Resultaten voor het trefwoord rand

liefhebben aan de rand – jos van daanen

Toen je dwars door me heen keek
was jij de goede helft van ons twee
die zag hoe de werkelijkheid was,
hoe de wind grijs werd van het woord,
de zon het licht veranderde in regen
en de sneeuw zich nog een deken waande.

En toch had je me liever nog dan de stilte
die niks betekende, dan de duisternis
in het woeste land van wat me dierbaar was
en de kou waarmee ik muren bouwde.

Wat heb je niet verloren toen je me liefhad
aan de rand van de horizon, waar de nacht
de dag bekeerde en een streling van de wind
de platheid van mijn wereld accentueerde.

* – martin m aart de jong

Als altijd weer in het begin
serveer je uit dan ligt ook alles
op je bord. Je graait de wereld
bij elkaar. Ontdooit de polen
smelt verdriet uit op de evenaar

er loopt een streep van hier
tot daar. De rand. Gedecoreerd
met sla. Echt alles moet juist
jou gebeuren. Je ruimt af.

De teil loopt vol. Je borstelt
driftig in een kom. Je stalt
het uit. Er druipt wat af.
Dit hele leven schrijf je
is een straf.

mijn liefste, de afgrond – laura mijnders

Staande aan de rand
kijk ik langs de punt van
mijn schoenen
naar de afgrond
onder mij

In het zwart dat
mijn gedachten
nadert,
een oase van rust
wil ik niets liever
dan me storten in
het onbekende

Liefste,
vaarwel
treur niet
treur wel

Staande aan de rand
schuifel ik dichterbij
ik kon het niet
want de ware afgrond
dat ben jij
deze afgrond heeft zich
al genesteld
dieper
en dieper
en dieper val ik
al
in mij

Ik kon het wel
Ik kon het niet
Liefste, treur niet

houvast – fred tak

ik schrijf mij
op de rand van bijna nu

in mijn ijver
aan de muur van de tijd gepend

met een licht
dat lui de nieuwe dag bekent

kom terug naar het woord
dat nog moet worden

dat smal is
dun in spitsroeden
maar dat schrijft

blijf schrijven
hou vast hou vast

bedwongen begin – gronama

Haar voeten bewegen achteruit
lopen traptreden achterstevoren
omhoog tot bovenste tree

even balancerend op rand
verder achterwaards getrokken
alles verstorend dat gaat op straat

hard botsend tegen vooruitgaande mensen
dwars door haastende stromen heen
richting voordeur die open staat

terug naar binnen gezogen in gloeiende vaart
bevindt zij zich voor het begin.

gevallen vaas – frido welker

de vaas had zo’n slanke hals
stond al jaren op een tafeltje
altijd goed en stevig maar vandaag
teveel aan de rand
en brak

wit was ie
de tijd voorbij strevend als de zon
in de loop van de dag zijn schaduw verlegde

wit bleef ie
ook in scherven
schuiven schaduwen halve cirkels

de vaas terugzetten
op de tafel en
in de tijd
              door te plakken
had niet gewerkt
deze vaas was niet te vangen