Resultaten voor het trefwoord schimmel

de maan met de handen – delphine lecompte

In een lege stal dagdroomt de korzelige kaarsenmaker
Er is veel om over te dagdromen
Toch dagdroomt hij slechts over seks op het strand
Het is plat maar begrijpelijk
Ze is tapijtenrestauratrice en lijfelijk.

Het wordt nacht en de maan
Zit gevangen tussen twee kikvorsvormige wolken
Het zijn kikvorsen met slagtanden
Nu het regent zijn het gewoon boemannen
De korzelige kaarsenmaker wordt verrast door de imkerdochter.

De imkerdochter vraagt: ‘Waar is mijn schimmel?’
Bijna wil de kaarsenmaker iets vulgairs zeggen
Maar hij weerhoudt zichzelf
En antwoordt stug: ‘De stal was leeg, ga nu maar weg.’
De maan verhult drie mandrilvormige wolken.

‘Drukker moet het niet worden in de stal!’
Vindt de korzelige kaarsenmaker hardop
Toch verschijnt het schimmelpaard van de imkerdochter weldra
Helaas wordt hij bereden door een sjamanistische tapijtenrestauratrice
Die op het punt staat te bevallen.

Wanneer de zon opkomt is de stal vol
De kaarsenmaker vindt dat de teken in de paardenbil niet tellen
Maar ik tel ze toch:
Zes teken in een paardenbil plus het paard zelf
Plus de imkerdochter plus de korzelige kaarsenmaker
En dan nog de tapijtenrestauratrice met zoon.

Meer dan de helft van de stalbewoners is doof
Teken en zoon zijn doof geboren
Maar het paard is gewoon doof geworden
Door een peen die zijn trommelvliezen heeft doorboord
De wortel werd gehanteerd door een minderjarige loodgieterszoon
Die op een gesluikstorte heuvel broodroosters moest staan
Om het paard te kunnen mismeesteren.

De tapijtenrestauratrice weet nog niet dat haar zoon doof is
Dus noemt ze hem vrank Stijn
De imkerdochter weet sinds vandaag dat haar paard doof is
Dus maakt ze hem af met insuline.

zomerwarmte – c.p. vincentius

De lijst van vrouwen die graag in slaap vallen,
dromen van borstbeelden van werklieden
en rijen grijze afdakswoningen voor weldoeners
dommelt van dageraad tot eerste loomte.

In bladgoud bladderen de namen van ’t marmer
ter meerdere glorie van vocht en schimmel.
Bewegen doen zij nauwelijks, in ’t rustig wachten
aaien zij de kat in halen tot statisch paradijs.

Mannen zijn er voor enig moment in het etmaal,
als bloed stijgt en huid glanst door ’t vocht.
Ogen gesloten in een diep en innerlijk kreunen
vlijen zij tegen ‘n warmte die hitte verhoogt.

Schemer brengt hen uiteindelijk ‘n eerste koelte;
uitrekken als muggen vleermuizen vangen.
Zo zijn vrouwen voorouder, seinen levenseinde;
moe van gisteren, teneergeslagen door heden.

schoonheid – anja gerritsen

Ik moet er naar op zoek
voorbij de schimmel
in mijn kleine perzikboom
de tuin is zo nabij
koud ritselen de bladeren, in
een hoek gedreven door
noordwestenwind
de knoppen willen niet ontluiken
de verf bladdert niet charmant
het wit is grijs van vocht en regen

De blik naar boven dan, wijder
wolken, gaten blauw uiteengedreven
heftig en compleet, in evenwicht hersteld
ik mij gehuld in schoonheid weet