zo wreed en moordend hun tactiek-
regerend over het bestaande

toen ik allang geen gup meer was
en voor de lieve vrede vocht
er alles wist van brandend gras

ontbossing, vuige jagersjas
van oorlog, droeve dodentocht
begreep ik vaders angsten pas

visie is uitkijken – peter de groot

beter een slecht gedicht,
dan geen gedicht

was ik het
mee eens

zeg was
bedoel ben

niet benne
die rappert

– onder anderen
en andere –

maar weet je
wat echt erg is

een matig gedicht
met een zeer zwakke clou

een mislukte poging
waar niemand raad mee weet

omdat de zwakste schakel
zo uniek is

dat je denkt
enkel totaal afbreken
kan van dit gedicht
nog iets goeds maken

maar ik doe er geen
moeite voor

kijk wel uit

de berg IV – walmzand

Sela.

mijn geheime reus
pas heel laat kreeg jij een naam,
je zijn beschrijft die niet
als entiteit verdien je beter

je grandeur wekt ontzag
je grillige luimen teisteren soms
je plaats tussen je gelijken uniek

zij deren mij niet,
een Joch meer of minder
nee, jouw naam
die uitdrukt wat jij werkelijk bent
heb je nog niet
hoewel ik je hem al wel gegeven heb…

de europese beschaving – hans van willigenburg

Ik verdiep me in iets om me niet in iets anders te hoeven verdiepen.

Op slinkse wijze probeer ik gesprekken naar dat iets te sturen.

Ik braak mijn indrukwekkende kennis over dat iets uit.

Men zegt dat ik over dat iets ‘interessante gedachten’ heb.

Veel kaartjes, mailadressen en 06-nummers worden mij aangereikt.

Thuis, voor de spiegel, zeg ik: ‘Zo, zo, interessante gedachten.’

Een zaal in Boedapest luistert ademloos naar mijn stelling.

‘Doe ’t nog een keer, bij ons,’ zegt iemand uit Kazachstan na afloop.

Op mijn hotelkamer denk ik: ik zit er nu aan vast, aan dat iets.

Maar het lucht op als ik bedenk dat dat iets een constructie is.

En dat ik die zelf gemaakte constructie elk moment op kan blazen.

De volgende morgen herlees ik in de taxi vol ongeloof mijn verhaal.

Ik realiseer me dat het een goed verhaal is, dat nog jaren mee kan.

In het vliegtuig kijk ik omlaag en denk: waarom meer van hetzelfde?

Op het minutieuze toilet mompel ik dat dit de beste levensfase is.

In de rij voor de douane voel ik me een paar seconden uniek.

Als ik mijn koffer pak, weet ik het zeker: ik ben een zielenpoot.