Resultaten voor het trefwoord schaamhaar

naakte schets – berry tunderman

Je kunt behoorlijk lyrisch worden
Langs het Winschoter Diep.
De zon hoeft niet eens te schijnen.
Het hoeft niet eens droog te zijn.

Met haar Laksmi kronkelarmpjes,
Plukjes schaamhaar midden strooms
Draagt ze altijd een mysterie
Onder een hardstalen kroon.

Geen loos vissertje te vinden.
Tussen haar trotse kragen.
Hoor de polder zachtjes klagen.
Het reilt zoals Het Diep het zint.

Zelfs tijdens de zwaarste stormen
Kabbelt ze boeddhistisch door.
Geen schuimbekkende golven.
Heeft daar het gezicht niet voor.

Het zou je niet verbazen
Als Mozes aan kwam drijven.
In een veel te lek mandje.
Met drie wilde wijven.

De zomer doet alles sidderen.
Het Diep hangt uit de zon.
Waar een hoentje driftig kwekt
Met een veel te oranje bek.

Natuurlijk kampt Het Diep
Met een beperking of twee.
In Sodom loopt ze namelijk dood.
Alles verstomt, geen die dat hoort.

naakt – lammert voos

uitgekleed voor de spiegel zie ik
slap vel, grijs schaamhaar en vetrollen
rond de taille, welke taille? het zal vast niet
lang meer duren en de stilte vliegt me
naar de strot als een meute dolle honden
en de luiken worden door de wind geslagen
die aan de gordijnen rukt en de kachel walmt
roet, terwijl het gluiperig duister naar binnen
kruipt en de moed in de tocht
vervliegt

omheining – ellen vedder

Het meest van alles haat hij coniferen
hij rukt direct die jaren 50 symbolen uit
‘t strookje grond op de rand van zijn perceel
dat de erfgrens vormt met jawel: de buren.

Partij hekken erin, stekken er tegen aan
door de mazen weeft hij teder de takjes
van deze groene wezens die vreemd genoeg
vrouwelijk aandoen. Groei, schatjes, groei!

En floreren doen ze, sneller nog
dan het stugge schaamhaar van zijn vrouw
dat zij steeds vaker vergeet te scheren
(maar laat hij hier geen beeld bij vormen).

Hij is liever bij dit veelkoppige klimop beest
vol eerbied hoe hij, nee zíj, de armen kruist
in afweer, hoe zij zich in elkaar vlecht,
één weelderig schepsel vormt. In haar

lommerrijke schoot kan hij zichzelf zijn.
Soms loert hij door een gat naar de tuin
van die stadse lui, hij ziet graag hoe zij
ook daar haar grijpgrage vingers legt.