Resultaten voor het trefwoord kom

benauwde kom – bennie spekken

zee van verkeer
op de achtergrond

hier en daar komt
een drilstem uit

de ruis omhoog
één en twee en

wat als er nu eens
een bom moeder

spreidt de armen
op het balkon

rondom beton
rondom beton

ketel fluit hond
jankt moet eruit

mijn vriendin spuit
haarspray in de zon

een noodkreet
gedachtesprong

thuis kom ik verzonnen avonturen tegen – delphine lecompte

Ik kan zonder angst op een paard zitten
Een stoute merrie die Laura heet
Ze steigert en ik val op de grond
De andere ruiters lachen hun beugels bloot
Een van die spottende ruiters is mijn ex-geliefde
Hij heeft een naam die in Portugal banaal is
Hij heeft tropische vissen die geen oogcontact maken
Het was geen goede seks, er kwamen geen teugels aan te pas.

De busrit is heilzamer
De yuppie die als zigeuner verkleed is stapt af
De zigeuner die als betrouwbare schoonzoon verkleed is
Stapt ook af
De epileptische ex-vrouw van de boswachter die
Mij nooit betrapt heeft op het stoken van vuurtjes blijft zitten
Ik stap af aan de halte die ‘Sint Michiels Kerk’ heet.

Waarschijnlijk betreed ik de kerk omdat ik mij stierlijk verveel
ik neem mijn schriftje en schrijf een gedicht waarin ik virtuoos ben
eerst op de flipperkast van mijn oudste neef en daarna op een contrabas die
ik heb gestolen van een matador op rust
na de virtuositeit reis ik naar Londen om een gordeldier op te zetten
in Londen word ik verliefd op een Senegalese spreadsheettovenaar die
mijn garnaalkroketten voorkauwt en iedere donderdag een misdaadroman voor mij koopt
maar zelfs in mijn gedicht wil ik zo rap mogelijk naar huis.

op weg naar het gekkenhuis kom ik gekken tegen – delphine lecompte

De kleine pesterijtjes van de bureaucratische
Samenleving, van de moeder zonder talent
Ik laat ze achter me, ik grom uitdagend en
Wandel naar het gekkenhuis, twee kinderen
Bekogelen een muskuseend met lege doosjes
Hoogcalorisch fruitsap, een van de kinderen
Heeft een plooibaar rietje als een antenne in zijn oor gestoken.

Ze worden groter voor mijn ogen, de pesterijen van
De over het paard getilde kinderen, van de dokter die
Beweerde dat ik eerst nog dieper zou moeten vallen
Maar dit is diep genoeg, aan de muskuseend kun je
Niets meer vragen, want hij is zonet bezweken
De kinderen hebben een plooibaar rietje in zijn aars gestoken en
Blazen maar, hij is niet ontploft, hij siste alleen maar een beetje
Als een opblaaskrokodil kwaadaardig in het oog gestoken
Met het in twee geknakte stokje van een frisco.

Ik betreed het gekkenhuis en bied mij aan
Als bezoeker voel ik mij een verrader
De ex-bokser is blij met de zure beertjes
Maar vooral met mijn bezoek, hij vraagt of ik
Hem wil pijpen, ik zeg: ‘Liever niet.’
Hij knikt begrijpend en sorteert de beertjes
Volgens kleur, volgens breedte, volgens rekbaarheid.