Resultaten voor het trefwoord stijve

delirant – iniduo

vochtige koorts raast
door mijn cellen van
snerpend schelpenzand
mijn ogen verwarren
het valse licht van
binnen- noch buitenkant

wild vlees vertakt zich
woedend in bomen van
schijnbaar onbenul
pijnscheuten tergen
de krakende zenuwen van
mijn stijve nek

koffieloos mijmeren
vertroebelt mijn denktrant
zondagochtenden
zijn (in dit verband) hoogst irritant

-tussenloos bitter;
zo aanstonds
ga ik de buurvrouw bespringen
om een kopje suiker

* – maaike klaster

Geef mij een royale pik, koninklijk,
en ik ben de hemel te rijk.
Hoor die engelen zingen!

In tegenstelling tot een mens zoals ik
talen zij niet naar een stijve,
maar zij zijn blij. Voor mij.

Alle geilheid en heiligheid zweren
de smerigheid van de wereld uit,
zweten de giftige adem van Satan uit,

leggen mijn lichaam neer
zoals het wil liggen. Kom likken.
Wij hebben ons nooit laten nemen.
Iedereen geeft.

pot nat – janus duprie

een expert zegt dat
die windmolens alleen
bestaan vanwege de
boekhoudkundige truc
van het afschrijven

maar in de poëzie
hebben we daar
natuurlijk geen
verstand van
net zo min als
van pensioen

wat zijn nou
allemaal
mooie woorden

– stijve piemel? –

cimetière du montparnasse – bert bevers

Daar zijn ze weer, de galmen van de andere kant. Van
eerder. Aan deze Boulevard Edgar Quinet rusten
ergens op een zolder stijve foto’s in donkere albums.
Behouden mag de stille verte. Vroeger was er zonder

luister genoeg gefluister binnenskamers. Nu blijft ijdel
de bijbel dicht, al klinken er plots wel eventjes violen
samen, honderden. Onder spreektaal worden hier loze
riolen gedicht zodat het geheim van de verbazing blijft.

Voorvaderen kuchen, zien dat er nog steeds naar gulle
genade gesmacht wordt in lofprijzen. Zij hopen dat we
niet zullen vluchten in leeggeroofde zuchten maar gaan

verhalen van wat gebeuren mag. Van doorgift, in tempus
praesens. We horen. “En, was het weerzien blij?” En we
verstaan. “Ik zal een brief zijn uit mijn tijd, een andere.”

het is wat mensen – eelke van es

zoo lekker brullen,
een wijf om van te smullen,
lulkoek, stijve verhalen,
hij had het allemaal,
de ontslapene lachte
zijn ontwapenende lach.
Toen de beurskrach zware tijden
achter de meiden aan,
spontaan zoals dat gaat,
voor even en vergaan.