Resultaten voor het trefwoord leo van der sterren

de hete man – leo van der sterren

‘Zo heet, man,’zei Arlinde van een jaar of acht
met zuchten tegen vriendje Frans, vlak voor hun wegen
zich scheidden. En ja, warm was het; er werd gesmacht
naar loutering door koude en naar bakken regen.

Arlinde ging haars weegs door droge voze landen
die rilden in de hitte, die het laatste vocht
onttrokken aan de reeds gebarsten ingewanden.
Onschuldiger dan onschuld en toen kwam die bocht.

Een hete man rees daar Arlinde tegemoet,
een zweem van zweet in ademnood met rooie pieper.
Een stoplicht!, spotte zij zoals een kind dat doet.
Haar stoppen deed hij, van dat voze land een type.

gesloten huis – leo van der sterren

De dagen, weken, eeuwen dat er niemand kwam,
zwalpten gestaag aaneen. We werden kluizenaars
met zware baarden. Maagschap, maten, drift noch stam
resteerden ons; er bleek die kloof in het trottoir

voor ons perceel. Geheten vrij, dat wel, maar vrij
als eens de handelaars op posten in de tropen:
een kleffe reep rivierklei in een dampvallei,
die was van hen, al bleef hij lijdzaam onderlopen,

van hen alleen, al hing er nacht, ooggroene nacht.
Ooit liep men blatend onze deur plat, toen seizoen
of staat der politiek dat toeliet. Dag en wacht
drongen de drommen in – zij derven elk fatsoen –

en wee de inval die niet zoet bleek. Onze kust
ligt nu verlaten, en de zee en de rivieren.
Bekende noch barbaar; de straat in diepe rust.
Het huis, de toekomst en de harten: zelfs geen kieren.