Resultaten voor het trefwoord paraat

gare de bercy – bert bevers

Hier kom je aan voor de nachttrein naar Milaan. Voel je
dat de reiziger geoefend in begrijpen is, maar ook dat niet
iedereen paraat voor later is. Op perrons passeren immers
schimmen vol zichzelf, met weinig woorden. Hun blikken

zijn van melkglas, ongewis als dagboeken die geschreven
werden met terugwerkende kracht. In onze coupés gaan we
over tot ontrafeling. Van vreemdelingen de naam, van buiten
de huiver. En dan is er de cadans van slaap, een lichte want

we sporen door de bergen. We sommen daarin dingen op
die nergens toe dienen. Hinkelen met niemand anders dan
jezelf. Mussen tellen. Struiken strelen. Rivieren vol water

benoemen. Een hoorspel voor doven schrijven. Ik droomde
dat een farao mij schouderklopjes voor mijn fluiten gaf. Ik
weet dat ik mooi fluiten kan. Ik lijk dan wel een Engelsman.

in al mijn levens staat hij paraat – delphine lecompte

In mijn parallelle leven heeft hij een merrie
Ze heet levensvonk en haat mij hartstochtelijk
Mijn ribben en mijn hopeloosheid zijn minder zichtbaar en
Ik val niet ten prooi aan een gĂȘnante gokverslaving
Je bezingt mijn lenigheid in het Frans van mijn aalmoezenier.

Maar ook in mijn parallelle leven sluipt het binnen
Het kwade amen, de afgunst, het verlangen om
Levensvonk van je af te nemen, haar stal in brand te steken
Ik ben in staat om het te doen, want ik heb de middelen
Verlies ik je straks, verlies ik dan ook je liedje?

Zoals hij hier staat zonder merrie
De man die mij soms draagt, sleept,
Rolt in een Turks tapijt, het hoort erbij
Zoals hij mijn verdriet nooit peilt, niet oppookt en
Ter plaatse blijft, zoals hij gebekt is zie ik hem graag.