‘Ja ik mag jou wel,
je zegt maar heel weinig domme dingen.’
De voordeur leunde iets naar voren.
Samen ‘vluchten van schuilhut naar schuilhuisje’,
wij keken naar haarkloven, speldenprikken;
‘het weer van alle mensen’ rolde aan.
Een duif vloog tegen de dakkapel,
zo een roekeloos begin.

Recente reacties