Resultaten voor het trefwoord slang

tatoeagelied – {{{ïe-e-ïet-e-iët-e-ïet-e-iets}}}

’n toe, ’n toe ’n tatoeagetoendra
’n toe, ’n toe ’n tata-mama-tatoeage
toen ’n toendra nu ’n tatoeage
toen ’n toendra nu ’n toe-tata-tata
toen ’n toendra nu ’n toe-tata-mama
DEPPUTBLOED!

’n toewáá ’n toewáá tatoeage
’n toewáá ’n toewáá tatoeagetoendra
toen ’n toendra nu ’n tatoeage
toen ’n toendra nu ’n toe-tata-tata
toen ’n toendra nu ’n toe-tata-mama
DEPPUTBLOED!

anker, spin, slang & adelaar
prikkie inkt & prikkie kant en klaar
DEPPUTBLOED!

’n toe, ’n toe ’n tatoeagetoendra
’n toe, ’n toe ’n tata-mama-tatoeage
toen ’n toendra nu ’n tatoeage
toen ’n toendra nu ’n toe-tata-tata
toen ’n toendra nu ’n toe-tata-mama
DEPPUTBLOED!

wijvûh & stijvûh, kettingûh, namûh
prikkie inkt, prikkie in de kont en klaar
DEPPUTBLOED!

mijn galapagos – juvu de ruiter

Het was wat krap in die peulenschil
vaak hoorde ik een regelmatig bonzen, sneller dan weer langzaam
soms hoorde ik een kermen, een kreet.
Vaak was het rustig; een groene waas dan weer donker.
Ik groeide en groeide totdat het omhulsel openbrak en ik uit hem kroop.
Tegenover mij zat mijn evenbeeld, maar toch niet zoals ik hoopte;
haren had mijn evenbeeld, veel haren en geen heuvels op haar borst.
Tussen haar benen was geen holte, wel een uitstulping,
ik noemde haar Slang.
Als ik Slang streelde werd zij groter, maar meestal zat er niet veel leven in.
’s Nachts droomde ik van slangen die mij vertelden over wijsheid
waarin je duiken kon
een wereld (wijder/)weidser dan mijn idioom
zwiepend zwaard, gespleten sprekend tot mijn ziel.

Waar ik was, was het goed.
Verschillende dieren waren er met platte en scherpe tanden,
Waarom zij tanden hadden kon ik niet begrijpen, kwijlend sliepen zij
in dit rustig oord.
Als ik tegen Slang sprak, zei zij weinig terug
zij groeide als ik haar vasthield dat was dat.
Eén keer spoot er vloeibaar parelmoer uit, geen spitsvondigheden, geen uitweg als de weidsheid/ruimte/vlakte uit mijn droom

Ik was altijd samen met mijn harig evenbeeld,
zij zei dat ik Hij moest zeggen tegen haar.
Hij deed niet veel en ik eigenlijk ook niet.
Als ik naar boven keek groeide er vruchten
Als ik opzij keek stroomde er water.
En Hij was altijd bij me
’s nachts had ik kriebel.
Overdag zei Hij vaak dezelfde dingen.
Als het licht werd zei Hij: er is licht
als het donker werd zei Hij: er is nacht
als het nat werd zei Hij: er is water
als het droog was zei Hij niets.
De dagen gleden voort als melaatse slakken.

Op een dag zei ik tegen Hij:
Ik wil alleen zijn, ga!
Wiegen wilde ik op een groot water
luisteren naar wat het zag op zijn onmetelijk grote huid.
De zee zag veel (en ik dus ook);
dansen wilde ik met onbehaarde evenbeelden
zonder haar en suffe slangen
zilveren, vierkante bergen zien
zonder top en zonder dal.
En toen verliet ook ik mijn Galapagos
Zag dat het goed was.

roet – mattijs deraedt

Hij keek hem aan en zag daar staan
zijn broer van goud, al jaren koud.
Hij wist zeer goed, hij stampt en roept
net als ieder ander kind van zes.

Stil en bebloed, aan het water geschonken
dobbert het grijs, een schim tussen het riet.
En waar de rook uit het woud omhoog cirkelt
raast een zwerm van lood. Gekarteld brullen
de moeders, alleen en verwond schreeuwen
zij de kreet van hun kroost, bevroren in de keel.

En hij zag het gebeuren, en hij zag het vergaan
het vuur in de koren, de slang beet de haan.

grafschennis – gisela van het veld

Ik zei: ik ben maar een
een lijk, een ding
van huid en haar ontdaan

Maar zij zagen
in mij hun verhaal
groeven mij op, pakten mij
tot op het mergbeen aan

gebruikten mijn botten als een stok
om levenden mee te slaan

Zeiden:’Jouw angst is ongegrond,
als je al bestond was je een nacht
zonder sterren en zonder maan.’

En ik kroop door het stof
als een slang zonder staart
en zonder kop

boog mijn takken over het water
gaf nagels en tanden
aan de schaduw
die lengde in het licht
van mijn gestolen naam

a night in tunesia – marten visser

ritme sprankelt flonkert tintelt
als een wellustige golf
door mijn bezwete lichaam
welke zich verhult
in een plakkerige smoking
die te krap aanvoelt
en als toegift een herinnering loslaat
van alcohol en sigaren
maar voor deze gelegenheid gepast stijlvol
hoe anders zou ik recht doen
aan de muzikale slang
die mij wil verleiden toe te treden
tot de zoete magische wereld
welke vannacht ligt verscholen
in de lokkende tuinen van Tunesia
mijn trombone loopt, schuift, vliegt
leeft een eigen leven met de akkoorden
wiegend sta ik op de top van een vulkaan
de lava stroomt door mijn pulserende levensaderen
man, groove,soul,life, this is jazz
A night in Tunesia

wachtkamer – bennie spekken

uit voorzorg mijn gezicht neutraal
en in balans mijn lichaamstaal

een man met slang daar ziet mij aan
alsof ik niet lang meer heb te gaan

de dokter komt klinkt ook niet fris
hij hoest een naam die er niet is

de slang gaat mee ik blijf alleen
met enge folders om mij heen

ziekten kwalen ongerief
ik zie alles weer in perspectief

dat ik mij nog langer kwel
kom ga heen en heel jezelf

beest – josse kok

de auto een slang
de deurbel een kraai
brengt shoarma van slakken
en bunzingenhaar
de badkamerlama’s
ze spugen op mij
een olifant slaapt hier
al eeuwen geketend

aan recalcitrante
ontkenningspatronen
conglomeraties in
lusten getogen
beestelijk kraken
van kiezen op botten
geknauw en geschrok tot
een omvang, bespottelijk

sneuvelt de draak
een gekerm over veld
ruggenmerg splijt zich
open, een berg is gekrenkt
en bemerkt dat het einde
zijn dierlijk vertoon
smoort in een kiem
van hardnekkige schroom

wagens een prairie
mannen een kudde
spuiten de wolven
pijnlijk het brullen
een leeuw is vandaag
uit zijn schedel getrokken
door bezwerende kracht
van een Simsonsgedrocht

en mocht dan de terugval
zich ongemerkt tonen
als geuren zich merken
met eigen symptomen
het doel dan besluipen
gelijk Filistijnen
dan is een bevrijding
slechts ijdele hoop

paradijs – arjan keene

Ik ben de slang die slist en lispelt
en met dubbele tong de cider prijst.
Ik ben de hond die onder rokken ruikt
naar de zoete geur van teefjesvocht.
Ik ben de grote witte koopjeshaai die
wilde happen neemt uit winkelstraten.
Ik ben de rat die zijn collega’s naait
en hun ellebogen uit de kom draait.
Ik ben de walvis die de kade keert
en tonnen olie spuwt uit spuitgaten.
Ik ben de jakhals die zijn schaduw
volgt op zoek naar nieuwe prooi.
Ik ben de termiet die in legers huist
en koloniseert op elke ondergrond.

Ik ben de vleesgeworden mens in sana,
met hersenen van wier, ogen van zand.
Vergeten is het beloofde land achter
de geweken zee en de drogerende woestijn.
Het betere dier dat zou verschijnen.

er ritselde iets door de slaapkamer – joris miedema

Pa was gebeten door een slang
die niet bestond
we zochten op internet naar
slangen die niet bestonden
en google zei
je moet niet bang zijn
voor het ontbreken van ledematen

toen vader begon te vervellen
zijn arm bij het doortrekken van de wc
was kwijtgeraakt
kwam de dokter
hij schreef hem pillen voor tegen stress
en bracht zijn huid weer aan
met een nietmachine

hij lag die dag op bed
moeder hield zijn laatste arm
op de juiste plaats en ik zijn benen
we fluisterde in de gaatjes
waar zijn oren zaten dat de pijn loog
en de dood niets anders was
dan een masker dat je af kon graaien

er ritselde iets door de slaapkamer