Resultaten voor het trefwoord seconden

* – cornelis van der meene

staat daar de man met uilenogen
met de uilenbril met zware glazen
staat daar de man met uilen om
zijn oren uitverkoren

staat daar de haan de nieuwe
morgen uit te horen
zijn knappe kop hoog in de zon

staat daar de goudzoeker
zeker van zijn zaak
de paddentrek is over
de genadeklap zal volgen

blijkbaar alles breekbaar
gemaakt alles verbonden
de jassen de seconden
breekbaar is mijn macht

jij hebt spijt van wat je dacht
ik klapper met de oren
ik grijp naar touw ik wil niet
horen hoe de ezels op hun koppen
slaan en op hun laatste benen staan

alles klein ook deze wereld
alles fijn ook in de wereld ja

jouw lach – rob de vos

Jouw lach
zegt zoveel meer dan woorden,
breekt even de woeling van ’t zwijgen.

Een vrolijk sterven van de stilte,
de opluchting van humor
waarin wij saampjes de dag ontstijgen.

De bezieling van je giechel
klautert gewaagd langs hoge muren,
ontsnapt ginnegappend ons gevang;
plukt de kostbare seconden
die voor mij nog eeuwen mogen duren,
want jouw lach
duurt mij nooit te lang.

zinloos (adieu) – metha

Nog eenmaal kijkt zij achterom
geeft de laatste uren enkele
verschillende klanken die klinken
als een klein restje wijsheid

wanneer seconden bijna vertraagd
naar morgen lopen gooit zij
snel een medeklinker in de kist
waar, om de zin van de allerlaatste zin
te doorgronden, de schop over gaat

een rode roos bloeit
de doornen laat zij achter

de europese beschaving – hans van willigenburg

Ik verdiep me in iets om me niet in iets anders te hoeven verdiepen.

Op slinkse wijze probeer ik gesprekken naar dat iets te sturen.

Ik braak mijn indrukwekkende kennis over dat iets uit.

Men zegt dat ik over dat iets ‘interessante gedachten’ heb.

Veel kaartjes, mailadressen en 06-nummers worden mij aangereikt.

Thuis, voor de spiegel, zeg ik: ‘Zo, zo, interessante gedachten.’

Een zaal in Boedapest luistert ademloos naar mijn stelling.

‘Doe ’t nog een keer, bij ons,’ zegt iemand uit Kazachstan na afloop.

Op mijn hotelkamer denk ik: ik zit er nu aan vast, aan dat iets.

Maar het lucht op als ik bedenk dat dat iets een constructie is.

En dat ik die zelf gemaakte constructie elk moment op kan blazen.

De volgende morgen herlees ik in de taxi vol ongeloof mijn verhaal.

Ik realiseer me dat het een goed verhaal is, dat nog jaren mee kan.

In het vliegtuig kijk ik omlaag en denk: waarom meer van hetzelfde?

Op het minutieuze toilet mompel ik dat dit de beste levensfase is.

In de rij voor de douane voel ik me een paar seconden uniek.

Als ik mijn koffer pak, weet ik het zeker: ik ben een zielenpoot.

de weg naar woorden weg gewist – martin m aart de jong

Ze maken trage woorden tegenwoordig
met een glazen stem om doorheen te kijken
zodat je verdwaalt in fragmenten wanneer
je stuk voor stuk van de stemband springt.

Daarom wil ik liever nooit meer schrijven
dan de vijftig meter binnen zes seconden
breek ik liever de trouw aan mezelf dan ja
te zeggen tegen een jij die al kapot is

wanneer ik het opwindhorloge van opa
van zolder haal en in mijn vestzak stop
zodat het lijkt alsof opa mij uit de knoop

– schat je hield toch van me zoals ik was? –
ik was vroeger een ander en ouder dan
nu. Maar ik keek niet op een glaasje meer.