Resultaten voor het trefwoord sterft

brief aan iemand die ik kende – maaike klaster

Eens zullen wij het nooit worden.
Wilde jij nou bij mij of ik bij jou terugkruipen in die buik,
onder een zelfgebreide streepjestrui? Want net als een zeepaardje
kan ik mijn mannen zwanger door die oceaan laten dobberen en
ik ben, zoals je weet, de Kleine Zeemeermin in het groot. Niet de
Disney-variant, maar de echte, die zich in de golven van haar vader’s
zee werpt, sterft, omdat niemand haar voor vol aanziet. Zelfs jij niet.

Toch blijf ik van je houden. Lamlendig, dat wel.
Wordt dit zo’n gedicht dat mensen gaan citeren tijdens
bruiloftsredes; aan het graf van een gestorven dierbare?
Ik lach me nu al een kriek. Wat dacht je ervan?
Zullen we buiten op het plein een pilsje gaan drinken,
ook al houd ik helemaal niet van bier? Je weet me te vinden. Aan de
overkant van één de zeven zeeën.

* – benne van der velde

Jij smaakt naar minder
van anders en meer
naar wat ik al beschreef
aan de hand van jou.

Trouw aan je blijven
heeft zo niets van doen
met lijven en de stand
van lichamelijke zaken.

Zo raak en kraak en
maak ik alle regels zelf
zodat jij niet gaat,
laat staan ooit sterft.

Niets bederft in het echt
van hoe ik ons toon.
Laat me je zo smaken,
raken hand in handen.

portret van een verliefde man – joost van gijzen

Hij verkoos bezoekers boven doeken van
Rousseau, Picasso, Ernst, zijn hart niet langer
Van de meesters sinds de ochtend dat hij in de gang
Die tussen Ritual en Autumn Rhythm: Number
Thirty lag, haar blik op ’t canvas van zijn ogen
Geslingerd kreeg. De dag erna ging hij weer terug –
Alsof zij ’n schilderij geweest was; en ontgoocheld
Dat ze ‘r niet meer hing -een wolkenlucht
Van Van Ruysdael, Estes’ winkelpui: ze waren
Nog steeds mooi maar de muren hadden evengoed
Leeg kunnen zijn- verliet hij het museum. Jaren
Zou het duren voor hij weer van Wolgemut,
Holbein, Reynolds, West genieten kon,
De aandacht voor ze had die zij verdienden.
Hun subjecten, ingelijst, bewaard in medaillon,
Zijn niet veranderd sinds die eerste streek – we zien wat
Eeuwen terug d’ artiest zag. Zo behield zij háár
Blos tot aan ’t einde: in de galerie van
Zijn geheugen: een gezicht op ’t linnen van het daar
En het destijds; de kwast van Chronos enkel in zijn spiegel
Zichtbaar. Spijtig dat de Dood niet schildert, dacht hij
Toen ’t zover was, want dit taf’reel is goed beschouwd
’t Ultieme vanitas. En hij nam afscheid –
‘Oude Man Sterft Bij ‘T Portret Van Jonge Vrouw.’