Resultaten voor het trefwoord tragiek

mijmering – joost de jonge

Wat mij raakt is jouw lach
die als een afgevallen blad op het water
rust op jouw tragiek

Als een kathedraal
majestueus geheven
grijpen takken in elkaar
een Gotische boog beschrijvend
die zich tot in de verte uitstrekt

Ik ben een dolende
terwijl God slaapt
zijn wij wakker in de droom van God
wanneer hij wakker wordt
zal hij zich niets herinneren
en ons onze dromen teruggeven

Donker en stil
gefilterd licht valt
op het voetpad
boven mij is het bladerdek
nagenoeg dicht

de sprong – fred tak

de tragiek was
dat hij zo van hoogte hield

van dak tot goten
torens bergen
luchten ijl
zijn leven lang al
wilde hij niets horen
van wat beneden lag te zwijgen

schaduwen van brede vleugels
zwaar en moeizaam
slepend over zware grond

voorbij de rand van deze wereld
het daverend gelach van pierlala
het gat daar ver omlaag
zo hol verleidelijk
dat ja

toe kom, niet bang
je kunt hier vliegen
de rest nu van je leven

zeemijlen – nic castle

Als ik je nu eens vroeg de meeuwen
uit de lucht te wuiven, de woede
in je dochters stem te doen uiten, de
grenzen te verstuiven, ging je
verder, zou je verder gegaan zijn als
ik het toeliet? Ik hield van je

en elk toekomstbeeld bleek voorbij, bleek
te zijn onttrokken aan wandelpaden, goden
verzen en de eindeloze stapel boeken die je
overal met je mee zeult. Van tragiek
en destructieve relaties, van mensen die
alsnog niet zonder elkaar kunnen, al is er verder
niets meer van beiden over. Van muren met scheuren.

Soms kijk ik je aan, en dan is het zo stil vanbinnen, is het zo
gebroken dat zelfs de echo dood is, dat zelfs
geluid niet meer beweegt. ’s Zondags lees ik boeken
en kijk jij tv, de poes slaapt, je dochter ook, en bij
het avondeten praat ik over kostscholen, te-
huizen, praatprogramma’s– en hoe vreselijk ze allemaal wel niet zijn.

Ik heb je lief, nog steeds, hoewel ik moet zeggen dat
de manies, de eindeloze vellen leeg papier, de scheldpartijen tegen
de kat en al diens voorvaderen, de koudgeworden
ledematen en de koudgemaakte thee het me alles
behalve makkelijk hebben gemaakt. Wanneer ik zeg
‘neem me mee’ bedoel ik niet de lucht is zo donker
en elke afgelegde kilometer is er één, hoop heeft een
zwelling in de linkerborst, heb jij een mes-o ik ben zo
bang in dit donker, ik bedoel: de viool ligt daar niet
voor niets, mijn lief, en onbespeeld zijn die klanken veel te rauw, veel te
open voor deze dag. Ik heb de kaas en mijn zomerjurk en
de strijkstok al klaargezet. De glazen staan in de gang. Laten we
zeemijlen gaan verzetten.