poëzie is mijn schoonzuster
ze woont alleen in een dorp
veertig kilometer verderop
ze rijdt in haar auto om
uit te zoeken hoe ons volgende
week zonder omwegen te bezoeken
liever te vroeg dan te laat is ze
ongezien onze straat doorgereden
poëzie is mijn schoonzuster
ze woont alleen in een dorp
veertig kilometer verderop
ze rijdt in haar auto om
uit te zoeken hoe ons volgende
week zonder omwegen te bezoeken
liever te vroeg dan te laat is ze
ongezien onze straat doorgereden
Reste fidèle
Zo heet een restaurant
natuurlijk in de Bleibtreustrasse
in Berlijn
De wijn was goed
In mijn hoofd kletterden de munten
de koperen doodskoppen
die echoën in benauwde gaten en
in de muren en op vloeren
van Libeskinds museum
Daar keek ik urenlang en dagen later nog doorheen
Beloofde die plek plechtig trouw
Wat schoon en rustig
en helder is de stad
Een metropool en niemand loopt een ander in de weg
de mensen lachen naar elkaar en zeggen dag
of liever guten Abend — gut’Nacht
De ‘Alte Jüdin’ loopt nog steeds
en lacht
Het was mijn tante Sara die ik alsmaar zag
en ook mijn moeder trouwens
Je spreekt van
Huiselijk geweld
En de manier waarop
Jij dat meldt
Kwalijke zaak
Ik praat liever
Over de prestaties
Van nageslacht
Staande aan de rand
kijk ik langs de punt van
mijn schoenen
naar de afgrond
onder mij
In het zwart dat
mijn gedachten
nadert,
een oase van rust
wil ik niets liever
dan me storten in
het onbekende
Liefste,
vaarwel
treur niet
treur wel
Staande aan de rand
schuifel ik dichterbij
ik kon het niet
want de ware afgrond
dat ben jij
deze afgrond heeft zich
al genesteld
dieper
en dieper
en dieper val ik
al
in mij
Ik kon het wel
Ik kon het niet
Liefste, treur niet
& zo werd in na
oorlogse Duitsland,
wunderbar wirtschaftwunderland,
het protestlied uitgevonden.
Zwei kleine Italiener,
waren liever gewoon thuis.
Ze droomden van Napoli
van Tina en Marina.
Am Bahnhof kent iedereen ze.
Zien elke avond D-Zug.
& dan Heisser Sand.
Een verloren land.
Een leven in gevaar.
Taal zonder enig wil.
Angst eet de zielen op.
De Marokkaner Grill.
Slager doe me nog
een plakje bloedworst.
Ze maken trage woorden tegenwoordig
met een glazen stem om doorheen te kijken
zodat je verdwaalt in fragmenten wanneer
je stuk voor stuk van de stemband springt.
Daarom wil ik liever nooit meer schrijven
dan de vijftig meter binnen zes seconden
breek ik liever de trouw aan mezelf dan ja
te zeggen tegen een jij die al kapot is
wanneer ik het opwindhorloge van opa
van zolder haal en in mijn vestzak stop
zodat het lijkt alsof opa mij uit de knoop
– schat je hield toch van me zoals ik was? –
ik was vroeger een ander en ouder dan
nu. Maar ik keek niet op een glaasje meer.
I
Ik vind je, spoor je,
raap je keutels op
en ruik daaraan
om te weten
hoe ik je strikken kan.
Ik volg je pad,
je tred,
je dameshak
nauwkeurig en
weet al waar je
beschutting zoekt,
je zelfzuchtige gang
heeft je verraden.
II
En nu met kloppend hart,
de opwinding nauwelijks
de baas, kraakt iedere tak,
onverdraaglijk licht, laag
over het land, te scherp
voor zekerheid en zicht,
de angst gezien te worden
in dit licht, we willen
elkaar slechts in een flits
of liever niet
ontmoeten.
Recente reacties