Resultaten voor het trefwoord omdat

gedachtekracht – pallas van huizen

Met blauwe vingers probeer ik, probeer ik echt, probeer ik, echt, echt vast te houden, vast te leggen… Dat wat sterker dan geluid of licht is, ik probeer het aan te raken, probeer het echt, misschien vraag je het jezelf niet eens af of sta je er nooit bij stil, bij dat wat door alles heen gaat, je gewoon voelt, omdat het er is.

Dat, dat laat ik niet los, omarm ik, knuffel ik, bevrij ik in gedachte, in mijn hart, achter mijn ogen, dat dus, dat wat niet tastbaar is, dat ik probeer te omschrijven, altijd aanwezig op de voor- of achtergrond, als een boek dat geen einde kent,

gedachtekracht,

de geest zonder ogen, de ziel die je bent.

pindarotsjes – jacob van schaijk

als ik een vliegtuig was,
had ik vleugels en kon
vliegen als olifantje Dombo

met mijn lange slurf was
ik dan een miereneter
en vrat mieren de hele dag

maar omdat ik van pindarotsjes
hou, ben ik geen miereneter
en helaas dus ook geen vliegtuig

* – martin m aart de jong

Vannacht dacht ik nog even om tijd
te overleven om de spijt te wassen
van mijn lijf mijn laatste flessen
leeg te drinken en te zwijgen tot
het krijt zich los zong van mijn
botten. Vogels daalden op mij neer.
Ik kon niet schieten dus ik floot
alsof ik een van hun was en we
stoven op omdat het zo was
afgesproken, zweefden rond
boven de stad in felle
vluchten door de lagen
van de hemel pikten fluks
wat kruimels brood
en eindigden de dag
in bomen. In mijn boom
hing een gedicht.

omdat de tijd vliegt – maaike klaster

1.
 
De tijd nam mij op zijn rug.
Reuzenschildpad in aardmannengang.

Waar gaan wij heen, indiaantje zonder haar,
zonder wielen om je spaken; met het licht
van alle sterren om de wegenkaart te lezen?

Wij gaan dwars door cellen heen, boren in
atomen, ontwijken elke kern en liggen stil
in vacuüm om de uren te zien drijven.
 
 
2.

 
Vliedende dagen gaan te vlug.
Als ik kon vliegen dan ging ik
niet zo traag, dan was vandaag
als pijl te doorklieven, hield ik
tijd over en zwom ik terug.
 
 
3.
 
Toch nog vijftien,
in het licht van de relativiteit
en alles wat sneller beweegt,
terug in de tijd.

T-shirts met dode poplegendes
en die pas ontdekte grijns.

Prachtige onverschilligheid,
opgehemeld paradijs.

Hij zei: Neem een aardbei.
Ik zei: Graag.
 
 
4.
 
De tijd nam mij op zijn rug.
Reuzenschildpad in aardmannengang.

gedicht dat ik schreef in 1994 – maaike klaster

Toen ik 18 was, de Roxy in Amsterdam nog bestond
en XTC hoogtij vierde

 
 
Zo lief en lief
is iedereen
en alles
houdt van jou

Je danst en praat
Je springt en aait
Je zoent een man
en dan zijn vrouw

Het eeuwige leven
strekt zich uit
omdat de nacht
oneindig lijkt

Maar ‘s ochtends vroeg
merk je al snel
dat alles slechts
twee pillen blijkt

salamander – maaike klaster

Omdat ik in het hart van de vreugde heb gekeken,
daar de ogen van een salamander zag
die zijn eigen staart wou opeten, ben ik gauw
om tranen gaan vragen. Bittere kruidenbitters
kunnen niet omschrijven wat ik daar deed,
hoe die plek met gif aan de zijkant van mijn
middenrif hardvochtig openspoot, mijn gebroken
hart en nieren zo alsnog met elkaar verbond.
Bijna had ik mijzelf opgegeven, maar ik stopte
voordat de salamander beet en het voor altijd
hetzelfde moment en dus te laat zou zijn geweest.

toen de vos de kerststaldief verwenste herkende ik mijn oom – delphine lecompte

Toen ik kaarsenmaker was heb ik deze bijensterfte
Voorspeld maar niemand wilde me geloven
Zelfs al hadden ze me geloofd wat konden ze doen?
Wat kun je ondernemen tegen insecten die creperen
Omdat aronskelken niet meer sluiten??

Nu ik al mijn amuletten heb opgesloten
In de buffetkast van een gek geworden horlogemaker
Droom ik iedere nacht van grotten
Ze worden bewoond door preutse hoefdieren
En heidense vossen met profetische merelogen.

Ik ben de enige mens in mijn droom
In de grot ben ik de vierde machtigste
Ik kan een incestueuze imker doen verdrinken
Maar ik kan geen verdrinkende imkerdochter redden
Soms maak ik een sponzenverkoper stom.

In de echtere wereld koop ik tien sponzen
Van een uitgedoofde sponzenverkoper
Ik krijg een spons gratis
Omdat ik mijn linkerborst toon
Thuis verknip ik de elfde spons
Tot ik de machtigste vos van de grot herken.

Bijna elke nacht wenst de machtigste vos
De leverontploffing van een dief in een lift
De diefstal is altijd oneetbaar en gemeen
Bijvoorbeeld een kerststal van een tumorrijke vader
Die Melchior in de linkerhand
En morfinepomp in de rechter alles wil geven
Aan zijn dochter, in het stro.

In het stro is ze verwekt
En de balken van de stal zijn opgevuld
Met gouden kamelen
Maar de dief in de lift kruipt door het oog van de naald
Hij wordt stinkend rijk
Wanneer ik wakker word bestaat zijn rijkdom nog altijd.

de kyteman-paradox – maaike klaster

In woede uitbarsten mag niet meer.
Daar kunnen de machomannen van Nederland niet tegen,
omdat ze dan ontmaskerd zullen worden als de Wizards of
Oz, als de miezerige schlemielen die zij in werkelijkheid
zijn. Op de radio zijn micropenis-dj’s aan het woord die
tegenwoordig niet veel meer kunnen dan heel hard om hun
eigen scheten lachen. Dat is knap, een scheet laten! Daar
wil het Nederlandse luistervolk meer van weten. Hoe doen
ze dat toch, iedere dag met zoveel plezier steeds meer van
zichzelf laten horen ten koste van al het muzikale talent dat
zich weken, maanden, jaren in het zweet heeft gewerkt voor
hun en ons vertier? Misschien hebben die dj’s zo lang in hun
Hilversumse studio, hun Glazen Huis opgesloten gezeten dat
zij het contact met de rest van de mensheid stukje bij beetje
zijn kwijt geraakt; dat zij in al hun volwassen onschuld zijn
gaan geloven dat muziek componeren, schrijven, opnemen,
spelen – met de wereld delen – vergelijkbaar is met een potje
ruften; dat het dus niet uitmaakt welke artiesten ten gehore
gebracht zullen worden, welke plaat er wordt gedraaid. Als
onze o zo gezellige mannetjes van de radio maar in koor
kunnen la ha ha achen – en wee je gebeente als je niet mee
lacht! Daar denken deze windenlaters mee weg te komen,
want wie achter de schermen de knoppen bedient, is aan de
macht. Toch, jongens?

Waar jullie blijkbaar niet aan hebben gedacht, is dat die
artiesten zonder jullie nog steeds hun brood verdienen,
maar dat zonder hen en zonder hun muziek jullie vak ook
niet zou bestaan. Een bedankje, iets meer nederigheid, een
beetje meer R-E-S-P-E-C-T zou op zijn plaats zijn.
Doe Maar, ja. Zo hoorde ik er twee nog niet zo lang
geleden, na het spelen van The Mushroom Cloud – die van
The Kyteman Orchestra dus; niet die van hen – zeggen dat
dit wat betreft 3FM zo ongeveer het enige draaibare
nummer van het album was. Hoe noem je zoiets? Muzikale
verkrachting? Eerst zeggen: Kom eens hier, schatje, wat
ben je mooi – en dan die ander met een mes penetreren, het
hoofd afhakken. Heel slim gespeeld, want je kunt achteraf
altijd zeggen dat je je best hebt gedaan; dat je, in dit geval,
Kyteman en de zijnen toch echt een kans hebt gegeven.
Alleen een beetje doorzichtig, deze retorische verdwijntruc
uit de oude goocheldoos. Wat jullie, lieve kijkbuiskinderen?
Waren deze twee diskjockeys niet gewoon een beetje gemeen?
Misschien waren zij een beetje bang geworden toen zij bij het
beluisteren van dit kleine meesterwerk ontdekten dat er
iemand in Nederland rondloopt die grotere ballen heeft dan
zij – om over de rest van het het zaakje maar te zwijgen; dat
diegene boos kan worden en niet zo’n beetje ook. Zoveel
woede, dat kenden deze ginnegappers niet; zoveel rauwe,
kwetsbare mannelijkheid hadden zij nog nooit vernomen.
Daarvan krompen zij en hun klokkenspel zover ineen dat er
niets meer overbleef om mee te spelen; daar begonnen zij
van te bibberen en te zweten, gingen zij nog luider van
ouwehoeren, nog harder van zitten scheten. Totdat
uiteindelijk alle melodie werd overstemd. Dat stel noemt zich
dan Mannen Met Een Hart Voor De Muzikale Zak. Heel
overtuigend vakbekwaam en met zoveel charme gebracht!

Wat natuurlijk ook nog zou kunnen, is dat onze dappere
audiovrienden bang waren dat die geile, Franse hijgrapper
betere seks heeft dan zij. Maar goed, zo kan ik nog een
duizendtal plausibele redenen voor hun wangedrag
aanvoeren. Wat blijft, is dit: Waarom luisteren wij muziek?
En als wij die klanken, liederen, albums, ritmes, beats en
melodieën zo belangrijk vinden, waarom eren wij
degenen die ons die rijkdom geven niet? Zijn mensen echt zo
bang voor een beetje woede, voor een beetje verdriet?
Als antennes konden huilen, dan schreeuwden zij het uit.

Luister.

Colin & co kunnen boos worden, maar ik in mijn eentje
word bozer. Dat is nu eenmaal zo. Geen paniek, ik ben heel
lief, maar als die hondsberoerde, hoerenlopende 3FM-bende
nu niet als de wiedeweerga The Kyteman Orchestra uit de
prullenmand vist, krijgen ze met mij en mijn Army Of Lovers
te maken. Maak dan je borst maar nat.

voor maaike (dat mocht wel, vond ik) – maaike klaster

Omdat je weleens een neger hebt gezien
(mag ik neger zeggen, dames en heren?),
ben je nog geen Bijmer-expert.
Iemand noemde mij eens De Witte Negerin Van Amsterdam.
Geen idee waarom, want de rok die ik aanhad, kwam uit India.
Maar het is waar, als tienermeisje zat ik op metrostation Kraaiennest
(in die goeie, ouwe tijd) vol waardering te kijken naar al die kleurrijk
geklede vrouwen met hun klederdracht uit Ghana en Nigeria, met de
prachtigste tooien op hun hoofd, die met pronte borsten en trotse
schouders voorbij kwamen lopen, en dan dacht ik: Dat wil ik ook.

Zoals ik als vijfjarig meisje het allerliefste op de hele wereld een Zeeuwse
wilde zijn, met kanten kapjes en zilveren spiegels die de Zuid-Nederlandse
zon weerkaatsten, lonkend naar de golven van de Noordzee blonken, met
dikke billen in een mooie rok en dan met z’n allen dansen in een kring, met
z’n allen op klompen dansen en alleen nog lachen, alleen nog mooi zijn.

Die Zeeuwse was ik ook, want ik had een ring met een Zeeuws knopje dat
van het fijnste zilver gemaakt en alleen van mij was. Dat knopje ben ik
helaas al heel gauw kwijtgeraakt en ik weet eigenlijk niet waarom, want
ik kreeg het van mijn oma en niet om het meteen weer te verliezen.