Resultaten voor het trefwoord stiller

ik verzon je omdat ik eenzaam was – basje boer

Ik wandel over
de lijnen in je gezicht,
struikel haast
en post een gedachte:
De envelop gekleurd
met bijenwas

Ik red de uren
uit de dagen,
breng ze aan de kant
van mijn herinnering.
Droog ze af,
geef ze water.
Ik verzon je omdat
ik eenzaam was

Ik schrijf over alle
wegen naar je vader,
over hoe hij almaar
stiller werd

Ik verveelde me nooit,
ik had in jou
een vriend, met jou
altijd een later

terugreis – lucienne kohler

Waar ik stof afsla, vallen gaten,
de stenen waarop mijn voorouders bouwden;
een parkeergarage er bovenop.
De appelbomen in de tuin begraven
onder weer een nieuw huizenblok.

Zo wordt het stiller
in de nieuwe straten van het oude dorp
waar niemand mij nog kent van ooit.

Later is vandaag
meer dan een woord.


Hier te verdwalen, tussen grauwe torens in aanbouw
en afgegraven hopen zand. Het Gooi is zo mooooi,
maar niet waar ik wandel.

Langs het oude ziekenhuis
dat voor de helft uit mijn herinnering bestaat.
Mijn auto op de parkeerplaats ernaast, dat is waar.

Maar ook hier geen dossier of ander bewijs
opgeslagen van mij. De laatste zomerdagen aan het water,
wuivend korenveld, kermis op het plein.

Het blijft bij verhalen.

Elke dag is een stap
minder verloren tijd.


Soms valt er licht als mozaïek
door het glas-in-lood raam op de kavel
maar vandaag ligt het verloren gebied
geheel in de schaduw

en de vijver in de tuin weerspiegelt mij niet meer.

Te schuiven langs de randen met het stads publiek,
zweefvliegen, spelevaren, langs vreemde paden dwalen,
de dag tot het laatste moment gerekt.

Hoor ik er toch nog bij als vreemdeling, als ander, als toerist.


Nieuw heet hier modern.
Zwart afdak langs hoge glazen wanden:
-de harde lijn is ingezet.

Hoe woont men dan in zo’n nieuwbouwwijk,
als tekentafelontwerp? Denk aan:
Micky Mouse, Disneyland Parijs, maar dan anders.

Van bovenaf bepaald heel keurig.

Maar wat afwijkt in deze provincie krijgt zelden vleugels

al is de bedoeling nog zo transparant.


Al heug alleen ik nog de ogen
die het water zagen stromen langs de oude dijk.

Eén antwoord staat gelijk aan duizend vragen.

‘Waarom bloed tussen haar wimpers, mam,
en geen tranen?’ ‘Is het werkelijk een kiezelsteen
die mij onder mijn matrassen kwelt?’

Ik heb mijn prinsessenmasker afgenomen met kamillecrème,
ben uit de hoogste toren afgedaald.

Het kasteel is poppenhuis geworden.

Niets kan mij vertragen in mijn pas.

Ik moet uit sloopwerk redden
wat er nog te redden valt.