het Kwartet
is dood
vergaan
onder in de grond
maar dwarsachterdoorheen schilferwitte berkenstammen
hun gefluister
luister
dichtersbij
betraande levenswoorden
schreeuwen zich
je oren om
hun grip vast
het Kwartet
is dood
vergaan
onder in de grond
maar dwarsachterdoorheen schilferwitte berkenstammen
hun gefluister
luister
dichtersbij
betraande levenswoorden
schreeuwen zich
je oren om
hun grip vast
Het touw
strikt zich vaster
rond mijn voeten
terwijl ik ren
denk ik niet langer aan het vallen
mijn knieën buigen al en ik
fluister
mijn trillende handen
tot bedaren
waar ik wilde schreeuwen
ging een woord verloren
in de schemering
Wijk jaren vijftig
strook gras langs de singel
daken in rood
rijtjeshuizen verbouwd tot
een ieder voor zich
woninkje onder of boven
Maar één redt het niet:
de vreemde muziek
de jampotjes in een rij
op de stoep bij de buren
de bijl in de tuin
de deur geblokkeerd
het schreeuwen het mes
Politie raadt aangifte af
ontoerekeningsvatbaar
rechter zal toch seponeren
Voor dit soort problemen gaat u
naar burenbemiddeling
of GGZ
Opname?
Voorlopig is nergens
een bed
ik blijf voor altijd verliefd
op jou
omdat het onverstandig is
en verstand is
waar ik zo graag los van wil
opeens woon jij daar
waar ik fiets
om de hoek
omdat ik dat wil
voel ik de wind
door mijn huid
pakt me vast
van binnen
waar jij zit te wachten
mijn lichaam geef ik je
en ik zal me
tegen de muur laten zetten
mijn zweet plakken tegen het behang
omdat ik het kan
voor altijd verliefd zijn
omdat jij niemand bent
jij bent mij
en ik ben toch al vrij
al lang
mijn lichaam
niet gevangen in verlangen,
in dat wat nooit werkelijk zal zijn
hoef jij nooit meer verboden,
verbannen uit mijn lijf
omdat ik
alles voel
zoals het ruikt
woeste kriebel
mag ik pakken,
plakken in verlangen
kreunend tegen de muur
in een eeuwige ontlading
trekken al mijn zintuigen tezamen
door het verleden naar het nu
zit jij binnenin te schoppen
dat je nooit naar buiten mocht
en begint de wind te schreeuwen dat jij
mag weten
dat je bij me blijft
Te midden van bedenkelijke stilte –
men houdt de adem in, de houding stram,
is doofstomheid niet de stem van kilte? –
was er de idioot, daar ergens op de Dam.
Aan wie denk jij, als je denkt aan doden?
Aan gesneuvelden, abstract, concreet,
aan troepen in een land met verre goden,
aan iemand die onlangs nog overleed?
In hoeken van het plein koeren de duiven,
die, dakloos, hun terrein wel kunnen afstaan.
En dan een schreeuw, een klap, mensen stuiven
naar god weet waar maar hier vandaan.
Als pleinvreesvee vertrappen we elkaar
om ons eigen lief en leed te redden.
Zelfs zonder vijand zijn wij kwetsbaar
als lichtgestoorde pissebedden.
De daklozen, de junks, paupers, criminelen,
we staan al met een passend label klaar.
Etnische zuivering kan dan niet schelen,
geef ons die twee minuten stilte maar.
We willen hem meteen een naam geven.
Pepe David Adam, alias ‘De Rabbijn’.
In een andere tijd, een beter leven,
kon hij misschien wel een profeet zijn.
De vrijheid leeft in christelijke normen,
vive memor leti, in memoriam.
De oorlog leeft in ondergrondse wormen,
als idioot zullen zij schreeuwen op de Dam.
Recente reacties