om te zijn
is aanwezigheid gewenst
om te zien
is nachtblindheid begrenst
om te vliegen
laten vogels diepe aarde los
toch wonderbaarlijk
zo zonder doortraande ogen
ik open het raam
om me aan buitenwereld te laven
ik spreid mijn armen
om me in vriendschap te wikkelen
ik sluit mijn ogen
om me onvergeetbaar te maken
ik ontken mijn deur
om mezelf in mij op te sluiten
ik droom de dag
om me van de nacht te beroven
het is tijd
ik hoor tikken op de ruiten
men sluit het boek
om dagelijkse orde te loven
ik ga maar
nu ik er toch ben
Resultaten voor het trefwoord open
het speelveld in mijn lege hoofd
ligt bloot
bezaaid met wilde rozen
uitdagend als papaver
verdoofd door open monden
het rood in mijn blik
steekt mijn ogen uit
tastbaar als een klap van geuren
zo wals ik door de kleuren
van een wulpse weide
opgetild
in de stilte
van een verloren vogel
een beeld van vrijheid
in een open auto met plankgas
en wapperende haren
over ’s heren wegen scheuren
op het strand in de storm worstelen
met de elementen en leunen
tegen de wind
Van zicht ontnomen
riep ik naar een hand die zocht.
De wind roept en brengt.
Nu dwaal je hier rond op verloren momenten
houdt op tast de deur open voor water wat niet stroomt
maar een begin klopt in mijn tenen.
Zes jaar diep verdronken op een foto dwing
ik mijzelf nog steeds niets af.
Klamp vast aan twijfel en ik kan wel
koorddansen als mijn hoofd maar eens de grond
zou laten.
Probeer je een vreemde te laten zijn.
Maar
zodra jouw
dwalen
voelbaar is
wil
ik
in
je
armen.
Stukjes zielenspiegel draag ik met mij mee
als doekjes voor op wonden
er heerst hier oorlog weet je
dus blijf
blijf…
al is het maar in een zoekend moment.
Dan geef ik je wat glinsterscherven
die pijlsnel door je bloedbaan schieten.
De ochtend begint
langzaam mijn poëzie te ontsteken
in zacht sluimerende ruimte met snurkende hond
en in de hoek het gepruttel van koffie
achter de ruit breekt de hemel
zich open in wolken
en schichtig
héél voorzichtig
begint mijn poëzie
de ochtend te schrijven
I
zo zonder gedachten
ruisend in een open lucht
al te lang heb ik moeten wachten
in het duister, druipen grote druppels ik
rollend in een blozende leegte
van jouw zwijgende ontkenning
II
ondergronds werken zij met plezier
aan een gangenstelsel
een minuscuul dier dat jouw bloed drinkt
vele poorten en tunnels, een stelsel van verbindingen
hier een begin daar een einde
poppen, ’t minnespel bedrijven
buiten in het bos
ooievaar staat stilzwijgend
met z’n bek tussen ’t verendek
een hinde ijlt
’t verwaaiende bos in
je weet heel goed,
dat niets zal beklijven.
III
ondanks dit al
verlucht jij het leven
door een kostuum in ruiten gedreven
poekelen wij met z’n allen
een verloren gezelschap
aan de vooravond
van het poezelig echec
ikker, is dat meer ik?
je hoopt ’t wel, natuurlijk,
’t is beter van niet
kon ik maar voorkomen
dat jij niet jij ook sterft van verdriet
Metronoom,
tellen en niet tellen, stilte en door,
achterovergeleund, steunend op twee vingers, dat,
dat wat je weet, beginnen met buigen, vinden
in drinkbouillon iets anders te zien.
De stand van de maan bijvoorbeeld.
De zoutspiegel dezelfde, deze woorden
een rimpel die altijd blijft
als een gevangen vogel
op een nog niet eens halfvolgeschreven blad.
In stilte wacht zij op antwoord.
De planten vrijen niet, ze fluisteren mee,
weer een lente.
Nemen, nemen en afscheid nemen, door twee delen
en er verder niet meer over praten.
Mijn maag draait nog een keer een rondje om.
Lopen,
over de weg, lopen in mijn hoofd.
Het is stil, zo stil,
zo stil,
zo stil.
Lopen, lopen, alleen maar lopen.
Eenzaam, alleen,
ook in gedachte.
Het is zo stil,
zo stil,
zo stil.
Alleen.
Lopen, lopen,
de wereld ligt open.
Het is zo stil alleen.
de chauffeur veert op
en neer in het donkere
vooronder
scheert boom na boom
de groene tunnel
door lichtbundels betast
de mond van de engel
op mijn schouder hangt
wagenwijd open
haar hoofd een speelbal
van de automatische idioot
ze lijkt wel dood
het einde is inzicht
er is geen weg
geen land meer
alleen het vuur
van de zon
onder
gezellig
met z’n tweetjes
bijkletsen
dat wil zeggen
zij praat
jij staart
het vuur knettert
in de open haard
de liefdesgeschiedenis
van een vrouw
en een man
op straat
die moord
en brand schreeuwt

Recente reacties