Resultaten voor het trefwoord lelijke

met elkaar – mark kalsbeek

Wij, naast elkaar
op die afstotelijk lelijke bank
zeggen niets.
Onze geesten geanimeerd in gesprek
stoken samen een vuurtje.
De jouwe vertelt – ook al pook ik teveel –
dat als de rook is opgetrokken
jij toch warmer wordt.
Wij, zonder maatgevoel
maken tweestemmige tonen.
De mijne vertelt – hetzij met valse lucht –
dat als je goed luistert
zij steeds meer klinken als één.

Perfect passend trekken
tegenpolen elkaar aan.
Op die afstotelijk lelijke bank
ontstond iets oogverblindend moois.

brief – stien van de wal

begrijp het volkomen,
een verzinsel dat betekenis
niet kent, weemoed en
leeg onverschil verheft
tot onware klanken

een balpen van de Hema
armetierig in jouw hand
vervuilt slecht papier
door verdichte gedachten
van lelijke tekens

goedkope inkt
vraagt geweten

gestold elixer – juvu de ruiter

Als een lelijke oude vrouw heb je de kinderen vetgemest.
De oudste beschermeling, die van de koning, suste je
gekwelde bloed in slaap:
Jij bent de mooiste, de liefste, de meest attente.
De anderen waren ervoor je te dienen tot in de hoogste kelders.
Diep van binnen bewaarde je een gestold elixer van obsidiaan.
Je sloeg het stuk met duizend hamers, walste het tot gritfijn poeder,
mengde het met limonade, elke dag een beetje.
Ingewanden van hen die jou ontschoten zouden zachtjes bloeden;
nooit zouden ze het thuis herkennen dat zij dweilden

poëtische onthouding – hans van willigenburg

Blij als ik ben zonder onderwerp!
Het gedicht dat alle kanten dan nog op kan!

Onbestemdheid van het inademen!
Feeërieke tonelen van de op onbekende gronden
totaalweigering te schrijven!

Verslaving aan het onbegonnen werk!
Het wervelend zwieren boven het wit!

De blik naar het plafond, de pen in de mond,
de eindeloze reeks afgekeurde beelden
die niet willen of kunnen spreken
en, door jou behoed voor een afgang,
onder een warme deken in je hoofd kruipen:

dankbaar als lelijke meisjes,
die bereid zijn voor volgende gedichten
onbeperkt aan zich te laten plukken.

programma – martin m aart de jong

Ik geloof niet dat het ooit wat wordt
het schuimt te veel in mij en deze tijd
is toch geen tijd die smeekt om flarden mist die om mij heen verzameld

zijn van bordkarton en teksten draagt
als: “ben je hier?”,”waarom niet thuis?”
Ze trekken vreemd volk aan. Dus zwijgen maar

in iemands land en in vreemde taal daar
dan een totaalbeeld van neerzetten op
een drukke rotonde en er met een lelijke
eend luid kwakend om heen blijven rijden
het dak open, radio aan en de groeten
doen aan iedereen die dit leest.