Resultaten voor het trefwoord stemmen

half kraakhelder – iniduo

vage geluiden, zij
rollen met een rimpeling
fezelen met winden mee
zodat weinig anders over blijft
dan behoedzaam oren spitsen
met een flauwe bocht

vage beelden
opgeslagen in het brein
in de kluis van niet vergeten
spreken taalloos het licht aan
op de grens van waken en slapen
tegen beter weten

een tegoedbon voor later
wanneer dagen zijn vervlogen
en de noorderzon geluwd
rustend op de eerste steen
begraven in donker water
zodra woorden zijn verstomd

het geluid lijkt op lachen
of is het huilen bij benadering
ik hoor muren kaatsen
nu hese stemmen overslaan
ik kan het moeilijk plaatsen
ik heb niet al het zwijgen verstaan

de dame met de dertig tanden – martin m aart de jong

De dame met de dertig tanden stouwt
haar leven vol rollade ze sterft
slagers af hangt ze in etalages
te drogen ze weet niet beter dan
dat het hoort haar taal rolt
voort ze tolt met de tijd zoals
frites met mayonaise ze eetleeft
als een bionische leeuw ze temt
de stemmen in haar hoofd niet
meer maar laat ze los als wilde
haren in de wind en ze blaast
mee. Hoe zou ik kunnen zeggen
dat ik -nee, niet imiteren wil,
niet strelen- nee zo ongepast
als masturberende zeeleeuwen
in de zoo tijdens schoolreisbezoek,
hoe kan ik, hoe zou ik,wat wil ik
anders dan zwijgen en drinken,
eten, liplezend ten onder gaan
als een manke Guyana zich zalvend
met valeriaan. Ik bega geen gewelfde
paden meer ik neem plaats in haar
schoot en ontdooi de polen ik land
aan in vriesdiepgevroren spinaziebladeren
waaruit ik de waarheid ontvouw die groener
is dan mijn gedachten, ik tel en wacht
secondenlang.

een nieuwe avond – maaike klaster

Het kan wel zo zijn
van de liefde en de haat,
van het zoeken en iets anders vinden,
van het aaien en weer laten gaan,

maar een nieuwe avond fluistert door mijn tuin,
vangt de stemmen uit de verte en vermengt die
met het geluid van een rinkelende tram.

Zo vertelt hij in één adem
het verhaal van afzonderlijke zomers
binnen dezelfde stem beleefd,
brengt hij hen gonzend samen
op de plek waar ik sta
en luister.

het huis – serpil karisli

Het huis waar ik in woon is niet van mij
Waar het moederland is weet ik niet
Soms gedoemd, soms thuis bevind ik mij in Rotterdam
Acceptatie, demotivatie, verloren in de aarde
Richt ik mij ten hemel

Negatieve energie gedeeld door positieve kracht
de tijd die maar nooit stilstaat
het ik, de gedachte, de stemmen

De planeet Aarde zich bewegend
Als zijnde een wieg
De omvang, de cirkel, het oppervlak
Verdeeld over ruimte, zones en tijd

de minuut tikt door
tik tak, tik tak

het gevoel, zo nauw als een snaar

waar is het land?
De Aarde
gedeeld door 5
maal 7

Daar ergens is het huis
Maar dan ertussen
Middenin op het vlak
Omtrek, lengte maal breedte

Het huis
Niet hier niet daar
Er tussenin

pleisterplaats – ellen vedder

We wonen weer in grotten
braden het vlees direct
op het vuur, uit die kleren

in minimale lapjes
voort slipperen, halleluja
wie boeit dat beetje vet

Stemmen bedaren, afstand
vervaagt, mannen kuieren
over grintpaadjes op zoek

naar warme praatjes, wij
vrouwen hangen was rond
wegrennende kinderen

en ’s nachts een terrein
waar we zij aan zij liggen
koud door stof gescheiden

late lente – bennie spekken

de dartele broeders
betreden het veld

het gras ontdooit
de uitgeharde stemmen

de speaker spuwt
bloed zweet en tranen

waarom wordt het geduld
zo op de proef gesteld?

eenkennig – laurens windig

Hoe zalig krult het ongeboren kind
in de verborgen droom van moeder
geboren aan de borst der hoeder
waarna het uitgroeien begint

wanneer bewustzijn zich dan opent
en het andere ogen voelt
boven de wieg het nopen smoelt
stemmen galmen zeer uitlopend

veilig was de stille schuilplaats
en het levendig bewegen
rondom het draaien van de taats

later opent dan het ware leven
vindt het vlees en bloed zijn plaats
schaterlachend zich zal overgeven

beurtzang – jan holtman

naar Dr. J.P. Heije & Fr. Coenen

I

In het groene lover zit een vogelijn;
Onder ’t groen lover zit een maagdelijn;
’t vogeltje zingt boven, ’t meisje in de maneschijn,
Wel gevreeen! En hun zoete stemmen smelten zacht ineen.

   
II

In de kruidjes al het wollig vee.
In de blaadjes fluistert de boer al mee;
’t vogeltje zingt boven, ’t meisje in de maneschijn,
Wel gevreeen! En hun stemmen smelten zacht ineen.

   
III

’t Vogelkeeltje ontglippen lied’ren God ter eer,
En de maagdenlippen danken God den Heer:
’t vogeltje is gevlogen, ’t meisje weer bedrogen,
Wel gevreeen: het meisje, de boer, de Heer.