Resultaten voor het trefwoord thee

endlösung – august tholen

Voor altijd vergaderen ze daar,
de vijftien, in de Berlijnse villa
Am Großen Wannsee.

Regende het? Sneeuwde het?

In het ketelhok van de hel
overleggen ze voor eeuwig
op welke wijze miljoenen
mannen, vrouwen en kinderen
te verdonkeremanen.

En zelfs de duivel, die ze tracht te
onderbreken voor versnaperingen
– koekjes en thee – stuit op hun
ijzingwekkende zakelijkheid,

wordt door hun boekhoudkundige
moordzucht gegrepen en fluistert
– ondertussen gedienstig thee
schenkend – voor zich uit:

Als god nú nog bestaat
heeft hij het niet begrepen.

­verziekt – pallas van huizen­

Er is bijna altijd meer aan de hand.­ Het is nog niet eens de buikpijn als ze mij daadwerkelijk laat vallen, maar vooral het liegen, anders voordoen, de stress die zo’n pijn doet, die ik voel en meeneem naar mijn werk, naar huis.­

“­Het geeft me een kick.”­

Ze stond op, gaf hem een kus, trok een joggingbroek aan en liep door de achterdeur naar buiten.­ Uit een vuilniszak haalde ze een pakketje tevoorschijn.­ Een pakketje dat hij handig uit haar handen griste bij de deurpost.­

Beneden op tafel stonden twee lauwe kopjes thee, wat lege blikjes en een glazen asbak die hij net geleegd had.­

“­Geef me je pas eens.”­

Hij strekte als vanzelfsprekend zijn hand uit en wachtte tot hij de plastic rand in zijn hand voelde.­ Zonder elkaar aan te kijken sneed hij het pakketje open.­

“­Ga maar alvast op je buik liggen.”­

Het is altijd even spannend dat moment, maar na vier jaar raak je er toch een beetje aan gewend.­

Daarna hebben de gordijnen eventjes in de brand gestaan, gleed de maan zachtjes langs haar oren, druppelde kaarsvet vertraagd langs haar benen en stond alles vast wat eerst opeens op twee losse schroeven leek te staan.­ Twee losse schroeven die ze maar wat graag aan heeft willen draaien, die steeds maar in mijn buik bleven draaien.­ Al vier jaar lang, elke dag een beetje meer, een beetje harder.­ Al vier jaar lang ‘goed geregeld’

en er is nog steeds niemand die het ziet.

donkere manen – iniduo

mijn adem stokt
in een kleine vooravond
omzoomd door krijtkleurige muren
behangen met Turkse tapijten

ik schraap mijn keel
in een kleine achterkamer
zo eigen aan de verduistering
van het laatste daglicht

minpuntje;
de ramen sluiten niet
als mijn sponsachtige maag
dagresten verteert

ik zet thee met sinasgeur
om de stuiptrekking te dempen
ik sluit het raam en verzucht;
er gaapt een kloof in ontzielde nachten

beste ylcia – pallas van huizen

Beste Ylcia,

De bescheidenheid, het zwijgzaam toehoren en spaarzaam spreken,
het heeft een reden, het maakt je niet dood, het maakt je niet sterk,
het geeft je geen eten, geen trots, het maakt je niet gek, niet kapot,
of anderszins anders, het is maar een gedicht, denk eraan terug met
een glimlach, of nooit meer en laat het voor wat het is, het ‘zijn’ kan
veelbelovend en sinister zijn, na lezing zal je denken dat ik dit niet echt
meen, het zij zo, het oordelen, de les laat ik aan jou over …

Pallas van Huizen

// Soms kunnen sommige mensen
(door omstandigheden) niet met elkaar vrijen,
laat staan praten,
dan moet je andere manieren zien te vinden,
om het met elkaar te doen,
het klein contact
kan dan voelen als een injectie
tegengif tegen de pijn,
een schommelende schommel
in de lentezon,
rubber banden en klamme aarde,
uitzicht op water,
lang, lang, lang water
en tijd voor thee of koffie
na de inspanning. //

– De fiets tegen het muurtje.

dat wat was – pallas van huizen

Dat wat was, en er nog steeds zo mooi uitziet, dat wat was, en zoveel problemen geeft, dat wat je wil en niet meer wil, dat wat je verward, wat de vrede verstoord, de leegte wegneemt, de angst overwint, het dal dieper maakt en de berg hoger, dat wat was, als een spel op een glad wateroppervlak, de viool langs de snelweg, het verhaal dat allang afgesloten had moeten zijn, omdat het was, was, was, was, was, maar het houdt me vast, maakt en breekt de dag, dat wat je grijpt op de grens van leven en dood, je wraakt als je te dichtbij komt en naakt naast je moeder op de bank zet als je een grote bek hebt, waar je verveeld thee met te veel suiker drinkt en vogeltjes telt op het muurtje, alsof alleen de krant nog zegt welke dag het is, en zelfs een blauwe maandag kan voelen als een zorgeloze zonnige zondag zonder angst. Was je maar hier om het zelf te kunnen zien. ­

rivieren en zijarmen – elsje de wit

hoe blank haar huid ook bleek
hoe heet de thee die jullie dronken en al
het moois dat ze je te eten gaf rond dat uur
de rebel lacht goddomme, slaat duizend nieuwe wegen in
met genoeg geld en lef in zijn zakken
de maan boven alles en een kop vol vuur

ik heb de rivier op de voet gevolgd
smeet zesendertig stenen in het gras
pas nu mijn vinger over de landkaart glijdt
weet ik dat de man die mij de tiende steen gaf
onbetwist
de rebel was

lepelvork – bianca hendriks

Op de opklaptafel ligt een groene
vork die van achteren lepel is

je kunt er ook mee snijden al
zijn de meningen daarover verdeeld

het was goed bedoeld

In het prullenbakje ligt een restje
sla met een lege beker
erboven op, het plastic zakje
van de vork
op de grond

ik drink thee zonder me te snijden
als ik klaar ben klap ik de tafel dicht

de russische aarde – harry m.p. van de vijfeijke

Wat zou ik van haar kunnen houden,
al mijn aandacht inzetten. Och arme. Haar wijze
en lijdende mond, haar waardige kont,
haar geste is rond als de Russische aarde.

Ik zou van haar glijden na het bestijgen,
zacht en met gave. Ik zou de dagen besteden
met thee voor haar schenken en zomaar wat
kijken naar haar.

Mij afzonderen even, laat in de middag,
voor een gedicht.

XII – jan holtman

nu ik hier zit, mijn hand tegen het glas
jouw hand, je nagels gelakt, je kus

je haren geurend naar buiten
de warme thee