Resultaten voor het trefwoord Rogge

je bouwt er een woordhoek van namen – harry m.p. van de vijfeijke

Je zwalkt langs de weiden, je wandelt,
de paden zijn strak en gebaand.
Je kunt al de randen benoemen, onverkort,
je verzilvert de haver, hergeeft de rogge haar naam.

Je mompelt meermalen je neus
in de meidoorn, de geur van de vlier is het sein
van vertrekken van de opperste spier.

”Laat mij hier”.
Deze oneindige kamer van zingend geruis
gedekt door een dekbed van welige wolken.

Je bouwt er een woordhoek van namen,
met witregels met voegsel, de taal aangesmeerd.

warm – sil darius

In de onrust van het wachten
vond ik het gedacht onvindbare.
De klok stond stil, onmerkbaar.
Ze zag me niet en wankelde.

Zoals goud en zilver opgepoetst,
fonkelde je glimlach in de ruimte.
Hij kraste met kromme krammen,
wist zich opgemerkt en spuugde.

Rogge, tarwe, graan en gierst,
als dorre takken in woestijnzand,
weigerden te groeien. Doodzonde.
Maar hij bleef blazen in volharding.

Kom nader, wees niet bang.
Voel mijn handen, ze zijn warm.
Ik blijf bij je, totdat de koude wind
hier niet meer waait, voorgoed.