Resultaten voor het trefwoord picasso

braque – frank fabian van keeren

Braque was gewoon een schilder
die zijn naam eer aan deed

geen kunst.

het was een mooie zomeravond
op het terras in Antwerpen

toen hij te diep in het glaasje keek
en tot hem doordrong dat het zo
niet langer kon

toen besloot hij er
nog maar een paar te nemen

(zo gaat dat als je hard op weg bent
Braque te worden want

hij wist nog niet dat hij de
volgende morgen Braque zou zijn

of misschien wel, maar kon het hem
gewoon niets schelen)

en de volgende morgen was hij dus Braque

hij was het gewoon
ineens

Braque zijn kan je niet
leren

hij was haast een wraque

maar nog net niet

hij kon wel
koffie zetten en zo

en toen – ja zo moet het welhaast
gegaan zijn –

toen bekeek hij het leven ineens
vanuit een heel ander perspectief

hij stond een beetje wankel
op zijn benen

en schommelde en zijn hoofd draaide
en hij zag ook nog een beetje dubbel

zijn verfkwast kon hij niet meer zo scherp
vasthouden

daarmee roerde hij in zijn koffie

stel je voor…

dat hij er nog twee genomen
zou hebben

en zijn auto in de praque
gereden had

arme Picasso

hij zou niet half
zo beroemd geworden zijn

portret van een verliefde man – joost van gijzen

Hij verkoos bezoekers boven doeken van
Rousseau, Picasso, Ernst, zijn hart niet langer
Van de meesters sinds de ochtend dat hij in de gang
Die tussen Ritual en Autumn Rhythm: Number
Thirty lag, haar blik op ’t canvas van zijn ogen
Geslingerd kreeg. De dag erna ging hij weer terug –
Alsof zij ’n schilderij geweest was; en ontgoocheld
Dat ze ‘r niet meer hing -een wolkenlucht
Van Van Ruysdael, Estes’ winkelpui: ze waren
Nog steeds mooi maar de muren hadden evengoed
Leeg kunnen zijn- verliet hij het museum. Jaren
Zou het duren voor hij weer van Wolgemut,
Holbein, Reynolds, West genieten kon,
De aandacht voor ze had die zij verdienden.
Hun subjecten, ingelijst, bewaard in medaillon,
Zijn niet veranderd sinds die eerste streek – we zien wat
Eeuwen terug d’ artiest zag. Zo behield zij háár
Blos tot aan ’t einde: in de galerie van
Zijn geheugen: een gezicht op ’t linnen van het daar
En het destijds; de kwast van Chronos enkel in zijn spiegel
Zichtbaar. Spijtig dat de Dood niet schildert, dacht hij
Toen ’t zover was, want dit taf’reel is goed beschouwd
’t Ultieme vanitas. En hij nam afscheid –
‘Oude Man Sterft Bij ‘T Portret Van Jonge Vrouw.’