Resultaten voor het trefwoord sterven

heer met hoed – hanny van alphen

flamboyant en extravagant
wandelt, nee schrijdt hij voorbij
neemt even zijn hoed af
voor grijze vogels op de galerij

van het appartementencomplex
tot dat donkere straatje
waar hij ooit strategisch was neergezet
als een tinnen soldaatje

men fluistert, beschimpt en kluistert
hem op fictieve gronden
hij ronselt en raust, hoereert en smoust

voorbij het kruispunt naar lager wal
zwerft over de stoep zijn schaduw
hij neemt hem mee tot hij sterven zal

ermelo – bennie spekken

gat verdamme we gaan naar
Ermelo
ik erger me nu al dood o
Ermelo
waarom heb ik hiermee ingestemd
idioot
op een kluitje in een caravan
hopeloos
beschonken in een boerentent
uitzichtsloos
dolen door het reservaat
rusteloos
sterven in je winkelstraat o
Ermelo

in limbo – bob elias

Als achter ons de poorten sluiten
strijken we neer een ieder zwijgend
het stroeve licht ons lot beklijvend
in dit godverloren oord
we trekken soep van oude botten
staren elkaar in starre ogen
het is alsof wolken vonken stelen
uit onze kruinen, wijd geopend
weigert de nacht de zucht naar sterren
en sterven gebeden op dansend vuur
van vers gevelde kruisen, zwelt
het suizen en al wat rest
is het geluk van duizend
spattende bellen

jouw lach – rob de vos

Jouw lach
zegt zoveel meer dan woorden,
breekt even de woeling van ’t zwijgen.

Een vrolijk sterven van de stilte,
de opluchting van humor
waarin wij saampjes de dag ontstijgen.

De bezieling van je giechel
klautert gewaagd langs hoge muren,
ontsnapt ginnegappend ons gevang;
plukt de kostbare seconden
die voor mij nog eeuwen mogen duren,
want jouw lach
duurt mij nooit te lang.

sterven van verlatingsangst – martin m aart de jong

Doe je niet zomaar. Daar moet je wel de huur
van laten versloffen, maar niet teveel. Het balkon
barricaderen, weken met mate eten, drinken opdat
je net je lippen nat houdt. Maar vooral stil zitten,
alle middelen tot communicatie uit laten doven
met de kaarsen. Af en toe de post open maken,
erwtensoep uit blik opwarmen, pissen in de krantenbak,
en dat als nieuws de wereld in flikkeren.
Je moet ze schrijven dat het nu te laat is.
Dat er niets te redden valt. Dat je een bent
met de kakkerlakken. Dat het wel mee valt
in de hel van stront en bloed en slijm,
maar dat je zo graag nog eens zou
willen braken van een aspergemenu;
zwezerik zou willen vreten, truffels zuigen,
dat je nog eens ooit een vrouw.

* – jan zeegers

Het bittere van de beker wil dat
de wereld eindigt met zombiebeten
en gegil in elke warenhuisketen.
Zilverige aureooltjes van astraal
schroot achtervolgen ons
en als ze je raken ben je dood.
Een Russische ruimtekernreactor
crasht vrij en onverveerd
op de berg Tabor en contamineert
de planeet. Superman schijt straffe
stronten, horden struinen door de klonten
en de puinen van het avondland.
De killeraureolen kwijnen,
vrouwen smeken mij om brood.
Ik zie de aardbol snel verkleinen aan boord
van een ruimtevloot. De fuel van mijn
spaceship raakt op, en over hoe te sterven
breek ik dan mijn kop.

had ik maar een ander zoogdier gevolgd – delphine lecompte

Ik laat mij verdwalen door een kat
Ze leidt mij naar een tuinman die
Mij een pot pudding aanbiedt
Ik beeld mij in dat de kat mijn moeder is
De tuinman vraagt of ik straks ga zwemmen.

Ik zit op het zand en hoop dat de kat de avond haalt en
Na de avond het jaar en
Na het jaar de dood van mijn grootvader
Ik hoop dat zijn dood niet wordt ingeleid door sondes
Zelf zegt hij te willen sterven in zijn slaap
In een hotelkamer in een buitenland
Naast een vrouw die zijn pastorale verhalen een beetje verdraagt
Maar vooral is aangetrokken door zijn kennis van kogels en bont.

De kat schuimbekt alsof ze driftig ontkurkte champagne is
Om te vieren dat mijn grootvader opnieuw de tweede is
Zijn rivaal sproeit pindanoten in zijn gezicht en vraagt
Waar hij het toch vandaan blijft halen:
De moorden zo ongeloofwaardig, de kruiden die als je ze opzoekt
Helemaal niet giftig blijken te zijn, het falen van nieren als handelsmerk
Raakt hij het nooit beu omslachtig te zijn?

Mijn moeder belt en klinkt gezond
Ze wil gezond blijven
Ik vraag niet waarom
Ik vraag niet waarom ze een zieke kat op mij heeft afgestuurd.

vijfentwintig leugens om waarheid te bewijzen – c.p. vincentius

Ik had het liefst eerder afscheid genomen;
vier bushaltes terug, bij een goede kroeg.
Vanuit elke positie verlamt houding de rug
en draait het oogwit garnizoensgewijs.
Tot achter de marcherende hersens in dril
klinkt; naar de muur hoor, huurmoordenaar!

Ik kan heel lang grimas van jewelste tonen,
tot laat in de nacht, vroeg in de ochtend
mijn gezicht ontspant, boven nachtspiegel.
In deze straat sterven weinig mensen jong;
straten ver zijn kinderen erg ziek, overleven,
huilen: in‘n lichtgeel schaam: lichaamsdeel.

Zo definitief, absoluut heeft ten einde raad
lang niet ons beider horizon en doel bepaald.
Jij hebt‘t liefst langer op de grens gewacht,
die hier en nu eigen plek aftekent en uitlijnt,
omheint tot plaats met hek en nummerplaat,
rekent: zal er al ’t ijle in allerzielen te zien?

Na de valkuilen en daluren kennen we elkaar
bij naam, bij houding en bij klank van vragen.
We houden van wandelen, een maakt regen
niets uit, de ander weigert ‘t dan pertinent.
’t Is ‘n beetje waarheid, losse feiten geschikt,
al blijft het op de proef stellen stroef pellen;

zo keert vijfentwintigste regel voorgaande om.

eindhalte gdomsk – hanny van alphen

ijskoude wind roffelt op de luiken
van de laatste winkel, gesloten
voor alweer zeven dagen
een oude vrouw lijkt met het desolate
landschap te vervagen

sneeuw stuift in haar marmer gelaat
geen spoor van leven in de ogen
het harde geknars van de trein
die het einde van de wereld verlaat
laat haar koud, zij weet van sterven

Gdomsk verdwijnt langzaam van de kaart
wat moet dat moet, zeggen de grijzen
uit dit kind- en godverlaten oord

wanneer ze na een witte week
nog steeds geen trein hebben gehoord
bungelt aan de deur van de winkel
een wolvenklauw aan sisalkoord

te koop: t.e.a.b. – ibunda

Eénmaal een, door de wol
gewassen dichtersparade

een set wollen koffers met
afgebladderde olifantenhuid

een handvol roffelroddelaars
seizoensgebonden, extra sterk

en een oude vouw in
handgeschreven bladmuziek

Bij voortijdig sterven gaarne verdelen onder belanghebbenden