Resultaten voor het trefwoord TV

dag mijn lieve amsterdam – berry tunderman

Zie je straten, bruggen, je gebouwen.
In een film of op tv.
Van oude liefdes blijf je houden.
Op afstand anders dan je deed.

Natuurlijk goedgemutst volk.
In de Ferdinand Bol.
Kwam het steeds minder tegen.
Aan de pijp in een crackhol.

Kroeg op de hoek met tante Sjaan.
Een lied, een mop- belegen tijd.
Sjaan dood waar de dagen gaan.

Geen scheiding verloopt gladjes.
Loop nu met een boeren pet.
En in mijn gang verdwaalde padjes.

omgekeerd t-shirt – pallas van huizen

Ze trok de gordijnen recht.­

De snijdende communicatie, een radio door de dag.­
Misschien zijn tomaten toch geen groente.
Uit medelijden verpulvert hij uienschillen vol onbegrip.

Als pratende katten tegen bolle zeilen.­
Er is niets dat hij niet zou willen doen.

Fluistert zij voorzichtig tegen de wasmand.­

Waarom de groentesoep koud stond te worden,
de kaarsjes al een half uur gedoofd waren,
het geluid van de tv uit stond.­

Alleen in stilte hoor je pas hoe leeg het is.

 


YouTube: omgekeerd t-shirt – pallas van huizen

je bent er niet – pallas van huizen

Ik vervang de afvalzak,
doe de afwas, de was, boodschappen,
eet en drink.
Leegte, leegte, leegte.
Het leven gaat door.
(Als een stampende motor vol met benzine.)
Ik zet de computer aan, de tv,
youtube, teletekst.
Deuren en ramen open. Frisse lucht, zuurstof.
Ademhalen, kleine traantjes.
Het licht uit en aan.
Leegte, leegte, leegte.
Het leven gaat door.
(Als een stampende motor vol met benzine.)
Mensen gaan naar hun werk, naar huis,
naar vrienden, naar hun geliefde.
Lopend, met de fiets, de auto of de trein.
Het leven gaat door.
(Als een stampende motor vol met benzine.)
Leegte, leegte, leegte.
Het leven gaat door, door, door.
Keihard door, door en door en door.
Ik sta nog steeds stil alleen.

alleen mijn huid – janine jongsma

alleen mijn huid verzet jouw zinnen
maar de woorden glijden van mij af
ik word niet warm of koud van je
je zet me in de stoel neer voor de spiegel

haalt snel een washand over mijn gezicht
en zet mijn arm zorgvuldig terug in de kom
in de badkamer huil je de vlekken uit mijn lingerie
je borstelt mijn haren en telt hardop honderd slagen

vraagt of ik mijn lievelingshaarband in wil
maar besluit uiteindelijk tot een paardenstaart
beneden kus je mij teder gedag, ik staar naar de tv
mijn borsten kijken jou onbewogen na

de kat telt de uren af, gebruikt mijn been als krabpaal
jij belt vanaf je werk hoe het gaat, dat je laat bent
en of het goed is dat we Chinees eten
ik neem niet op, dat doe ik nooit

kruispunt – calvin smith

in een speeltuin speelde zij
in een vergetenland door
kranten en beelden op tv
wist ik het ook maar
tranen douchten op mijn kussen terwijl
mijn zusje verkracht lag te slapen

een doodstraf lachte ik hem toe
een levenslang schreeuwde ik hem toe
toen moest hij slapen en niet wakker zijn
vrijheid zorgde dat ik verdwaalde door
woede raakte zelfs mijn woorden op
mijn zusje sloeg hij kinderplezier weg

bomen blijven tegen mij zwijgen en snikken
toch heeft mijn hart het vergeven maar
niet vergeten staat hij bij een kruispunt waar
mensen heen en weer vliegen in de wind
trilt haar koude handje in de mijne
kijkt ze angstig in het verkeer

soulsista – maaike klaster

Voor Anouk

Anouk, hoe doe je het toch, door een voltallig dameshockeyteam
in elkaar geslagen worden en dan tevreden lachend weer opstaan?
Niemand kan zeggen dat jij niet lief bent, niet zolang ook ik dit
kleine kut-kut-kikkerland bewoon en ik vrijwel dagelijks in de
haatvragende ogen moet kijken van al die loederpoesjes die thuis
blijkbaar niet aan hun trekken komen. Wij weten allemaal wie hier de
Bitch is – niet ik en ook jij niet. Mensen die beweren dat jij na zoveel
verneukerijen misschien toch niet zo slecht bent als wij allemaal
dachten, hebben zelf te vaak in de spiegel van de duivel lopen loeren.

Als ik jou in die ene video met jouw kinderen cakejes eten zie, kan ik
enkel denken: ik hoop dat ik straks ook zo’n goede moeder ben, want
jij bent een zoeterd, een lieverd, een Swiet Moffo voor jouw kinderen.
Een schoonheid ben je ook, maar veel mooier naturel, zonder de
fratsen van een man met losse handjes en een donzen poederkwast.

Op de radio hoor ik jou zeggen dat die vakantie naar Frankrijk vorig
jaar voor de kinderen en niet voor jou was bedoeld, maar daar geloof
ik niets van. Jij mist een man, en terecht! Tot nu toe waren het
schooljongens in veel te grote maatpakken met, helaas voor hen, een
vrouw aan hun zijde die hen in alles overtrof. De volgende keer gun ik
jou een man met een flinke pik, een hart dat klopt en jullie kinderen er
omheen, niet tussen jullie in. De volgende keer gun ik jou een gezin.

Tot die tijd mag jij wat mij betreft zo vaak je kunt met de billen bloot al
het rode kant van de wereld aan die moederhoeren laten zien, zodat zij
voor eens en voor altijd zullen weten wie met liefde schijt heeft aan wie;
wie met recht een gouden keel en al die shitnoteringen verdiende.
Dat ben jij, tot het eind der tijden, en wij zijn er allemaal bij.

Laat bijna blote, lieflijk fluitende tienermeisjes zich nu maar over die
giebelende, met iedereen bevriende dj’s ontfermen. Die diskjockeys die
niets liever willen dan zich, liggend op hun rug, met hun handen in de
nek en een aangenaam kriebelende geitenwollensok over hun ietsie pietsie
kleine piemel geschoven, door zeventienjarige, in krappe, katoenen slipjes
gehulde internetfans met een verwarmende, gouden regen onder te laten
sproeien, om zich vervolgens druppeltje voor druppeltje in hun giecheltje
te laten piesen. Daar hoeven wij niets voor te doen, zij graven publiekelijk
hun eigen graf. Er zijn prostituees die er meer van weten. Net als zovelen,
want die dj’s vertellen het zelf op tv.

De rest van de wereld heeft jouw stem allang gehoord. Het enige wat jij hoeft
te doen, is de deur van die loden kooi open te gooien en al zingend weg te
vliegen. Jouw New York is klaar voor. Sterker nog, daar was jij al! Laat het
ons nou ook maar horen en rauwer dan ooit tevoren. Wij zijn één en al oor.

een soort zappen – hans goudart

Op TV zie ik een meisje
Engelengezichtje in een vluchtelingenkamp
Ze zit te tekenen
Een hulpverlener maakt een praatje met haar
Ze tekent ‘een weg’ vertelt ze
Over de weg komt een colonne tanks aangerold
Waar gaan ze naar toe, wat gaan ze doen ?
Ze gaan ons huis kapot schieten
Of ze er vaak aan denken moet ?
Ze droomt er van
Heel vaak,
elke nacht.

Ik heb meer tranen dan ik dacht.

In mijn geheugen valt een luikje open
mijn gedachten gaan naar 40-45
Letterlijk onder de grond
mijn vader en mijn ooms kaartend, pratend,
lachend, drinkend
Tussen de kieren door van het parket
stijgt hun sigarettenrook de kamer in

Jaren voordat ik geboren werd
maakten mensen er al lang het beste van
Liefde is de druppel die
het tranendal doet overlopen

Plotseling paniek: Moffen in de buurt
Er dreigt huiszoeking, een inval
Mijn tantes manen stampvoetend tot stilte,
leggen de onderduikers een rookverbod op,
steken zelf sigaretten aan.

Aneline-potlood…
Mijn broertje zit te tekenen
Vellen vol vliegtuigen, vliegtuigjes
sommige rokend en brandend
Een van de soldaten maakt een praatje met hem,
wijst een neerstortend toestel aan,
vraagt ‘Waar komt het vandaan ?’
Het antwoord van mijn broer:
Op de staartvin en de vleugels
voegt hij kleine hakenkruisjes toe.

man isst – ploos

vlees dat zich zo verzoveelvoudigd heeft
gedoemd tot geen beweging meer
dan doodgaan
is

bed dat volstroomt met obees die zich
voor wat nooit zijn laatste maal is legt
een mens die uit zijn huis gehakt moet worden
is

spektakel op tv
we voelen oh wat voelen we
maar net niet vol genoeg ontzettend met hem mee
of haar

als er geen zwaartekracht bestond op aarde
stegen zij vermoedelijk tot hoogste hoogten
passeerden zij gemakkelijk de volle maan

uit de overvolle hokkenwagens
steken dierendelen
krulstaarten en bleke oren — kale kippenhalzen
elkaar tot bloedens toe naar onze kroon

ironisch is het woord allang niet meer
het is het mededingen
waarin de hoon zich zegt
de dithyrambe ongehoord is en vergaan

zondagavond – bennie spekken

ik kom langs je huis
je zit op de bank
de rug gerecht
in afwachting van

de tv staat aan
je kijkt uit het raam
buiten beeld
is iets veranderd

straat boom wind
auto man met hond
een verregende zon-
dag man met hond

het verlangen trekt
de gordijnen dicht

toegedekt – frido welker

het is een verloren wereld
ze ligt nog
op zondag gaat nog altijd niemand
tot ze maandag smelt is het landschap stil
bijna zoals zonder moeite, de beweging weg,
ingesneeuwd en zelf opgesloten
buiten bestaat niet
rusteloos voor de tv, geschrokken
is een continent stil

geen brommend luchtruim
geen stormen in een schimmige wereld
geen liefde
om het licht voor uit te doen
er zijn geen auto’s om het zout in te wrijven
maar de huid ligt al genoeg open
om pijnlijk te zijn
geen pleisters op de sneeuw
maar toegedekt de huizen