Resultaten voor het trefwoord recepten

de dichteres, het been en het brood van de malgetraiteerde bakker – martin m aart de jong

… ze zegt dat ze de hele dag wel schrijft om om het even wat te verwerken in haar recepten van tekens en taal. Ze zwijnt en rijmt ze hakt en maalt stukken verleden in ongelijke delen wrijft ze in met authentiekheden; een bedorven Tante met kinkhoest, een gouvernante met keelzucht – wat pijpt die diep zeg – en verdwijnt, haar vingers eerst in een zompig moeras van orgasmes, ze kreunt dat alles in en met onder elkaar zoals dat in Vlaanderen gaat al eeuwen is incest het middel tegen vervreemding er staat een afgehaalde Chinees voor de deur, alleen zijn linkerbeen is over dat laat zichzelf in en stapt in het ledikant tot de brekende morgen dan gaat het voor dagelijks brood en schopt de bakker die als kind zoveel geslagen is dat zijn hoofd in zijn romp zit, een tastbaar feit ingezet als marketing het brood heeft medelij.

indië – ploos

voor oom Theo, oom Henk en oom Michiel

waar heeft Oranje koningsgezindere kinderen
gevonden dan in de Oost?
Nederlands-Indië, wat mooi als woord, als naam
ademt het kolonie, tropen, zon

kordaat gingen daarheen
onze jongens
nog nauwelijks bekomen
te vroeg gelauwerden
de tweedewereldoorlogsoldaten

wat heeft Den Haag zich volgevreten met het
verrukkelijkste eten
dagin sapi moeda en peteh tjina
piendang
seroendeng
en boemboe bali-kip
senang van sambal goreng telor
en van rendang

ze werden allengs gekker

indolentie, daarover hoorde
je ze badinerend, nee – berustend praten
dat woord verbond je
met tropenjaren
kolder zelfs
van krijgers en hun wonden
van verzwegen koorts
en niet gelezen niet heruitgevonden
Multatuli’s woorden

ze praatten, nee – ze pochten niet zo veel
Indië-gangers
ze waren allang gekker

van baboes verre verborgen schrale troost
die waren er niet alleen voor kinderen
die deden wat ze vonden
dat hun plicht was
kokosmelk voor de telor en tieten
ze praatten verder niet
en deden als de krijgers
er werd gewoon gevoosd
alles was allang teloorgegaan

beleefd beval ik aan: Bali in Scheveningen
daar vond men zwijgende Javanen
keukenluik blijkt dicht

door ooms
die toen de jonge jongens waren
werden recepten van het verrukkelijkste eten
voor het leven doorgegeven

delphine leest voor – efce

Naast de ingang van het ziekenhuis bewateren dronken werklui de struiken.
Als ik passeer geven ze de welvaart van alles de schuld.
En mij, godbetert.
Dat vraagt om een gebaar, want één van die mannen is mijn vader.
Ik bied ze een nier, ze willen sigaretten.
Een nier kan ik missen, sigaretten niet – alsof mijn vader dat niet weet.
Ik heb zijn lichaam geërfd.

De dokter roert het soepje dat hij voor me kookt.
Dubbelgetrokken bouillon kan je redden.
Of anders die vette, bruine pillen, met hun nasmaak van kolenstook,
Waar je pik van verschrompelt.
Het is hem om het even,
Als ik maar weet dat de soep ambachtelijk is.
Er zitten paddenstoelen in en de teennagels van de vorig patiënt.
Er hadden spinnen in kunnen zitten, of overreden kat,
Dat was hetzelfde geweest,
Maar vorige patiënten zijn er hier in overvloed,
En als de dokter zegt dat ie nagels nodig heeft,
Omdat die levens redden,
Dan zijn er maar weinigen die hem tegenspreken.
Dus waarom verder zoeken,
Als het toch maar gaat om de walging,
Bron van geneeskunst.
Wie niet meer walgt, wordt doodverklaard,
Waaruit volgt dat je alleen walgend midden in het leven staat,
Dát zijn de regels van het huis –
Het is een theorie, niet slechter dan een andere.

De dokter heeft opgelet bij de lessen sociale vaardigheid.
Delphine Lecompte is in de stad, babbelt hij,
Geestverruimend, grensverleggend prijsdier dat gedichten leest,
Het kan wel wat voor jou zijn.
Ik hoor hem wel, maar kan het idee niet vasthouden,
Want de soep smaakt naar mijn moeder,
Dus ik ben ten dode opgeschreven.
Ik heb haar recepten geërfd.