‘k spiegelgiechel ’t achterruit
in achteruitgang & vooruit!
voorruit van de vooruitgang
spiegel ik & giechel achter
ruit na ruit & proest ’t
achter vooruitgang uit.
‘k spiegelgiechel ’t achterruit
in achteruitgang & vooruit!
voorruit van de vooruitgang
spiegel ik & giechel achter
ruit na ruit & proest ’t
achter vooruitgang uit.
sluip als een dier de straten in
tot je een en ander bent
ergens wacht men nog op jou
achter je is opgeruimd
nog de kraters en de muren
al verkoopt men er nu wereld
die nooit kleiner was
dan deze vinger op de ruit
van de zoemende bus
alles wat hier leeft heb je zelf begraven,
klopt bij binnenkomst het stof van je jas
en maakt een grap over de NS
achter een deur volgt dezelfde deur
Je ligt bijna helemaal stil. Je ligt daar maar
als een afgelegd lichaam van boven gezien.
Door een holle tunnel met de stem van de gewone man
De gewone man die naar de hoeren gaat, op de ruit tikt
Een barst in de ruit tikt.
Met de stem van een kat die een muis uitvraagt
De man die de stem met man en muis uitbraakt
De muis die heel wil blijven, voor de man
die zijn slagveld van binnen doorschouwt
Hoe een ijzige wind hier regelmatig opsteekt.
Ik hoor het sinistere gekraak van spanten en binten.
Ik kijk door de gesloten ruit.
Een rij van bomen met zwiepende takken.
De straat is bekleed met een goudglanzend tapijt.
De fluitketel begint te fluiten.
Ik schrik ervan, en draai me om.
Loop naar de keuken.
En giet het water op de koffie.
De ruimte is gevuld met een heerlijk aroma.
Ik schrijf woorden zittend achter een antiek bureau.
Jij staat aan de andere kant.
Ik spreek over liefde.
En jij trekt je kogelwerend vest aan.
En biedt weerstand.
Ik steek een kaars aan.
Flakkerende vrolijke lichtjes.
Gouden lichtgloed warmte van de zon.
Dat geen dwarsliggende wind kan doven.
De nacht was kort
en zwart
wakend
wachtend op licht
Het lied vooruit
met Boerka aan
naar mijn bestemming
veilig met de trein
kijk ik door een ruit
Hemelwater
met bakken
droog kom ik aan
vol verwachting
valt ter plekke
De Hoop
over de Witte-Vrouwenbrug
te water
Strekdam, Lelystad, 20-10-2010
Ontwaar ik daar door ruit ’n kluwen wol?
Dichterbij zoomt het
vox populi voluit op ’t orgel.
De poepende man.
M’n eigen shit ophoudend
onder het beeld aangekomen
zie ik uit de Meccanodoos
Pier en Oceaan in 3D.
Piet Mondriaan aangeland?
Van figuratie naar abstractie.
De kunstbescherming valt aan
hurkend aan het Markermeer.
Diafragma f/22.
Sluitertijd 1.5 s
maakt van mij een drol
als ik later de foto scrol.
alles wat ik zei is hier gebleven
is rag en schaduw in de bovenhoek
ik kan je alles laten zien
alles wat ik riep is ook gekomen
drinkt ’s ochtends van mijn koffie
ratelt in de magnetron
hadden wij ooit beter kunnen weten?
mis ik zonder jou de regen op mijn ruit?
het maakt niet uit, ik tel de pluche
poppen van mijn dromen
stel ze op tegen de muur
en ratel mijn citaten
Recente reacties