Resultaten voor het trefwoord papieren

dat doen wij toch ook niet – roop

of dat leuke tibetaanse jochie
met die jerrycan waarvan jij zei
dat het op de dalai lama leek

het heeft zich midscheeps overgoten
en is voor de vrijheid zingend
door het personeel geblust

derdegraads verbrand waar roken
en open vuur zijn verboden dat is
tachtig euro en een bootverbod

en die man waarvan jij zei dat
zou jij ook eens moeten doen
niet scheren hij was in de bus

knoopte zijn kleding open
en toonde zijn bommen
schreeuwend dat het hem allang

niet meer kon verdommen
want zijn land was bezet
en nu had hij geen hart

hij is nog voor het dorp
ontscherpt geen papieren
en meneer reed ook nog eens zwart

enkeltje container – laura mijnders

Ken je dat fenomeen
van die rechtstreeks
containerteksten
geschreven voor mensen
die wel
een enkeltje container
kunnen gebruiken
van de papieren teksten
die ik zorgvuldig
tot een prop vouw
bouwen ze meubels,
een sofa en
een tafel misschien
als dat al in een rechthoek
op rolletjes past
van mijn gedachten breien ze
een deken
blijven ze warm
totdat de vuilniswagen
zich meldt

intellectueel – katja bruning

Een wat gebogen en slobberig man
een intellectueel
met een studeerkamer waar hij verstrooid
in rondloopt, bladerend in boeken en papieren
Hij ziet me zitten
-Wat kijk je toch?
Och…

Iemand tussen boeken in gezeefd groen licht
Bedaard en wat verlegen
Had ik maar over zijn kaalhoofdigheid gezwegen
Hij is kaal

Hij is vrij stil en snel bezeerd

Geleerd
Ik maak zijn papieren zoek
want ik kan niet woelen in zijn haar
Zo dan maar

-Wat zoek je toch?
Dat artikel over graviteit

Een man die je niet kent
kun je niet verliezen

Van die kamer aan de tuinkant is het jammer
maar van de intellectueel
och…

over de waakzaamheid van gras II – ruud poppelaars

Je houdt je vast aan vallende sterren, stenen zomers,
papieren lentes.
 
En de vleermuizen suisden nog wel zo mooi vroeg dit jaar.
 
Reeds bezongen in de groeven van je gezicht de honderd tongen
van de meikever. De dagen opgerold in gonzend licht; en
volgelopen
 
-van zilver- zei je -van titaan- dacht ik. Een novembermeisje
bombastisch wit. Het stond tussen gras te drinken; te verstenen
in kreten met kristal.
 
Een gedroomde roos of een verzwegen haven; kalklijnen verheffen
zich niet om in te verdwijnen.
 
Het is hier dat ik de wereld draag aan de poort van de zee die
opengaat als het hart van de bij. Jij het blad, waartoe alles
beweegt plooit op bed met de dag ertussen
 
en een oude horizon op m’n kussen legt.

oma’s ogen – martin m aart de jong

op het graf van mijn oma ruist de wind
papieren dromen op ze fluisteren over
stille kracht en hoe je door de kampong
liep om te gaan zwemmen in de kali

en in bomen klom je deed alles
wat niet mocht alleen maar ja
je deed het toch passeerde
tijd en hoe de meester zei

op school wanneer je iets niet
wist oh jij garnalenkop
z’n gezicht kwam heel dicht
bij je. Ik weet nog hoe je levend
was je ogen vol verwachting om
wat was geweest stond je je

blijdschap uit te stralen
schaterend soms en hoe ik
begrijpend knikte zweeg
het verhaal al in mijn hoofd
vermalend en nog niet wist
hoe alles op te schrijven
ik dacht dat het zolang
geleden was het was alsof

de aarde was ontstaan
en jij en opa toen
de eerste mensen waren.

de dagen zijn van steen – martin m aart de jong

Wie legt ze uit in straten, op de knieën

om ze in zand te slaan, breekt ze door

midden, gooit ze op een hoop, wie?

Wie voelt de regen, wie drinkt koffie

achter kleine ruiten van een houten

huis op wielen wie brengt papieren

nieuws rond, wie klimt op ladders

om het uit kijken naar morgen

van een frisse blik te voorzien?

Wie haalt de zakken op,

wie knipt de bomen bij?

Wie zorgt dat de dagen

tellen op de maat zoals

wij willen en onze succes

agenda’s sluiten en kunnen

knikken van Ilja, ja, ja.

clausuur – stoney pete

Mijn ik is een monnik
in een lege bovenkamer
zit zijn cel, een lege blik
zijn geblindeerde ramen

Stil zegt hij
amen
de muren hebben ezelsoren

De buren horen hem
in alle hoeken en gaten
naar een wezen zoeken
en in zichzelf praten

Hij luistert naar goddelijke namen
de wind fluistert door de kieren
hij vindt verzuurde papieren
kluisters die hem binden
uren vol getik

Langzaam maar zeker
komen de muren op hem af
deze bovenkamer wordt zijn graf
de blinden vallen af
in een ogenblik