Resultaten voor het trefwoord snelheid

beperkt – yvette rombouts

In haar ogen zie ik een klein meisje onbegrepen.
Met haar lange onhandige lijf laat ze je anders geloven.
Om haar heen is er snelheid, snelheid zonder controle.
Als een vooruit gespoelde film.

Daar zijn ze weer, de niet beperkten, duwend, trekkend, bevelend.
Altijd trek ze aan het kortste eind, maar tot die tijd is het verzet van haar.

Zeven uur of half negen naar bed, wie bepaalt hoe moe ze is?
Duwend, trekkend en bevelend.
Sloeg zij of sloeg hij? Maar de klap was er.
Weer terug op haar plek gezet.

Langzaam sijpelt het naar beneden, komt het binnen.
Koppelt wat ze ziet, aan dat wat ze herkent.
Toch is het altijd weer anders, altijd verwarrend.

Buiten haar om, gaat alles zonder pauze door.

macht – jan holtman

God, wat mis ik haar
nu ik haar
in een auto weet
met een man
die haast heeft

ik stel me de snelheid voor
haar blik op de teller
haar gezicht dat oplicht bij
een tegenligger zijn hand
schakelend langs haar knie

zijn jaloezie, mijn jaloezie
haar goddelijke macht.

februari – ad van schijndel

Oh zalige maand van vier keer zeven dagen,
waar in het begin het einde mij al roept,
waardoor de snelheid van de winter floept
en Valentijnse rozen vele harten plagen,

je hebt mijn plichten heerlijk ingekort,
en als er aan mijn werk een uurtje schort,
zeg ik mijn baas: ’t Is nu februari:
wie zeurt van langer tijd, verkoopt slechts larie.

Toch grijp en kleun jij mij ook mis,
want als de eerste dag vol liefde is
en ik me aan een ander wil verwarmen,

dan trekken krampen door mijn darmen,
want wat een maand zou mogen duren,
heb jij verkort met zeker zeventig uren.