Resultaten voor het trefwoord moed

avondmaal – iniduo

Gezeten aan de dis
Komen spijzen voorbij

In overvloed, rijkelijk bedeeld
Borden vol goede moed

Hunkeren jeukende magen
Naar verlossing in genade

Drijven vier jaargetijden
Op een bed van bier en wijn

Verstrooit geluid in gordijnen
Met verdwaalde woorden bedrukt

Wisselt het licht van wacht
Quattro stagioni, een erehaag

Is er koffie
Voor de laatste maal

amuse – b. vogels

Nu ik eindelijk haar borstomtrek ontdek,
eindig weliswaar,
vergaar ik alle moed in de lingeriewinkel.

Hier moet ik kiezen.
Het doet er niet zo toe waar we uitkomen.
Of hoe ver ze uitkomen.
Al lijkt voorgevormd me,
voor de inhoud,
veiliger voor het vege lijf.

‘Honingkleur klinkt als muziek,
beklijft het kostbaar paar.’
bespeelt de winkeljuffrouw mij
met een zoete snaar.

Thuis wacht een nieuwe vrouw,
met een andere snit.

loze zinnen – stijntje van der wal

nergens zag de leegte
zo zonder moed
een koud kind
kom toch hier
verschijn uit dit papier
om met jouw oog en
met jouw kleine mond
te proeven hetgeen hier
toch ooit werkelijk bestond
herrijs uit inktenblauw
arm, zalig kindergezichtje van jou
nergens zag ik leger dan leeg
en nog meer leger
‘k zag geen mens.

dichtkunst – b. vogels

niemand heeft hem leren schrijven
hij is bouwvakker
en twijfelt nog bij de ij’s

bijvoorbeeld bij de muren die hij bouwt
zij hebben stijl
en elke steen heeft een verhaal

van hardvochtigheid
van bloed en de moed van droge tranen

hij waant zich in een drama
met een dichter in de hoofdrol
hij leert door een muur te kijken
maar hij twijfelt bij het raam

episch – onbezield

annalen en kronieken
gevuld met heldendaden
getuigenissen van moed
zijn er geschreven, over mij

hoe ik De draak bestreed
een schat veilig stelde
stamoudsten beschermde
en mijn onsterfelijkheid
in gevaar bracht door krijg

het Hooglied van mijn passie
voor de deerne in de toren
heur haar precies lang genoeg
haar meenam ins Blaue hinein

de golven van overmacht
bereed als een ridder te paard,
ja, die epische daden
zijn beschreven in annalen
en kronieken die getuigen

kent u die geschriften?
of speelt het zich allemaal af
in mijn onbewuste fantasie?

naakt – lammert voos

uitgekleed voor de spiegel zie ik
slap vel, grijs schaamhaar en vetrollen
rond de taille, welke taille? het zal vast niet
lang meer duren en de stilte vliegt me
naar de strot als een meute dolle honden
en de luiken worden door de wind geslagen
die aan de gordijnen rukt en de kachel walmt
roet, terwijl het gluiperig duister naar binnen
kruipt en de moed in de tocht
vervliegt

zonder titel – dirk wolters

En daar, die man, die zit daar al een héle tijd
met onverzettelijke moed te schrijven

hij legt de laatste hand aan een gedicht
waarin hij, ergens aan het einde
– als het meezit

zal proberen
niets
op niets te laten rijmen.

een mooie dag – rino feys

ik moest denken aan de dag
toen we een klapband hadden op de snelweg
(het was voor beiden onze eerste lekke band)

het verkeer vloog ons voorbij en de wind
rukte aan ons haar en we waren de wanhoop nabij
toen we het reservewiel ontdekten

met hernieuwde moed vertrokken we
waarna we hopeloos verdwaalden

(we bevonden ons nog in een tijd waar
iedereen dacht dat Orwell’s
1984 science fiction was)

het werd de ergste ruzie tot dan toe

niet die lekke band of dat verdwalen
maar dat we daarna zwegen
een paar uur lang
diep ongelukkig werd ik daarvan

daar moest ik nu aan denken,
aan die dag

dat was een mooie dag

vierhoog – fjodor slegowski

vierhoog
in de dakgoot staan
lopen
zin om te springen
zink loopt geruststellend
onder voeten door
waterwegen voor slapende nachtloners
gezang uit de luchtkoker waaraan de keukens
roepen naar het zingen kan niet
zwerftocht over het dak is geen gewone nieuwsgierigheid
scheef kijkt de straat ondersteboven terug
verlangen naar omlaag
stille stomme drukte zin
om te springen
laatste hoek om
veilig zolderraam in zicht
om weer naar binnen
geroep in de rug
achter glas loeren roodaangelopen stemmen
met veel handen
geen moed om de ruit in te slaan
altijd zucht naar vrije val

vlinder me – hans reitzema

Vlinder me dan
met je vleugels van bijna
vergane wellust

vlinder me gerust
nog eens met je vleugels van
onmogelijk geachte tweede kansen op
fladderen dat toch langer
zou moeten duren dan
die verwachte dag die kwam en
onverwacht spotte met
dat beperkende idee van
24 uur

vlinder me met
je vleugels van moed die je
nooit dacht nodig te hebben

vlinder me zoals
niemand kan en spreek tot mij
vanuit het moeras van tegengas
waarvan je juist dacht het
altijd nodig te hebben:

“ik vlinder je met mijn
vleugels van
herboren wellust

ik vlinder je gerust
nog eens met mijn vleugels van
nooit gebruikte tweede kansen
fladder oneindig in de meteen
gegrepen eerste kans met
een moed zo terloops dat
het hand in hand gaat met
de onbereikbare moedeloosheid

ik vlinder je tot we er
– ja, juist dan –
bij neerliggen”