Resultaten voor het trefwoord schaars

pinksteren – harry m.p. van de vijfeijke

Het zou toch pinksteren vandaag, een zon zou
in haar hoogste schitter zijn, de dauw zou
in de vroegte glinsteren nietwaar?

De tongen zouden polyglott en vurig zijn,
de geest zou waaien.

Wat flakkerde zou hoop en zouden
aangeblazen woorden zijn, voor de pinkstertijd te schaars.

Maar wat is de facto het verhaal?
Het pinkstert niet, het is grijs en kleumenskoud
en het waait en regent maar.

De tongen hangen slap, de geest is verwaaid, de hoop halfstok,
verregend, gelijk een natte vaan.

O taal, blaas mij toch aan.

snertzooi – hanny van alphen

heel de dag schubben van vis schrabben
daar word ik mesjogge van
morgen maar eens koppen snellen
garnalen pellen
of paling ontvellen

denk ik hardop
en schud mijn schaars beklede kop

de vrouw zwijgt
en vist
confetti uit haar soep

uren op etages – ploos

de droogte sluipt terwijl ze slaapt haar huid in
en haar lijf uit als ze opstaat
laat haar vel vroeger verder los
van haar gebeente – wee denkt ze even vluchtig als ze is

want de lampetkannen de kommen
erom vertonen barstennet
onder het glazuur
jezus marante zucht ze
de schappen denkt ze
vol weckflessen in het keldergeschot
en de appelen alvast op zolder
ze ziet me in haar vaart

te laat – ik neig in vaag gebaar
naar eigen wang
tot ander kroost bij mij komt hangen
in de zolderringen

die mutter schikt de schaars en wit geworden haren met
een etensvork bol in ’t rond en plet
de boel dan onder voilages
er was voor haar geen enkel vurig uur van troost denk ik

de spiegels in haar kamers
die zich verdringen om alle hoeken elk uur te laten zien
wij houden haar niet binnen – ze gaat uit
om de rug te keren en het weer in het behang

 


Toelichting: “Het volkomene”, Herman Pieter de Boer, zijn vertaling van “Zügenglöcklein”, Schubert