Resultaten voor het trefwoord prooi

vintage – stefan van hoek

Studentenhuisachtige pan aangetroffen.
Etensresten er kwalijker aan toe dan vermoed.
Dunne, witachtige schimmels als laaghangende bewolking boven zweem van mix voor spaghetti bolognese.
Hier en daar het zwerk al zwanger van richting groene schimmel geëvolueerde materie.
Alles geurloos.
Slechts één maal ten prooi aan niet te pareren oprisping half verteerde Whopper.
Nu ook resten ijsbergsla aan het zwerk.
Afwassen fluitje van cent, want derrie nergens vastgekoekt.
Integendeel: genadig vochtig.

Een man kan best een paar dagen uit logeren gaan. Maar afwassen gaat vóór afreizen, zo luidt hier zowel de algebraïsche als meteorologische regel.

vanwaar je atheïsme? – walmzand

er zijn vogels in de Hemel
af en toe vliegt er één naar omlaag
waar ik ben
en beroert

zij laten zich niet leiden
zij kiezen
jou, hem, haar, hen
en mij
een atheïst die gered moet worden?

ik ben God, iedereen is God
God is dood bestaat dus niet

vanmorgen zag ik een zwerm
ik sloeg nauwkeurig gade
hun prooi was een ander
ik hunker vandaag…

de berg II – walmzand

lagen schuiven
aarde stroopt
ik, boven op een schots
opgezweept tot grote hoogte
zie de afgrond
er drijven wolken in
adelaar valt omlaag
de prooi is daar, diep
te ver voor mij
brodeloos, daar hoog
als een heilige op een pilaar
ascetisch
een vlinder fladdert om mijn hoofd…

mijmeringen – elize augustinus

Moeder aarde; Wereld-Machtig-Brein.
Zo groots, en weinig
wat ons nog verbazen kan.

Aardbevingen, rampen, giftige dampen,
en het paard blijft maar draven.

Op hol geslagen.

Wat doet het ons nog?
Mijmer ik.
Aan zwartgallige gevoelens ten prooi
waar tegenstrijdigheden, edel, en onedel
zwaar slag leveren.

Moeder aarde; Hart der mensheid.
Zo vol van schone kleuren
waar we trachten tot begrijpen
van de dingen te komen.

prooi – martin m aart de jong

Je bent al dagen onder weg.
Je kruipt door polders,
wringt door bossen,
morst wat files door, een weiland
neem je fier rechtop.

Je moet bewegen om van
A naar B, er moet iets
beter worden afgeschaft
en anders weer
een dag te gaan waarin
je verder moddert door de duinen
door een pan het water
in, zout happen en
uit proesten.

Het wordt een hete
zomer en je kronkelt
als een slang,

legt jezelf in het zand
te rusten wachtend
tot de handdoek wordt
gegooid, een warm
lijf de koelte breekt
en jij plots toe
kunt happen.

testament – bennie spekken

laat er later
als ik dood ben
geen gras over groeien

laat mij niet alleen achter
achter op een kerkhof
ten prooi aan de wormen

of erger nog
op de snijtafel
van de wetenschap

zorg dat ik verdwijn
de pijp uit de lucht in

en geen gedichten

in al mijn levens staat hij paraat – delphine lecompte

In mijn parallelle leven heeft hij een merrie
Ze heet levensvonk en haat mij hartstochtelijk
Mijn ribben en mijn hopeloosheid zijn minder zichtbaar en
Ik val niet ten prooi aan een gênante gokverslaving
Je bezingt mijn lenigheid in het Frans van mijn aalmoezenier.

Maar ook in mijn parallelle leven sluipt het binnen
Het kwade amen, de afgunst, het verlangen om
Levensvonk van je af te nemen, haar stal in brand te steken
Ik ben in staat om het te doen, want ik heb de middelen
Verlies ik je straks, verlies ik dan ook je liedje?

Zoals hij hier staat zonder merrie
De man die mij soms draagt, sleept,
Rolt in een Turks tapijt, het hoort erbij
Zoals hij mijn verdriet nooit peilt, niet oppookt en
Ter plaatse blijft, zoals hij gebekt is zie ik hem graag.