Resultaten voor het trefwoord kus

minnepijn – pallas van huizen

Je kunt een kus niet uitvegen,
evenals de droom op mijn netvlies,
jouw manier van kijken,
mijn manier van leven.­
Je kunt een kus niet uitvegen.­
Vergeef me mijn gemis,
dat ik mezelf gek waan,
dat ik mij dikwijls
in jouw armen
verlies.

­verziekt – pallas van huizen­

Er is bijna altijd meer aan de hand.­ Het is nog niet eens de buikpijn als ze mij daadwerkelijk laat vallen, maar vooral het liegen, anders voordoen, de stress die zo’n pijn doet, die ik voel en meeneem naar mijn werk, naar huis.­

“­Het geeft me een kick.”­

Ze stond op, gaf hem een kus, trok een joggingbroek aan en liep door de achterdeur naar buiten.­ Uit een vuilniszak haalde ze een pakketje tevoorschijn.­ Een pakketje dat hij handig uit haar handen griste bij de deurpost.­

Beneden op tafel stonden twee lauwe kopjes thee, wat lege blikjes en een glazen asbak die hij net geleegd had.­

“­Geef me je pas eens.”­

Hij strekte als vanzelfsprekend zijn hand uit en wachtte tot hij de plastic rand in zijn hand voelde.­ Zonder elkaar aan te kijken sneed hij het pakketje open.­

“­Ga maar alvast op je buik liggen.”­

Het is altijd even spannend dat moment, maar na vier jaar raak je er toch een beetje aan gewend.­

Daarna hebben de gordijnen eventjes in de brand gestaan, gleed de maan zachtjes langs haar oren, druppelde kaarsvet vertraagd langs haar benen en stond alles vast wat eerst opeens op twee losse schroeven leek te staan.­ Twee losse schroeven die ze maar wat graag aan heeft willen draaien, die steeds maar in mijn buik bleven draaien.­ Al vier jaar lang, elke dag een beetje meer, een beetje harder.­ Al vier jaar lang ‘goed geregeld’

en er is nog steeds niemand die het ziet.

* – serpil karisli

Toen de bergen hun dalen lieten meanderen
En de zee bevrucht werd
Toen wij baden en zongen
Zo was de Aarde een oord

Toen kwam het gevecht
Wij keerden ons
Wij hoopten
En wij huilden

Toen de zee voer over de bergen,
Toen de maan zwijgend scheen,
Werd de Aarde ontheiligd
Liefde kon niet meer bezongen worden
De kus verwaarloosd
(En wij wachtten.)

relatie met god – pallas van huizen

de liefde is mij trouw, de waarheid is mij trouw
de weg rechtstreeks verbonden
we kregen ruzie en een kus van god
zwegen, werkten samen,
leerden elkaar te dromen
leerden elkaar te geloven
iedereen voelt, weet, ademt
daarboven, het gemeenschappelijk lot
we zijn hier
en we komen samen.

verliefd – pallas van huizen

Ik weet dat je me trouw bent,
ik weet dat je me zoekt

ik weet, ik weet, ik weet,
ik weet het precies,
maar eigenlijk weet ik niets

Al zolang zonder kus
Al zolang bijna zwijgend
Al zolang

je vriend.

broos behang en kaapverdische praktijken – pallas van huizen

ik zou je zo graag weer eens recht aankijken,
naar je lachen en kunnen blijven lachen,
ik zou je zo graag weer eens recht aankijken,
dat je gewoon weet hoe het zit, zonder dit theater,
dat jij zegt, en ik zeg,
en dat het dan iets openmaakt,
eerlijk laat zien waar we zitten,
waar we afspreken, waar we komen
en gaan.

Dat dus, dat wil ik hebben,
op ooghoogte mijn frontale hersenkwab
tegen die van jou plakken

je een kus geven

en gewoon verder leven,
recht in de ogen, zuiver in het hart,
gewoon verder leven

met jou

er staat een naakte kaarsenmaker op de snookertafel – delphine lecompte

Wat doet die blote kaarsenmaker op de snookertafel?
Niemand weet het, zelfs de jongste zoon van de taxidermist
Kan slechts gissen naar de beweegreden van zijn oom
Het lijkt van ver op plat exhibitionisme
Maar dan ken je de kaarsenmaker niet.

Ik ken de kaarsenmaker een klein beetje
Drie jaar geleden heb ik eens een kaars van hem gekocht
Een kaars in de vorm van een rammelaar
Tussen zijn oren ontsproot de wiek
Na vijf seances met Tolstoj was hij gesmolten.

De blote kaarsenmaker kerft in spiegelschrift
Een anagram van OLIELAMP in zijn buikhuid
Wanneer de psychiatrische beulen met visnetten arriveren
Probeert de jongste zoon van de taxidermist hen tegen te houden
Ze nemen hem ook mee, o wee.

Een week later mogen beiden bezoek ontvangen
Ik bezoek eerst de kaarsenmaker
Hij draagt een geruite pyjama
Die ruikt naar de vorige 100 gebruikers
99 van de 100 vorige pyjamagebruikers waren imkers.

Dat wist ik niet, het verrast mij
Dat imkers zo gemakkelijk ten prooi vallen schizoïde betrekkingswanen
Ik heb kersenbonbons, een houten nijlpaard, en ‘Oorlog en Vrede’ meegebracht
De kaarsenmaker is dankbaar
Omdat hij dankbaar is krijg ik een kus op mijn clitoris.

Daarna bezoek ik in dezelfde kamer met lege handen
De jongste zoon van de taxidermist, hij slaapt naakt
Ik streel zijn penis niet.

droomvragen – calvin smith

In gedachten lijken mijn dromen alleen
ik blus de kus van zoete woorden mam
waar waren de tijden van geluk alleen
ik geloof in het stromen door liefde pap
voelen we in oneindige leegtes verder
lijken wegen te sussen in mijn hoofd

om niet meer te smachten naar warmte

Nachten huilen tussen de sterren waar
iedereen slaapt wordt de maan getroost
met lieve gevoelens eenzaam door mijn
betoverende glimlach aan mijn eindeloze
raamkozijn hangt een wereld vol emotie
in tranen van een jongen met vragen los

geslagen in de toekomst van zachte stof

naamloos – karlheinz myskin

Mijn geheugen
Kleeft
Aan mijn hersenpan
(als gesmolten kaas aan een boterham)
Ik kan mijn eigen naam
Niet meer herinneren.

(De vraag
Wie ik ben
Durf ik niet
Te stellen.)

Ik stel mezelf voor
Met een enkele kus
En een slappe hand.

Aangenaam:
Ik heb geen naam.

lentissimo – martin m aart de jong

Je zei vandaag, vandaag nog niet
het regent en de wereld ziet er
te mooi uit. Met zacht gebogen
kleuren en een natte huid waar

op de vers geperst lente druipt.
Wacht nu maar af totdat de tijd
in echo’s tussen bergen dreigt
met nachtelijk gedonder totdat

de hemel plots verscheurd wordt
door een flits en vrouwenstemmen
in een nis van eeuwigheid en spijt

je naam vertalen in een kus. Dan zul
je dansen als een Rus. Je zult stom
dronken vragen wie ik was. Dus wacht.