Aan de voeten van de besneeuwde bergen
Donkere hemel
Donkere foto’s
De verborgen sporen in mijn stilte
Een monnik die zijn lachen vergeten is
In de klaagzang van een oude vrouw
Verliefdheid is een reis
Resultaten voor het trefwoord monnik
Het is de tweede nacht van mijn verwarrende tienjarigheid
Normaal gesproken zou ik niet meer mogen leven
Toen ik bijna zorgeloos vijf was heeft een vrouwelijke kattenmandenmaker voorspeld
Dat ik de avond voor mijn tiende verjaardag stikken zou
In het glazen oog van een pedofiele tuinman.
Het heeft geen haar gescheeld
Maar hier sta ik dan toch
Het glazen oog is ondertussen verteerd
En de tuinman is jammer genoeg ontslagen
Ik sta naast mijn stiefvader, hij eet rijstwafels als een bezeten monnik.
Mijn stiefvader is pedofiel noch monnik
Helaas is hij slechts een duffe astronoom
Met zijn antimythische weetjes over het heelal
Heeft hij mij in een uur tijd honderd lichtjaren ouder gemaakt
Hij eet rijstwafels om zichzelf te demystifiëren, beweert hij.
Maar hij blijft een raadsel
En ik begrijp niet waarom ik iedere nacht naast hem sta
Ik vraag: ‘Wat betekent demystifiëren?’
Hij snauwt: ‘Sta je hier nog?! Naar bed! Onmiddellijk
Morgen moet je je moeder helpen met haar vlechten…’
Ik gehoorzaam omdat ik niet geslagen wil worden
In mijn grote bed denk ik aan de vlechten van mijn moeder
Ze ziet haar haar zo graag, kan ik het haar kwalijk nemen?!
Nee, dat kan ik niet. Spijtig dat ze niet verliefd is geworden op een lyrischere sterrenman.
Een hond met de overduidelijke ziel
Van een Tibetaanse monnik likt
De dijwonde van een agnostische fietsenmaker
Naast de fietsenmaker ligt mijn vader
Met gespreide armen in een filmwoestijn.
Hij speelt een profeet
En ik verzorg de catering
Natuurlijk is het een droom
De hond is de ster van de film
Het is een stomme film.
De agnostische fietsenmaker geneest
Dankzij het kwijl van de boeddhistische mopshond
In mijn droom speelt hij
De duivel van mijn vader
Maar zijn hoorns lossen telkens.
De fietsenmaker krijgt de slappe lach
En wordt ontslagen
Hij verlaat de filmwoestijn
Met een minder lafhartig geloofstelsel
De heilige hond mist de duivel
Hij wordt onhandelbaar.
De regisseur vraagt aan mijn vader
Of hij de hond wil vervangen
Maar al te graag!
Mijn vader wordt een stoïsche schoothond
En ik mag Jezus spelen
Er is geen duivel meer nodig.
Mijn baard jeukt en mijn monoloog is afgemeten
Bovendien wordt de catering toevertrouwd aan een blinde misantroop
Dus wek ik mijzelf met een duim die al wakker is
Krabbend aan mijn hals
Plan ik alvast een ijsje op de dijk.
Het rommelt
tussen sterren.
Ergens schrijft een god
een wereld af op een kantoor.
In de kasten zware boeken
omslagen van leer.
Er zit een monnik
met een ganzenveer
hij schrijft
een nieuwe wereld over, zucht
kijkt naar de lucht
en ziet een vogel
met een takje.
De dag nadat ik de kloosterrijke streek ontklom,
Trappistennat en moeheid loosde, neerstreek, de dag een gat,
vond ik genade in de lengte van de nacht.
Ik was een monnik, weerde de vrouw,
die niet het stil verlangen in zich zag,
gezicht tijd van gewicht, deed nauwgezet
aan zorg, aan overlevingsplicht.
Ik herstelde naarmate ik-in-monnikskap
mijn zegeningen telde. Ik zag mijn slagen
in het klimmen naar omlaag, koos mijn gebedenstoel
tussen de mussen in de beukenhaag.
Sint Franciscus, maar dan alledaags.
Ik ben op mijn plaats, volstrekte regelmaat.
Mijn ik is een monnik
in een lege bovenkamer
zit zijn cel, een lege blik
zijn geblindeerde ramen
Stil zegt hij
amen
de muren hebben ezelsoren
De buren horen hem
in alle hoeken en gaten
naar een wezen zoeken
en in zichzelf praten
Hij luistert naar goddelijke namen
de wind fluistert door de kieren
hij vindt verzuurde papieren
kluisters die hem binden
uren vol getik
Langzaam maar zeker
komen de muren op hem af
deze bovenkamer wordt zijn graf
de blinden vallen af
in een ogenblik

Recente reacties