Resultaten voor het trefwoord pop

chomolungma – maaike klaster

Een zandkorrel wordt stof, groeit uit
tot een sneeuwvlok, de sneeuwvlok wordt pop
– aan de rand van een bos

De korrel, een zwerfkei
geweest, sleet met de jaren,
in een reis door de tijd
– mineralen hebben op aarde
het eeuwige leven

De zwerfkei, dissident van zijn vader,
de koning der bergen, ontsprong zijn lot, zei:
“Misschien los ik op”, liet ketens achter,
maar de rots uit zijn jeugd bestaat nog. Zijn heilige moeder
kust er de lucht. Op een dag keert hij terug
als regendruppel. Nu draagt hij een muts

kom je buiten spelen – maaike klaster

Kom je buiten spelen? Bonnie heeft een pop die praat; er is altijd kauwgom
om te delen. Wij zingen liedjes samen, over kopjes thee, de zon die schijnt,
dansen op de maat van haring en Patatjes Met, mijn lievelingseten. Kom je
buiten spelen? Er is nog altijd kauwgom om te delen. Doe je mee? In spring,
de bocht gaat in, uit spruit de bocht gaat uit. Kom erbij! Heb je het koud?
Hier sijn twee sachte, aermuh oooom juh heeeen! Hier zijn wij altijd samen,
niemand is alleen. Kom je buiten spelen? De regen heeft de zon verdreven.
Trek je laarzen aan, dan gaan wij spetters maken. Wolken liggen in plassen
op straat, de lucht valt hier geregeld naar beneden. Daarom vraag ik of ook jij
wilt komen spelen. Werken is niet genoeg, het maakt niet uit hoe hard je
zwoegt. Vraag maar aan je baas, die zit ook het grootste gedeelte van de dag
te lanterfanten voor volwassenen. Kom je buiten spelen? Ik begin alvast.

pop – gisela van het veld

Kan ik mijn eigen ogen schrijven
de kleur invullen van mijn huid
mijn lippen schilderen
de kaalheid verbergen
van mijn schedel onder een pruik

Buigen, kruipen als een barbiepop
met lange plastic benen
die het lopen heeft verleerd

Opnieuw luisteren
naar de vogelgeluiden
het licht van de ochtend zien
en niet breken als een spiegel

De ziekte overwinnen
die in mij begraven ligt

ode aan mijn onvruchtbare moeder – delphine lecompte

Mijn moeder is mooi
Ze neemt geen drugs
Ze vermoordt mij iedere nacht
Met mijn deken versmacht ze mij
Ik ben te oud om met een deken te slapen
Het is niet meer gewassen sinds mijn hond is gestorven.

Mijn moeder is koket
Ze eet groenten
Ze verleidt met succes mijn roestige muze
Ik ben te jong om naar haar op te kijken
Te jong om haar nagels te verzamelen en
Spelden te prikken in een pop die weinig op haar lijkt.

Mijn moeder is vindingrijk
Ze vindt haar oudste zuster verwaand
Ze houdt van de duinen
Ze is niet domweg onbevreesd
Ik ben geen kreng in haar verhalen
Geen kreng met grootheidswanen en een kunstmatige aars
Gewoon een aseksuele vrouw die onschadelijke stillevens maakt
Een kluizenaar die dode huidcellen telt en haar vader haat.

Mijn moeder is een vrouw
Ze is niet verliefd op haar dochter
Ze wil niet dronken worden met mij
Nu ze onvruchtbaar is geworden kijkt ze
Vaker in de spiegel, ze ziet mij
Ik sta achter haar met een hark
Het is geen moordwapen, ze is jarig.

* – peter knipmeijer

Vraag iemand ‘wie hij is’
en de kans is groot dat die persoon dan
wanhopig copypastet.
Dit laat zien hoe moeilijk het is.

Het probleem is dat mensen
met verschillende ogen kijken,
zichzelf soms zien als een onveilig pand,
soms als een cluster moculen,
een pop van Satan, gereedschap van de Heer.

Wat de mens werkelijk zoekt is niet de perfectie
in de toekomst maar voldoening in elk heden

Hoe je daar achter komt?
Een willekeurig wapen doet wonderen.