éénmaal
andermaal
mislukt
engelbewaarder draait overuren
driemaal is scheepsrecht, bedenkt ze
een filosofisch kader
(logos, geen speld tussen te krijgen):
de ander heeft recht op duiding
en de plicht te helpen
een mens in nood?
éénmaal
andermaal
mislukt
engelbewaarder draait overuren
driemaal is scheepsrecht, bedenkt ze
een filosofisch kader
(logos, geen speld tussen te krijgen):
de ander heeft recht op duiding
en de plicht te helpen
een mens in nood?
Er zijn de brandende blikken, het kader uit. Op wat
ze willen, op wat er niet is. Het gemis van verbanden
schroeit als het herkennen van oprecht geloof. Dat
weten ze best daar, onder hun paraplu. Herkenning
is immers een vorm van plaatsbepaling. De middag
is evenwichtig vastgezogen over zichzelf, en aan alle
kanten tracht men droog te blijven. Uit de ronde
worden geruchten te weinig terug gewezen. Volle
kranten zwijgen tussen de regels door. Achtergrond
wenkt. Onder de tucht van schoorstenen in streng
gelid waren in hoge kamers oude dromen. Verbeten
verschanst achter luiken het gistend verraad van de
ontwarring uit logge omhelzingen. Van vaders het lot
zijn de dochters. Er valt een natte, natte regen.
Wadend door metersdikke
bladeren houdt hij het hoofd
net boven.
Op gepaste afstand
passeert een zwarte kat muisstil,
haar stoïcijnse blik
kijkt toe
hoe hij al bladertrappelend
poogt aanval te doorstaan.
Maar de groene wateren
slaan hoog vandaag,
dus slagen doet hij niet en weldra
zal hij kopje onder gaan.
De kat geeft hem een kopje
is
zeer in haar nopjes
met het schouwspel dat hij biedt.
Gelijk een schip zal hij vergaan
en heksen
toveren een sprookjesmaan
waarnaar de wolf al huilt.
Recente reacties