Resultaten voor het trefwoord laat

laat me onderdompelen – debby visser-neale

Zie je me niet in mijn bad
ondergedompeld tot warmte
in mijn botten vreet verdwaald in
gedachten denk ik aan jou
rauw verdriet maakt vlekken op
mijn huid de kraan
draait haar stroom open en
zak ik verder weg
zoek dekking tegen kou
omdat ik van je rouw

je moet wel goed uitkijken – piet van der laan

mijn hoofd leidt mijn lijf
naar waar het blijkbaar moet zijn
en houdt het net haaks op de straat

mijn lijf daarentegen
wil amper bewegen
maar mijn hoofd zegt ‘Straks kom je te laat!’

een dreigend dilemma
door gierende remmen
aan gort gerost in volle vaart

mijn lichaam zijn zin
en dus blijft hij er in
terwijl mijn hoofd mijn lichaam verlaat

helder – martin m aart de jong

Iedere dag ratelen die flessen
tot je er zelf groen van ziet
meneer. Ik draai mijn diensten.
Vroeg, laat, nacht. Drie dagen

vrij. Voor mij is alles bier
en even tussen de machines door
eten met de mannen, veel zwijgen,
kaarten en over voetbal praten.

Ik heb een zoon die anders wil.
Hij mag het weten. We eten goed
van de drank. De helft van het
huis is nog van de bank. Onder

ons gezegd en gezwegen. Dit is
leven. Maar hij mag die droom.

poëzie – bennie spekken

poëzie is mijn schoonzuster
ze woont alleen in een dorp
veertig kilometer verderop

ze rijdt in haar auto om
uit te zoeken hoe ons volgende
week zonder omwegen te bezoeken

liever te vroeg dan te laat is ze
ongezien onze straat doorgereden

laat deze dag toch langzaam gaan. – martin m aart de jong

je mist geen treinen. Je veegt de slaap uit je gezicht,
maar mist geen treinen. Waar deze trein naar toe
mag gaan dat weet je niet. Je kent de namen,
de gezichten niet van mensen om je heen je ziet
geen tranen. Het is een vreemde treincoupé
het lijkt zo wel alsof ze vee hier hebben laten
slapen. Waar deze trein naar toe mag gaan
dat weet je niet. Je kunt het vragen, maar
dat durf je niet. Je denkt aan hoe je wakker
werd vannacht, je lag te slapen. Er werd niet
eens eerst aangebeld, er werd geschreeuwd
en met geweld werd je je met je moeder,
vader en je zus een auto ingeladen. Waar
deze trein naar toe mag gaan dat weet je niet.
Niemand heeft de kaartjes, of vertelt je iets.

amsterdam centraal, 18.04 uur – eric van hoof

Overal kun je afspreken
onder dat blauwe bord van de NS
dat metalen concerten en voeten dirigeert.
Behalve in Amsterdam.

En jij verwacht me daar
met bloemen, een grapje, misschien
een excuus over hoe laat,
wat wel en niet had kunnen zijn.

Er golven mensen onder bogen,
die vervagen tot strepen, die
verworden tot bijen die dansen en
het station muilkorven.

Er wordt mens geperst, rij aan rij
door smalle monden geperst terwijl
arbeiders breken, blootleggen en reconstrueren
een verleden achterhaald door vertraging.

En jij verwacht vast geen slotredes
bij mijn aankomst, want
overal kun je afspreken onder het blauwe bord,
behalve op Amsterdam Centraal Station.

de landvoogd laat zich bijpraten – bert bevers

Nestwarme argwaan is nabij. In dit kale schrale midden van
de oostkust hunner Mare Nostrum aanhoort hij koren waarvan
niets hem kent. Hij vermoedt het ogenblik dat er geen splinters
meer in zingen haken, er liederen op komst zijn als meisjeszachte

lendenen, die barmhartige treden zullen bestijgen. Maar buiten,
waar ezels rond gaan over de gerst, besluiten mannen met loden
verledens te denken in bijlen. Hamerslagen weergalmen. Van
terechtstellingen met publiek moet hij eigenlijk niets weten.

“Waar moet ik vandaag op letten, schrijver?”, vraagt hij. “Hoe
ging Valerius Gratus hier mee om?” Niet cirkelt zich om wanhoop
vreugde. Er zijn nog volop leugens te betwisten. Gepeupel juicht,

hogepriesters grijnzen. Al is hij dan niet meer dan een passant,
geschreven blijft wat hij geschreven heeft. “Alles komt voor wie
rustig wachten kan,” peinst Pontius Pilatus als hij zijn handen

ode aan de testosteron-poëzie – jelou

Laat u verwennen
gehoorgangen strelen met
erogene spelling

deel elkaars dromen
over immer jonge nimfen
de stokpaarden
vol figuurzaag-fantasieën

schenk elkaar nog wat
schuimkragen
het testosteron tot de rand

liefde moet gehoord
avonturen volmondig in
fraaie ISBN-nummertjes

overschreeuw bleke spaties
van geschrokken dood
neem vrouwen zacht langs
hun beter weten

schrap directheid uit
zwoele lipglossmonden
laat ze weelderig schertsen

geniet abstractheid
vang spitsvondigheden
in onbevruchte boegbeelden

prijs u rijk met
nieuw gevonden klatergoud
het blozen enkel toegestaan
in fijne vrouwenzinnen.

… – markus haringa

Vroeg of laat
ga je de wildernis in

Er zijn dingen die gebeuren
waar geen woorden aanwezig zijn

Schapen over de dijk

De ijzeren greep van een vaderhand
bij het pierensteken