Resultaten voor het trefwoord onrust

hof van heden – iniduo

In een appelgaard kan onrust bezinken,
kan een vermoeide aarde even stilstaan,
kan dorst in overvloed verdrinken
en kunnen dagen zomaar voorbijgaan.

In de tuin weerklinkt schraal verlangen.
In een gewaagde poging wellicht
om schaduwen van het verleden te vangen.
Dat is toch waarvoor muren zijn opgericht.

Het wachten is op de ontknoping
van de wurgende wrong in tijdelijke tijd.
Zo klinisch als het paradijs, ik noem maar een ding,
hoeft het nu ook weer niet te worden. Met respijt.

panelen – iniduo

is het nu zover?

hoe vaak schuiven vogels voorbij
langs luchten uit de hand

als voorbode van kantelend tij
dorsten in zee of verdrinken aan land

nu de bomen ontharen
wil ik hen met liefde omhangen

zeg me niet wat ik al weet;

wie de onrust niet kan bedaren
blijft de keizer van verlangen

niet alles – peter heuveling

Weten is nog geen antwoord
Vertrekken nog geen gaan
Zwijgen nog geen instemming
Horen nog geen verstaan

Knikken is nog geen begrijpen
Kijken nog geen zien
Voelen nog geen emotie
Twijfel nog geen misschien

Een antwoord is nog geen kennis
Waarvoor is al die onrust goed
Het doet me alsmaar meer beseffen
Dat ik nog zoveel leren moet

je had nog zo gezegd – jelou

Het dak besloeg een ruimte
groter dan jouw onrust
vluchten kon

ik ga ervoor, lag nog vers
onder de pannen, de koekoek
was getuige

de muur was blij geweest,
het frisse geel een jas om
warm te dragen

je geur had sfeer gebracht in
weggedoken hoeken, sporen
wanhoop uitgewist

het rook naar levenslust, al
hing de spiegel daar met
droeve ogen

ik ga ervoor, had jij gezegd

maar onder het dakspant
verklaarde jij jezelf

volkomen onbewoonbaar.

onrust om de afstand naar de maan – harry m.p. van de vijfeijke

De dagen gaan en vragen
met de dag het geweten te herweten.

Ik treed in de morgen aan
gereed in de tred van tijd
en rede op te gaan.

Doe en ontmoet, hoog in de strot
de onrust om de afstand naar de maan.

Ik heb jarenlang wat mogelijks gedaan.
Is dat genoeg voor de rechtvaardiging
van een bestaan?

Dag na dag herroept mij de oude waan,
ik weet mij verwijderd, zie mij arm
en moedig staan.

warm – sil darius

In de onrust van het wachten
vond ik het gedacht onvindbare.
De klok stond stil, onmerkbaar.
Ze zag me niet en wankelde.

Zoals goud en zilver opgepoetst,
fonkelde je glimlach in de ruimte.
Hij kraste met kromme krammen,
wist zich opgemerkt en spuugde.

Rogge, tarwe, graan en gierst,
als dorre takken in woestijnzand,
weigerden te groeien. Doodzonde.
Maar hij bleef blazen in volharding.

Kom nader, wees niet bang.
Voel mijn handen, ze zijn warm.
Ik blijf bij je, totdat de koude wind
hier niet meer waait, voorgoed.