verwacht
je te verwachten
dat ik jouw verwacht
je in mijn bed bedacht
over denk en over schenk
proost ik op ons verlangen
woorden die mijn geweten niet ontvangen
in de stilte zeg ik jou
driemaal raden,
ik slaap vannacht naast jou
verwacht
je te verwachten
dat ik jouw verwacht
je in mijn bed bedacht
over denk en over schenk
proost ik op ons verlangen
woorden die mijn geweten niet ontvangen
in de stilte zeg ik jou
driemaal raden,
ik slaap vannacht naast jou
Proost!
‘Je speelt zeker wel viool
en je kunt vast goed schaken en by the way
waar heb je dat paspoort laten maken?’
Het werd mij allengs duidelijk :
Men hield mij voor een vreemdeling.
Ik oog wellicht wat zuidelijk,
men dacht al vaak
weer zo’n ontheemdeling…
Of het de Ouzo was
– men wist niet eens de fles te staan,
die wees ik zelf dus even aan,
de Slivowicz die ik in grote doses tot mij nam…
misschien dat het wel daardoor kwam.
Of dat mijn tongval door Tequila werd geteisterd,
of zei ik daar nou weer ‘begeistert’ ?
Het werd ook mogelijk teveel dat ik
op zeker ogenblik ‘een rondje’ riep,
‘voor het voltallig personeel’.
Raar… wie weet was dat een onbetamelijk,
on-nederlands gebaar…
Toen ik navroeg of ik al betaalde;
-‘Neen’ zei men –
en ik een cheque tevoorschijn haalde,
toen steeg de achterdocht tot ongekende toppen.
Mij werd verteld
‘Eerst moet de chef gebeld…’
men wilde zich niet laten foppen
en ik werd onderworpen aan een kruisverhoor,
gemeen..
Ik sla mij daar gewoonlijk wel doorheen
met feiten over generaals en kolonels,
junta’s, dictaturen;
ik vertel van geiten en van kaas,
van onderdak in schuren.
Ik noem de Praagse Lente
of desnoods Aguardiente.
Ik reken voor:
In ’56 was ik acht toen Hongarije
door de Russen werd verkracht.
Ik mompel Boedapest of Boekarest
of Chichicastenango
en ik geef toe:
‘Zelf ben ik niet zo’n held in tango…’
Een vlucht, een kamp of een gevangenis,
dat ik niet weet waar mijn familie is
en ‘Hoezo Nederland?’ ook daar red ik mij uit:
Iets over een vriendin die op vakantie was,
over mijn handeltje in fruit,
staat Holland niet bekend om tuinbouw in de kas?
Ze lezen allemaal weleens een boek,
dat soort verhalen gaat er in als koek.
En kijk ik dan wat droevig uit mijn ogen
en doe ik net of het mij moeite kost
zo te vertellen, dan stijgt alom het mededogen,
men is bereid van alles te bestellen!
Maar deze keer deed ik mijn best,
ze uit de droom te helpen
en gaf ik antwoord op hun vragen:
Wat of welpen waren, wilde men weten
en wie was de makelaar van Schagen?
Wie was Okkie Trooy, wat had hij
in zijn koffertje?
Wat is een poffertje?
En wie was Beppie Nooy?
Wat is het NIPO, wie was Pipo,
wie zijn vrouw;
waar werd oprechter trouw?
Hoeveel kost een moorkop,
noem een merk oordop.
Koop je weleens melk in een fles,
wat betekent ADO, NOAD, DOS en DWS?
Wat is het verschil tussen ONM en GFT?
Noem vier types Berini,
wat is de voornaam van Boltini,
voor welk product deed Saartje de reclame
en de Deftige Dame, wie was dat?
Welke omroep deed Het Gat
en wie deden er mee aan die show
van de Stratenmaker op Zee?
Wie kon schrokken, Corrie Brokken,
is Ivo de Wijs en hoe-vaak-heeft-Nederland-
het-Eurovisie-Songfestival-gewonnen?
Wie zong Een Beetje, hoe schrijf je plaidje?
Willink, Wilmink, Bannink,
niets of niemand werd vergeten.
Alleen een zekere Seth Gaaikema
– van hem had ik nog nooit gehoord,
dat vond ik nog het rotst –
maar dat bleek niet zo’n ramp
want die werd sowieso door allen uitgekotst.
En waar ging Berend Botje wel naar toe,
waar ging hij heen en hoe?
En ‘Zeg nou nog eens Scheveningen’
en meer van dat soort dingen.
Ze hebben urenlang gevist,
mijn hele jeugd ondersteboven;
geen vraag heb ik gemist,
maar niemand wou me geloven.
het is al te laat om wakker te zijn
maar ik blijf op en kijk om me heen
zo traag dat mijn woning groter lijkt
dat zoveelste glaasje port geeft me
beelden van verregende eilanden
waar de avondvierdaagse plaatsvindt
eindelijk lijken de straten aldaar
op die waarin ik mijn jeugd versleet
toen motregende het ook altijd
hoewel mijn herinnering verkleurd is
nog veel sterker dan die valse foto’s
verscheurd of onder in een la beland
op één ervan stond een familielid
dat gladiolen kreeg wat wrang bleek
want een week later reed ze zich dood
ik zag de lopers vanuit het raam
zoals ik nu de cafégangers zie
waarop ik in stilte een dronk uitbreng
Recente reacties