Resultaten voor het trefwoord lach

fictieve personages 2 – manja croiset

besloten geen nieuwe relaties
aan te gaan
de ware zal ik toch nooit
ontmoeten

aandachtig sta ik op een tentoonstelling
een schilderij te bekijken

een warme mannenstem
achter me zegt
u lijkt op haar

voornemens de opmerking te negeren
maar mijn nieuwsgierigheid
is sterker

me omdraaiend komt mijn blik
terecht in vriendelijke onderzoekende ogen

in een poging me te verweren
zeg ik vinnig
een variant op
ik ken u ergens van
nee zegt hij
ik ken u niet maar ik zou
u graag leren kennen

iets minder bits zeg ik
onder het “genot” van
een glas wijn zeker

hij blijft charmant
in goed gezelschap heb ik
geen alcohol nodig
dient hij van repliek

gelijktijdig schieten we in de lach

en het pleit is beslecht

je bent jarig en je koopt een zakmes – delphine lecompte

Ik ben jarig en ik koop een zakmes voor de vroedvrouw
Die pas volgende week jarig is, ze wordt jonger dan ik
Ze blijft mooier, en grappiger, en opgewekter, en vlijtiger, en edelmoediger
Ik denk aan de dag waarop ze mijn leven heeft gered
Ik denk dat ik al bij al blij ben dat ze toen toevallig in de buurt was om mij te reanimeren.

Ik ben jarig en ik hou het zakmes voor mezelf
Je kunt er van alles mee doen: ontkurken, aborteren, amputeren, verlossen
Je kunt zelfs gedichten opslaan en een lobotomie uitvoeren
Of ik mij oud voel? Ik geloof het wel, ik vrees dat het er niet meer van komt
Een kind, mijn kind, mijn zoon, ik mis hem alsof hij vorig jaar is verdronken.

In een kerk vind ik geen troost in de kleine onuitgeslapen oogjes van Jozef
Dus wend ik mijn blik af van de beelden en bekijk ik de andere kerkbezoekers
De twee andere kerkbezoekers zijn ouder, veel ouder dan ik
Ze lijken niet achterbaks, ze lijken niet hardvochtig
Ze horen bij elkaar en de dikste vrouw laat een knallende wind.

Ik ben jarig en ik heb de slappe lach in een kerk
De vrouwen lachen niet, ze sissen dat ik mij moet gedragen
Ik moet helemaal niets
‘Ik moet helemaal niets, dwaze achterbakse hardvochtige winderige pseudodevote geiten!!’
Schreeuw ik, hoewel niet alle verwijten kloppen voel ik mij opgelucht.

Aan de uitgang van de kerk word ik opgewacht
De oude kruisboogschutter geeft mij een armband voor mijn verjaardag
‘De armband is Vietnamees!’ Zegt hij vreemd uitgelaten
Ik kus hem, hij is beter dan ik.

massaal – iniduo

te vroeg voor naweeën
mengen stemmen met de wind
te verstaanbaar voor ijlen

gekleed in afzondering
smoort een zucht
in het strooisel van verlatenheid

doch niemand vraagt hem de weg
aan de zoekende
in tastbare ommekeer

enige monden stuwen woorden
leunen langs gevels
naar ver, weg uit haperend zicht

waarom ook omarmen, beklemmen
als geheugen faalt
tot wie geen boodschap bracht

ja, er is vertier. Geen breedgedragen lach,
geen voorzichtige poging

volle maan – iniduo

schijnen maan
stralen in
het niet van
eeuwig licht

lach en traan
niettemin
blijken dan
uit het zicht

op niveau
hoog en ver
van een ster
uit haar baan

althans zo
kijkt men er
her en der
tegenaan

ik dacht – brigje otterloo

Ik dacht dat ik de dagen blond en rond kon
dromen. Dat gewone van een lach dat vrome
van geluk als een Paus die me in Rome alle
hoeken van het Vaticaan liet zien en de adem,

mij ontnomen, inblies met de liefde van God. Ik
dacht gewoon dat het genoeg zou zijn de halve
waarheid uit te laten komen. Een koekoeksei
dat vers gelegd was uitgebroed in deze zomer.

op de loer – tijl nuyts

Op momenten waarop ik
onweerstaanbaar veel zin heb
in verrassingseffecten en heimelijkheid
ga ik op de loer liggen

De loer is een grote rozerode vrouw
dubbel zo groot als een normale vrouw
en dubbel zo rozerood

Ze ligt languit in het wuivende gras
voorover, op haar snoet
en giechelt, grinnikt, schatert aan één stuk door
met een lach als een klingelende koebel

Wanneer ik op haar ga liggen
kirt ze en schudt ze met haar bovenarmen
blij dat ik op haar uitnodiging ben ingegaan

Wanneer het weer wat meezit
kan ik zo uren blijven

liggen op de loer in het struikgewas

en terwijl ik me vasthoud aan haar haren
laat ik alle voorbijgangers schrikken.

anti treur eenheid – {{{ïe-e-ïet-e-iët-e-ïet-e-iets}}}

há! áhá! hôhâhá! hiïejê!

lach licht lach licht

licht lééd licht lach

áhá! hôhâhá! hiïejê! há!

lach langer & licht

treur korter- lach

hôhâhá! hiïejê! há! áhá!

lach antilééd lach

één voor licht lach

hiïejê! há! áhá! hôhâhá!

lichter lééd & lach

samen licht‘r1lach

há! áhá! hôhâhá! hiïejê!

lach harder& licht

áhá! hôhâhá! hiïejê! há!

treur lichter- lach

hôhâhá! hiïejê! há! áhá!

licht antilééd licht

hiïejê! há! áhá! hôhâhá!

fictieve personages – manja croiset

besloten geen nieuwe relaties
aan te gaan
de ware zal ik toch nooit
ontmoeten

aandachtig sta ik op een tentoonstelling
een schilderij te bekijken

een warme mannenstem
achter me zegt
u lijkt op haar

voornemens de opmerking te negeren
maar mijn nieuwsgierigheid
is sterker

me omdraaiend komt mijn blik
terecht in vriendelijke onderzoekende ogen

in een poging me te verweren
zeg ik vinnig
een variant op
ik ken u ergens van
nee zegt hij
ik ken u niet maar ik zou
u graag leren kennen

iets minder bits zeg ik
onder het “genot” van
een glas wijn zeker

hij blijft charmant
in goed gezelschap heb ik
geen alcohol nodig
dient hij van repliek

gelijktijdig schieten we in de lach

en het pleit is beslecht

weg met de leegte – pallas van huizen

alsof je in het donker aangeraakt wordt
de hand van spieren, citroenen die zoenen,
eerst schrik je

het luchtfietsen in bad, alleen in lauw water
dat zij weten dat ik wel van ze hou
drinkend tot over de rand van duizend
waar een lach of glimlach
geen echte lach of glimlach meer is

herken ik de zwakte
nader niet gewenst
uit zelfbescherming

de andere kant van het verhaal
is dat er geen verhaal is

vaak ben je stil, soms droevig,
meestal over-optimistisch

ik mis je gezicht

 


YouTube: weg met de leegte – pallas van huizen