Resultaten voor het trefwoord sperma

calling from heaven – pallas van huizen

Haar lamp knippert even.­ Het leven is ondoorgrondelijk, de dood is ondoorgrondelijk, het enige wat ze nog een beetje snapt is vandaag.­ Inmiddels is Anneroos vertrouwd geraakt met de geesten.­ De dood is een koud mysterie, ontzettend benauwd, oneindig stil en prachtig, zo prachtig.­ En nog, nog steeds had ze geen rust.­ Sterrenstof, glitterpoeder, als golven, zee, natuur, sperma in een eicel, een klaterende waterval, nieuwe lucht, leven op volle orkaankracht, maar dan helemaal mors- en morsdood, heel, heel, heel, heel, heeeeel erg ver verwijderd van haar.­ Het hiernamaals, het is er zo prachtig, zo prachtig, maar hij wil terug, terug, terug, terug naar de aarde, naar zijn vrouw, zijn hart, hij wil hier niet zijn, het geestenrijk is maar een stomme, saaie, prachtige plek waar alles samenkomt, stil lijkt te staan, opnieuw begint met leven, ademen, bewegen, maar hij, hij is nog niet eens klaar met het begin, zijn opdracht is nog niet volbracht.­ Stil klinkt zijn machteloos protest.­ Anneroos test het lichtknopje, ze weet het.­ Hij is bij haar.

harteloos – jolies heij

zijn kloppende pik
tegen de ritssluiting

in haar
huist de man zonder hart
die haar de liefde ontzegde

voor hem zou ze haar gedichten opeten
haar schrijfhand afhakken
een sluier dragen
zijn geloftes drinken
in ruil voor zijn
vlees en bloed en sperma

heb het hart eens
denkt hij

op haar lippen het schuim
van de cappuccino

op zijn ziel
het eelt van de afwijzing

matras – lammert voos

pis, geil, sperma & wanhoop
kruipt door de vochtige lakens
in terrakleuren met onschuldig motiefje,
draai je om & om &de wasmachine kan de
schuld nooit uitwissen & ik vergeet alles, behalve dat
en al die gezichten, al die verlangens & in de kiem gesmoorde
verwachtingen & ik was de dader, gespeend van ieder
mededogen; mijn lust, mijn weerzinwekkende pik
is de baas op het zweet doordrenkt stof
vol pillenkots, bier & bloedvlekken,
snij je nog eens voor mij & druk je
arm in mijn gezicht & ik lik je,
drink je, sla je, beuk je, neuk je,
druk jou met je gezicht in jezelf
& weiger de fles met jou te delen,
jij moet dorstig blijven, dorstig naar mij
& ik grijp je in je nekvel & schud jou
& mijn huidschilfers dwarrelen over
jouw ongewassen voeten & ik trap &
vertrap tot alles dood is
behalve ik

* – jan zeegers

Herr von Ufoberg en ik waren zaalknecht
op de psychiatrische afdeling
van bungalowpark De Katjeskelder.
We hadden seks, maar het was ruwe seks,
en we werden betrapt door agenten met een lasergun.
Ik spuwde zijn sperma in een plastic zakje en gaf het aan de politie.
De rechter noemde ons “het bewijs
van de absolute neergang van de beschaving”.
Zelf droeg hij een horrormasker en een enorme
voorbindpenis van vijfendertig centimeter.
Na mijn vrijspraak nam ik bulkdrugs uit de super.
Het kicken was goed. Het flippen geweldig.
Als het regent op Venus
zien meer mensen vliegende schotels
en dan trap je keihard in hun kloten
tot je vlees op straat ziet liggen.