Ik vind je meisje dom
met mooie ogen
die een watersteen aflikken
Ik vind je steen hetzelfde
als een snoepje
opgedirkt in rozebrilpapier
Geef mij maar ruw de brokken
hangend aan de tanden van de modder
Zij vertellen mij een
puur verhaal
Ik vind je meisje dom
met mooie ogen
die een watersteen aflikken
Ik vind je steen hetzelfde
als een snoepje
opgedirkt in rozebrilpapier
Geef mij maar ruw de brokken
hangend aan de tanden van de modder
Zij vertellen mij een
puur verhaal
De kaarsrechte strandjutter vindt een lelijke pink
Hij laat de pink links liggen
Even later vindt hij een poppenkastgeit
Wat een vondst
Zo’n geit zal zijn zieke dochter vast en zeker opvrolijken.
De strandjutter heeft het bij het verkeerde eind
Zijn dochter wordt nog somberder wanneer ze de horens ziet
Hij had de pink moeten oprapen
En de geit moeten negeren
Maar hoe in hemelsnaam negeer je een poppenkastgeit?!
De zieke dochter van de strandjutter zegt: ‘Ga terug naar de zee,
Waardeloze vader! Ga terug en zoek een pink om mij blij te maken.’
De kromme strandjutter gehoorzaamt zonder misbaar
Hij zoekt tot de zeesterren op Russische sleden gelijken
Hij valt in slaap en droomt van Russische zeesterren in koetsen.
Tijdens zijn droom wordt de strandjutter benaderd door zijn zoon
Zijn zoon is kwaadaardig genoeg om een mes bij zich te hebben
Zijn zoon is ook nog slecht genoeg om de pink van zijn vaders hand te kappen
Maar hij beheerst zich voorlopig
En schudt zijn vader ruw wakker.
De zonsopgang probeert zich te vermannen
De vermanning is geslaagd
Het belooft een hete dag te worden
De strandjutter vraagt aan zijn zoon: ‘Wil je mij helpen
Een pink te vinden? Je zus heeft een pink nodig voor haar genezing.’
De zoon van de strandjutter hakt de pink alsnog van zijn vaders hand
Iedereen is blij van de pijn
En de poppenkastgeit wordt verbrand met bombarie.
nu ruw aan hersendraden
de resten van uw leven
warrelen als een wiegelied
nestelt zich het kind gewillig
meegaand niets meer aan de hand
uw ogen wachten op een zucht
van enkel nog herinnering
Recente reacties